About
Mission
We connect journalism, community building and posting to feed society with reliable data and create equal development opportunities.
Vision
We are building a future where transparency, social cohesion and flexible talent combine to create impactful, data-driven decision-making.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Guyana haalt Braziliaanse landbouwmacht naar het Caribisch gebied en bouwt aan positie als regionale voedselschuur

De ambitie van Guyana om zich te ontwikkelen tot een van de belangrijkste voedselproducenten van het Caribisch gebied krijgt een veel serieuzere technologische basis, omdat Brazilië zijn landbouwkennis, wetenschappelijke infrastructuur en decennialange ervaring met tropische productie beschikbaar stelt voor een nieuw regionaal kenniscentrum in Georgetown dat de landbouw in het hele Caribisch gebied moet helpen moderniseren. Het Braziliaanse ministerie van Landbouw en Veeteelt en het Inter American Institute for Cooperation on Agriculture hebben eind juli een overeenkomst gesloten die technologieoverdracht, wetenschappelijk onderzoek, opleiding en innovatieve productiemethoden moet versnellen, waarmee Guyana niet alleen meer voedsel wil produceren, maar zichzelf strategisch probeert te positioneren als het agrarische kenniscentrum van een regio die nog altijd miljarden besteedt aan voedsel van buiten het Caribisch gebied.

De overeenkomst bouwt voort op een intentieverklaring die Brazilië, Guyana en IICA in juni ondertekenden voor de oprichting van de Sustainable Agriculture Hub of the Americas in Guyana, een centrum dat geen traditioneel landbouwinstituut moet worden maar een regionale infrastructuur voor wetenschap, technologie, opleiding en praktische innovatie. De voorbereidende werkzaamheden omvatten een periode van ongeveer negentig dagen, waarna de activiteiten in de tweede helft van 2026 operationeel moeten worden, waardoor het project opvallend snel van politieke ambitie naar daadwerkelijke uitvoering wordt gebracht.

Braziliaans onderminister Cleber Soares en IICA directeur generaal Muhammad Ibrahim ondertekenden de nieuwe overeenkomst tijdens de bijeenkomst van het Executive Committee van IICA in San José in Costa Rica, waarmee een proces dat eerder vooral tussen Guyana en Brazilië werd besproken institutioneel veel breder wordt gemaakt. De samenwerking brengt het Braziliaanse ministerie van Landbouw, de gerenommeerde Brazilian Agricultural Research Corporation EMBRAPA, IICA, Guyana’s National Agricultural Research and Extension Institute, het Caribbean Agricultural Research and Development Institute en CARICOM bijeen, waardoor Georgetown feitelijk het kruispunt moet worden tussen Braziliaanse landbouwtechnologie en de voedselbehoefte van het Caribisch gebied.

Het belang van EMBRAPA mag daarbij nauwelijks worden onderschat, omdat Brazilië zijn huidige positie als landbouwmacht voor een belangrijk deel heeft opgebouwd door tientallen jaren systematisch te investeren in bodemonderzoek, plantenveredeling, tropische gewassen, veeteelt, irrigatie en technologie die productie mogelijk maakte onder omstandigheden die ooit als weinig geschikt voor grootschalige landbouw werden beschouwd. Het Braziliaanse Cerrado groeide mede door onderzoek en technologie uit tot een belangrijk productiegebied, waarbij EMBRAPA vandaag nog nieuwe gewassen en variëteiten ontwikkelt die specifiek zijn aangepast aan tropische omstandigheden. In mei presenteerde het instituut bijvoorbeeld nieuwe tarwerassen voor tropische productie, als onderdeel van een onderzoekstraject dat al meer dan veertig jaar loopt.

Guyana probeert die kennis niet simpelweg te importeren en te kopiëren, maar aan te passen aan de klimatologische, bodemkundige en economische omstandigheden van het Caribisch gebied. Onderzoekers en deskundigen uit Brazilië moeten samenwerken met regionale instituten om productieprogramma’s te ontwikkelen voor verschillende gewassen en veeteeltsystemen, waarbij technologie pas waarde krijgt wanneer zij lokaal reproduceerbaar wordt. Dat onderscheid is belangrijk, omdat veel ontwikkelingsprojecten in kleine economieën jarenlang afhankelijk blijven van buitenlandse consultants en tijdelijke financiering zonder voldoende lokale kennis achter te laten zodra het project eindigt.

