Wat begon als een militair conflict in het Midden Oosten is intussen uitgegroeid tot een veel bredere grondstoffen en energiecrisis. Hierbij staan niet alleen olie en gas, maar de hele logistiek van de wereldeconomie onder druk. Topman Fatih Birol van het Internationaal Energieagentschap spreekt inmiddels van een verstoring die zwaarder weegt dan de twee olieschokken van de jaren zeventig samen. Er is namelijk een verlies van ongeveer 11 miljoen vaten olie per dag en een zware klap voor de gasmarkt. Juist omdat tegelijk de Straat van Hormuz en vitale energie installaties in de regio geraakt zijn, wordt de impact groter. Achter de explosies en raketaanvallen tekent zich daardoor een ongemakkelijke werkelijkheid af. Het blijkt nu dat de oorlog allang niet meer alleen over militaire macht gaat, maar over de vraag wie de energieknoppen, de vaarroutes en de prijs van industriële rust in handen heeft.
Jan Rotmans raakt daarmee een punt dat buiten de dagelijkse nieuwscyclus vaak te weinig wordt gezien. Want de schade zit niet alleen in een tijdelijk dichtgeknepen doorgang, maar in het langdurig vernielen van raffinage, gasverwerking, exportcapaciteit en aanvoerlijnen. Het IEA meldde deze week dat tientallen energie locaties in meerdere landen zwaar beschadigd zijn. Zo’n vernieling kan prijzen nog lang hoog houden, zelfs wanneer de gevechten afnemen. Dat komt omdat herstel van zulke infrastructuur geen kwestie van dagen maar van jaren kan zijn. Markten hebben dat signaal meteen begrepen. Brent bleef boven de 100 dollar, fysieke olie uit alternatieve regio’s piekte nog veel hoger, en landen zijn inmiddels koortsachtig op zoek naar vervangende volumes.
Europa voelt in die schok opnieuw hoe kwetsbaar het is, omdat het wel harder inzet op verduurzaming maar tegelijk nog steeds zwaar leunt op invoer van fossiele energie. Daarnaast is er de buitenlandse controle over kritieke grondstoffen die juist voor die verduurzaming nodig zijn. De Europese Raad laat zien dat de Verenigde Staten in 2025 goed waren voor bijna 58 procent van alle LNG invoer van de Europese Unie. Hieruit blijkt dat de afhankelijkheid niet is verdwenen maar vooral van richting is veranderd. Ondertussen erkent de Europese Commissie dat de waardeketen voor kritieke metalen en raffinage nog altijd te sterk buiten Europa ligt. China heeft intussen volgens het IEA het grootste deel van de mondiale productiecapaciteit voor zonnepanelen in handen. De Europese Rekenkamer waarschuwt bovendien dat veel cruciale mineralen nog steeds geconcentreerd zijn in een paar landen buiten de Unie. Daardoor zijn energie en grondstoffen allang geen gewone hulpbronnen meer maar geopolitieke machtsmiddelen.
Politiek gezien wordt daarmee steeds duidelijker dat deze crisis de energietransitie niet vertraagt maar van motief verandert. Klimaatdoelen maken steeds meer plaats voor strategische noodzaak, industriële autonomie en angst voor blokkades die fabrieken, havens en digitale systemen tegelijk kunnen raken. Het IEA probeert de eerste schok al te dempen met een recordvrijgave van 400 miljoen vaten uit noodreserves. Ook doet het een ongebruikelijk rechtstreeks beroep op burgers en bedrijven om minder te rijden, vaker thuis te werken, ritten te delen en minder te vliegen, juist omdat aanbodmaatregelen alleen de ontregeling niet meer volledig kunnen opvangen. Achter die oproep schuilt een pijnlijk inzicht. Het is duidelijk dat overheden te lang deden alsof energiezekerheid vanzelf uit de markt zou rollen, terwijl de werkelijkheid van oorlog, sabotage en grondstoffenmacht veel harder blijkt dan de oude beleidsnotities suggereerden.
Suriname kijkt in dit alles naar een ontwikkeling die geografisch ver weg lijkt maar economisch akelig dichtbij komt. Hogere brandstof en voedselprijzen kunnen volgens het IMF de importrekening opstuwen, de lopende rekening verder onder druk zetten en tegelijk inflatie en wisselkoersspanningen aanjagen. Een land dat zelf onderweg is naar een grotere olie toekomst, maar vandaag nog sterk afhankelijk blijft van ingevoerde brandstof, transport en voedsel, merkt in zo’n wereldcrisis vooral hoe duur kwetsbaarheid is vóór de eerste echte meevallers binnenkomen. Paramaribo heeft daarom meer aan een strategische versnelling van opslag, logistieke weerbaarheid, efficiënter energiegebruik en een serieuzer grondstoffen en industriebeleid. Dit is zinvoller dan de geruststellende gedachte dat een naderende olie economie vanzelf bescherming biedt tegen een energieoorlog die de rest van de wereld al in zijn greep heeft.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com