De beëdiging van elf medewerkers van de Economische Controle Dienst (ECD) tot Buitengewoon Agent van Politie wordt gepresenteerd als een belangrijke stap in de versterking van toezicht en handhaving. Minister van Justitie en Veiligheid, mr. Harish Monorath, beëdigde de controleurs in de vergaderzaal van het ministerie. Daarmee krijgen zij aanvullende bevoegdheden om controles uit te voeren bij bedrijven die landelijk vergunningplichtige activiteiten verrichten, processen verbaal op te maken en deze door te geleiden naar het Openbaar Ministerie. In werkelijkheid legt deze beëdiging vooral een ongemakkelijke vraag open, waarom heeft het ongeveer elf jaar moeten duren voordat een eerste groep ECD controleurs deze aanvullende bevoegdheden krijgt? Elf jaar is geen detail, het is een periode waarin markten veranderen, bedrijven groeien, vergunningen worden verstrekt, consumenten worden geconfronteerd met prijsstijgingen en de overheid voortdurend beweert de economische orde te willen bewaken. Als controleurs al die tijd zonder voldoende juridische slagkracht hebben moeten opereren, rijst onvermijdelijk de indruk dat economische controle in Suriname jarenlang niet de prioriteit heeft gekregen die zij verdient.
De beëdiging van elf medewerkers is daarom niet alleen een bestuurlijke mijlpaal, maar ook een stille erkenning van een structureel tekort. De ECD heeft als taak toezicht te houden op economische activiteiten en erop toe te zien dat ondernemingen zich aan de geldende regels houden. Maar toezicht zonder voldoende bevoegdheden dreigt te verworden tot een papieren exercitie. Controleurs kunnen overtredingen constateren, rapporteren en waarschuwen, maar wanneer de daadwerkelijke handhaving vervolgens hapert, blijft de overtreder vaak met weinig meer achter dan de wetenschap dat de overheid langs is geweest. Daar komt nu verandering in. De nieuwe BAVP’s krijgen de mogelijkheid om processen verbaal op te maken en deze rechtstreeks door te geleiden naar het Openbaar Ministerie. Dat kan de keten tussen controle, opsporing en vervolging aanzienlijk versterken. Maar bevoegdheden alleen maken geen sterke toezichthouder. Want wat gebeurt er wanneer een grote onderneming wordt gecontroleerd? Regels worden niet consequent toegepast, vanwege de naam, politieke connecties of economische macht van een bedrijf. En vooral, het Openbaar Ministerie zal voldoende capaciteit en bereidheid hebben om zaken die door de ECD worden aangebracht daadwerkelijk verder te behandelen.
Het verleden geeft weinig reden om overdreven optimistisch te zijn. Suriname kent al jarenlang het probleem dat regelgeving wel bestaat, maar handhaving selectief, traag of onvoldoende zichtbaar is. Dat ondermijnt niet alleen het gezag van de overheid, maar creëert ook een oneerlijke economische omgeving. Ondernemers die zich wel aan de regels houden, kunnen zich terecht benadeeld voelen wanneer concurrenten regels overtreden zonder duidelijke consequenties. Juist daarom moet deze beëdiging meer worden dan een ceremonieel moment met foto’s en officiële verklaringen. De samenleving heeft geen behoefte aan nog een bestuurlijke aankondiging die na enkele maanden in de vergetelheid raakt. Er is behoefte aan aantoonbare resultaten. De elf nieuwe BAVP’s zullen hun werk moeten doen onder omstandigheden waarin economische belangen vaak groot zijn. Dat vereist niet alleen bevoegdheden, maar ook onafhankelijkheid, deskundigheid, bescherming tegen beïnvloeding en voldoende middelen. Een controleur die wel bevoegd is maar onvoldoende personeel, transport, opleiding of institutionele steun krijgt, beschikt uiteindelijk slechts over bevoegdheden op papier. De regering heeft met deze beëdiging een belangrijke stap gezet, maar tegelijkertijd een grote verantwoordelijkheid op zich genomen.
Nu moet worden bewezen dat de versterking van de ECD daadwerkelijk leidt tot betere handhaving. Elf medewerkers na ongeveer elf jaar is geen reden om achterover te leunen. Het is eerder een waarschuwing dat institutionele versterking veel te lang op zich heeft laten wachten. Als de overheid economische controle werkelijk serieus neemt, moet dit het begin zijn van een structurele aanpak en niet het eindpunt van een ceremonie. De ECD moet kunnen optreden waar regels worden overtreden, processen verbaal moeten consequent worden opgevolgd en de samenwerking met justitiële autoriteiten moet daadwerkelijk functioneren. Pas wanneer overtreders merken dat economische regels niet vrijblijvend zijn, zal sprake zijn van echte handhaving. De beëdiging van elf ECD medewerkers is daarmee een kans op herstel. Maar het is ook een test. Niet voor de elf controleurs alleen, maar vooral voor een overheid die jarenlang heeft toegestaan dat versterking van economische handhaving kennelijk kon wachten. De samenleving zal uiteindelijk niet beoordelen hoeveel medewerkers een eed hebben afgelegd. Zij zal kijken hoeveel overtredingen daadwerkelijk worden aangepakt, hoeveel dossiers resultaat opleveren en of de economische regels eindelijk voor iedereen hetzelfde gelden.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com