De nieuwe hub richt zich daarom niet alleen op hogere opbrengsten, maar ook op de ontwikkeling van technische capaciteit, productie diversificatie, voedselzekerheid, landbouwrisico’s, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, diergezondheid, plantgezondheid en bescherming tegen ziekten en plagen die landsgrenzen kunnen overschrijden. Nieuwe instellingen kunnen later eveneens toetreden en het werkprogramma kan worden uitgebreid, waardoor de bedoeling duidelijk verder reikt dan één gebouw in Georgetown. De structuur moet uiteindelijk reproduceerbaar worden en oplossingen ontwikkelen die ook in andere tropische economieën kunnen worden toegepast.

Dat regionale karakter is belangrijk omdat voedselzekerheid in het Caribisch gebied al jaren een economisch kwetsbaar punt vormt. CARICOM begon met het programma Vision 25 by 2025 om de regionale voedselimportrekening met een kwart te verminderen, maar besloot in februari 2025 het programma met vijf jaar te verlengen tot 2030 en verder uit te breiden. De oorspronkelijke regionale voedselimportrekening bedroeg meer dan 6 miljard Amerikaanse dollar, waarmee duidelijk wordt hoeveel kapitaal jaarlijks de regio verlaat voor producten die gedeeltelijk dichter bij huis zouden kunnen worden geproduceerd.

Guyana heeft binnen die agenda steeds nadrukkelijker geprobeerd de leiding te nemen en president Irfaan Ali heeft al uitgesproken dat het land een belangrijke voedselproducent voor het gehele Caribisch gebied moet worden. Het nieuwe centrum past rechtstreeks in die strategie, omdat landbouw voor Georgetown niet langer uitsluitend wordt gezien als een traditionele sector van rijst, suiker en lokale productie, maar steeds meer als onderdeel van een bredere economische architectuur waarin technologie, verwerking, logistiek, energie, onderzoek en regionale export met elkaar worden verbonden. De olie inkomsten geven Guyana daarbij financiële ruimte om infrastructuur te bouwen die veel andere Caribische economieën moeilijker zelfstandig kunnen financieren.

President Ali legde bij de presentatie van het project in juni nadrukkelijk de koppeling tussen nieuwe technologie, toegevoegde waarde, klimaatbestendigheid, zaadproductie en een technisch ecosysteem dat voedselzekerheid moet versterken. Daarmee verschuift het debat van simpelweg meer hectares produceren naar de vraag hoeveel kennis, productiviteit en economische waarde uit iedere hectare kan worden gehaald, omdat een kleine regio nooit uitsluitend op oppervlakte kan concurreren met de grootste landbouwproducenten ter wereld. De werkelijke concurrentiekracht moet daarom komen uit betere zaden, nauwkeuriger productie, efficiënter watergebruik, betere verwerking, lagere verliezen en producten met een hogere toegevoegde waarde.

Klimaatverandering maakt die technologische omslag tegelijkertijd noodzakelijker, omdat landbouw in het Caribisch gebied wordt blootgesteld aan droogte, extreme regenval, orkanen, veranderende bodemcondities en nieuwe ziekten. Hetzelfde Guyana werd dit jaar al onderdeel van een afzonderlijk regionaal project voor klimaatbestendige landbouw en bodemgezondheid dat samen met Jamaica en Saint Vincent en de Grenadines wordt uitgevoerd. Productiviteit kan daardoor niet meer uitsluitend worden gemeten aan de hoeveelheid voedsel die tijdens een goed seizoen wordt geproduceerd, maar ook aan de snelheid waarmee een landbouwsysteem kan herstellen wanneer het klimaat tegenzit.

De samenwerking met Brazilië heeft ook een geopolitieke betekenis die gemakkelijk verloren gaat wanneer het initiatief uitsluitend als landbouwproject wordt bekeken. Brazilië vergroot hiermee zijn technologische invloed in het Caribisch gebied, Guyana krijgt toegang tot een van de meest ontwikkelde tropische landbouwkennisnetwerken ter wereld en CARICOM krijgt een potentiële regionale onderzoeksbasis op Zuid Amerikaanse bodem. Het is daarmee een klassiek voorbeeld van Zuid Zuid samenwerking waarbij kennis niet uitsluitend vanuit Europa of Noord Amerika naar kleine ontwikkelende economieën stroomt, maar tussen landen die veel van dezelfde tropische productieomstandigheden kennen.

Die verschuiving kan voor Guyana bijzonder waardevol worden wanneer het land erin slaagt meer te doen dan alleen primaire landbouwproducten produceren. De grootste economische winst ontstaat uiteindelijk wanneer gewassen lokaal worden verwerkt, zaden worden ontwikkeld, technologie wordt verkocht, agrarische diensten ontstaan, onderzoekers worden opgeleid en regionale waardeketens worden gebouwd. Een ton landbouwproduct dat onbewerkt wordt uitgevoerd creëert immers een ander economisch rendement dan voedsel dat lokaal wordt verwerkt, verpakt, gecertificeerd en vervolgens via een eigen distributieketen naar andere markten wordt verkocht.

De uitdaging wordt daarom uitvoering, want het Caribisch gebied heeft geen tekort aan strategieën, conferenties, intentieverklaringen en programma’s voor voedselzekerheid, maar wel aan voldoende productie, betaalbaar transport, betrouwbare opslag, financiering, irrigatie, agrarische verzekeringen en toegang tot grote afzetmarkten. Een onderzoekscentrum kan uitstekende nieuwe variëteiten ontwikkelen, maar wanneer boeren geen krediet krijgen, havens te duur zijn of eilanden onvoldoende met elkaar verbonden zijn, blijft wetenschappelijke innovatie opgesloten tussen laboratorium en landbouwgrond. CARICOM erkent zelf dat handelsbarrières, financiering, verzekeringen, regionale logistiek en transport tegelijkertijd moeten worden aangepakt om de voedselagenda werkelijk te laten slagen.

Suriname zou deze ontwikkeling met aanzienlijk meer aandacht moeten volgen dan alleen vanuit regionale solidariteit, omdat het land geografisch, klimatologisch en agrarisch veel kenmerken deelt met Guyana en daardoor eveneens rechtstreeks zou kunnen profiteren van Braziliaanse tropische landbouwkennis. De strategische vraag is echter of Suriname uitsluitend gebruiker wordt van technologie die straks vanuit Georgetown wordt verspreid, of zelf onderzoekers, universiteiten, boeren, bedrijven en overheidsinstituten tijdig verbindt aan dit kennisnetwerk en vervolgens eigen expertise ontwikkelt in zaadtechnologie, precisielandbouw, klimaatbestendige productie en voedselverwerking. Olie kan toekomstige staatsinkomsten verhogen, maar voedselproductie, kennis en exportcapaciteit bepalen mede of die rijkdom uiteindelijk een bredere productieve economie achterlaat.

Guyana bouwt daarmee iets dat op het eerste gezicht slechts een landbouwcentrum lijkt, maar in werkelijkheid veel groter kan worden wanneer wetenschap, geld, productie en regionale markttoegang daadwerkelijk aan elkaar worden gekoppeld. Brazilië brengt kennis mee uit een landbouwtransformatie die tientallen jaren heeft gekost, IICA brengt het institutionele netwerk, CARICOM levert de regionale markt en Guyana biedt grond, politieke ambitie en steeds grotere investeringscapaciteit. De vraag is daarom niet langer uitsluitend of Guyana meer voedsel kan produceren, maar of Georgetown erin slaagt het intellectuele en technologische centrum te worden van de nieuwe Caribische voedselindustrie, want degene die straks de kennis, zaden, technologie en standaarden beheerst, verdient uiteindelijk veel meer dan degene die alleen het land bewerkt.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Total
0
Shares
Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Related Posts
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag