About
Mission
We connect journalism, community building and posting to feed society with reliable data and create equal development opportunities.
Vision
We are building a future where transparency, social cohesion and flexible talent combine to create impactful, data-driven decision-making.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Duurzaam mag geen groen keurmerk worden voor uitbuiting van wilde dieren

In Nairobi wordt deze week achter gesloten vergadertafels gewerkt aan taal die jarenlang kan bepalen wanneer de vangst, handel, verplaatsing en economische benutting van wilde dieren internationaal als duurzaam mag worden gepresenteerd, waardoor een technisch overleg dat nauwelijks publieke aandacht krijgt uiteindelijk grote gevolgen kan hebben voor nationale wetgeving, vergunningen, investeringen en handelsketens. Tijdens de achtentwintigste vergadering van het wetenschappelijke adviesorgaan van het Biodiversiteitsverdrag bespreken regeringen en deskundigen de eerste brede mondiale richtlijn voor het beheer van wilde soorten en uiteenlopende vormen van gebruik, waarna hun aanbevelingen in oktober aan de politieke besluitvorming tijdens de biodiversiteitsconferentie in Armenië worden voorgelegd.

De inzet lijkt op het eerste gezicht verstandig, omdat de wereld behoefte heeft aan sterkere afspraken over biodiversiteit, eerlijke deelname van lokale gemeenschappen, bescherming van traditionele kennis en een rechtvaardiger verdeling van inkomsten uit natuurgebruik. Het ontwerp verlangt dat Inheemse en lokale gemeenschappen daadwerkelijk worden betrokken bij besluiten, dat hun rechten en traditionele bestuurssystemen worden erkend en dat inkomsten uit toerisme, vergunningen en andere vormen van natuurgebruik niet uitsluitend terechtkomen bij overheden, handelaren en internationale bedrijven. Die uitgangspunten kunnen een belangrijke correctie vormen op natuurbeleid waarin gemeenschappen soms wel de beperkingen dragen, maar nauwelijks profiteren van de economische waarde die uit hun leefgebied wordt gehaald.

Het gevaar begint echter bij het woord duurzaam, omdat dat begrip in de internationale handel steeds vaker wordt gebruikt alsof het een objectief bewijs van aanvaardbaarheid is, terwijl de onderliggende beoordeling vaak voornamelijk draait om populatiecijfers, economische opbrengsten, vergunningen en de vraag of een soort op korte termijn blijft voortbestaan. Een handelspraktijk kan daardoor administratief duurzaam lijken wanneer de aantallen niet onmiddellijk instorten, maar tegelijkertijd dieren blootstellen aan stress, verwondingen, langdurig transport, slechte huisvesting, hoge sterfte en omstandigheden die vanuit gezondheid en dierenwelzijn nauwelijks verdedigbaar zijn. Een gezonde populatie in het wild maakt de behandeling van ieder afzonderlijk dier nog niet verantwoord.

De huidige concepttekst laat precies zien hoe snel een stevig beginsel kan worden afgezwakt door diplomatieke formuleringen, want nationale wetgeving zou volgens het ontwerp bepalingen over humane vangst, dierenwelzijn en ethische handel moeten bevatten wanneer dat passend is, waarna verbeteringen slechts worden verlangd wanneer die haalbaar zijn. Zulke woorden lijken redelijk omdat landen verschillende middelen en omstandigheden kennen, maar zij bieden tegelijkertijd een ruime ontsnappingsroute voor regeringen en sectoren die economische belangen zwaarder laten wegen dan controleerbare minimumnormen. Een wereldwijde richtlijn die eerst dierenwelzijn erkent en vervolgens de toepassing afhankelijk maakt van vrijwillige beoordeling, uitvoerbaarheid en nationale voorkeur, kan uiteindelijk vooral goede bedoelingen produceren.

De handel in exotische huisdieren toont hoe gevaarlijk die ruimte kan worden, omdat een legaal document weinig zegt over de werkelijke omstandigheden waaronder een dier werd gevangen, gekweekt, opgeslagen, vervoerd of verkocht. Zwakke registratiesystemen maken het mogelijk om dieren uit het wild als gefokt exemplaar te presenteren, grensoverschrijdende ketens verhullen de oorspronkelijke herkomst en inspecties vinden vaak plaats op een moment waarop een groot deel van de schade al is ontstaan. Een vergunning kan daarom aantonen dat iemand toestemming heeft gekregen om te handelen, maar bewijst nog niet dat de dieren traceerbaar zijn, dat de informatie betrouwbaar is of dat de hele keten ethisch verantwoord functioneert.

Wetenschappelijk onderzoek naar reptielen die als huisdier werden gehouden vond een gemiddelde sterfte van 3,6 procent binnen het eerste jaar na aanschaf, maar achter dat gemiddelde gingen grote verschillen schuil en bij kameleons liep het gemeten percentage op tot 28,2 procent. Die uitkomst kan niet zonder meer worden toegepast op iedere markt, soort of handelsroute, maar toont wel waarom algemene verklaringen over gereguleerde handel onvoldoende zijn. Een sector kan zich beroepen op legale verkoop en vermeende duurzaamheid, terwijl bepaalde dieren door hun gespecialiseerde behoeften, gevoeligheid voor stress en gebrekkige verzorging een aanzienlijk risico lopen om kort na aankoop te sterven.

Dierenwelzijn vormt daarbij geen losstaand moreel hoofdstuk dat pas wordt besproken nadat de ecologische en economische berekeningen zijn afgerond, omdat slechte omstandigheden ook rechtstreeks samenhangen met volksgezondheid en biologische veiligheid. Stress, verwondingen, overbevolking, slechte ventilatie en onhygiënische opslag kunnen dieren vatbaarder maken voor infecties, waarna de combinatie van verschillende soorten, handelaren, markten en internationale transportbewegingen ziekteverwekkers toegang geeft tot nieuwe gastheren en gebieden. Het onderscheid tussen natuurbescherming, dierenwelzijn en gezondheidsbeleid wordt daardoor steeds kunstmatiger, omdat hetzelfde handelssysteem alle drie tegelijk kan ondermijnen.

Een analyse van legale handelsgegevens onder het internationale soortenverdrag stelde vast dat tussen 2011 en 2020 ongeveer 575.000 levende dieren werden verhandeld die behoorden tot soorten die mogelijk drager konden zijn van een of meer belangrijke ziekten die tussen dieren en mensen kunnen worden overgedragen. Het ging om slechts een deel van de totale handel en potentiële dragers zijn niet automatisch besmette dieren, maar de omvang maakt duidelijk dat volksgezondheidsrisico’s niet alleen ontstaan in illegale markten die buiten het zicht van de overheid opereren. Een volledig vergunde handelsstroom kan eveneens gevaarlijk worden wanneer gezondheidstoezicht, quarantaine, herkomstcontrole en informatie uitwisseling tekortschieten.

De maatschappelijke schok van COVID 19 had voldoende reden moeten zijn om iedere grootschalige verplaatsing van levende wilde dieren met maximale voorzichtigheid te behandelen, maar internationale onderhandelingen keren opvallend gemakkelijk terug naar een model waarin gebruik in beginsel wordt toegestaan en de overheid daarna moet proberen de risico’s te beheersen. Het voorzorgsbeginsel vereist juist het tegenovergestelde wanneer betrouwbare gegevens ontbreken, omdat economische activiteiten met onzekere ecologische, medische en ethische gevolgen niet automatisch toestemming verdienen totdat onherstelbare schade is bewezen. Onvoldoende kennis behoort bij kwetsbare soorten en moeilijk controleerbare handelsketens een reden voor terughoudendheid te zijn, niet een administratieve leegte waarin exploitatie kan doorgaan.

Dezelfde fout werd eerder zichtbaar in natuurlijke hulpbronnen die jarenlang als beheersbaar werden beschouwd totdat de cijfers plotseling instortten, waarbij de teloorgang van de Atlantische kabeljauw uitgroeide tot een waarschuwing voor bestuurders die te veel vertrouwen stelden in modellen, quota en schijnbaar stabiele vangsten. Populaties kunnen onder meerdere gelijktijdige drukken bezwijken, waaronder klimaatverandering, verlies van leefgebied, vervuiling, ziekten en commerciële winning, waardoor één jaarlijks aantal nauwelijks voldoende is om te bepalen of een soort werkelijk veerkrachtig blijft. Duurzaamheid vraagt daarom niet alleen dat een populatie vandaag nog bestaat, maar ook dat zij zich kan herstellen na onverwachte schokken en niet steeds dichter naar een kritiek minimum wordt geduwd.

Strenge traceerbaarheid moet daarom vanaf de oorspronkelijke locatie tot aan de uiteindelijke koper gelden, waarbij digitale registraties, onafhankelijke controles, betrouwbare identificatie van soorten en sancties tegen vervalste herkomst essentieel zijn. De concepttekst noemt vergunningen, quota, transparantie, humane standaarden en traceersystemen, maar de waarde daarvan wordt volledig bepaald door de vraag of landen over voldoende personeel, laboratoriumcapaciteit, douane expertise, data uitwisseling en politieke bereidheid tot handhaving beschikken. Regels die uitsluitend bestaan in wetboeken kunnen een schadelijke sector zelfs meer geloofwaardigheid geven, omdat het woord gereguleerd vervolgens als marketinginstrument wordt gebruikt zonder dat de overheid de praktijk werkelijk beheerst.

Belangen binnen de discussie lopen ook fundamenteel uiteen, omdat gemeenschappen natuur kunnen gebruiken voor voedsel, cultuur en lokaal levensonderhoud, natuurbeschermers soorten willen behouden, handelaren markten willen uitbreiden en overheden inkomsten uit vergunningen, toerisme en export nastreven. Die belangen mogen niet gemakshalve onder één breed begrip worden samengebracht alsof iedere vorm van gebruik dezelfde maatschappelijke legitimiteit bezit. Kleinschalig traditioneel gebruik binnen een lokaal beheerd gebied is niet hetzelfde als internationale handel waarbij levende dieren door meerdere landen worden vervoerd, en natuurgericht toerisme zonder vangst veroorzaakt andere risico’s dan een commerciële markt voor exotische huisdieren.

Economische alternatieven verdienen daarom een veel prominentere plaats dan modellen die hoofdzakelijk proberen de hoeveelheid toegestane exploitatie nauwkeuriger te berekenen. Goed georganiseerd natuurtoerisme, betalingen voor ecosysteemdiensten, wetenschappelijk onderzoek, lokale monitoring en programma’s voor het voorkomen van conflicten tussen mens en dier kunnen gemeenschappen inkomsten bieden zonder grote aantallen dieren te vangen of te verplaatsen. Bescherming wordt duurzamer wanneer bewoners er aantoonbaar voordeel van ondervinden, maar economisch voordeel hoeft niet automatisch te betekenen dat een dier moet worden gedood, opgesloten of tot handelsproduct moet worden gemaakt.

Culturele rechten en lokale bestaanszekerheid mogen daarbij niet worden gebruikt als decoratie voor commerciële structuren waarin de meeste winst elders terechtkomt. De mondiale richtlijn erkent terecht inspraak, traditionele kennis, vrije en voorafgaande toestemming en een eerlijk aandeel in opbrengsten, maar die beginselen verliezen hun betekenis wanneer externe bedrijven vervolgens de vergunningen, exportkanalen, certificaten en marktprijzen beheersen. Echte rechtvaardigheid vereist dat gemeenschappen niet alleen worden geraadpleegd, maar ook zeggenschap behouden over hun gebieden, gegevens, kennis en de grenzen van economisch gebruik.

Een land als Suriname kan uit deze discussie belangrijke conclusies trekken voordat mondiale richtlijnen later in nationale vergunningen en beleidsstukken worden verwerkt, omdat natuurlijke rijkdom alleen duurzaam kan worden benut wanneer traceerbaarheid, wetenschappelijke onderbouwing, dierenwelzijn, gezondheidscontrole en de rechten van Inheemse en Tribale gemeenschappen tegelijkertijd worden beschermd. De economische aantrekkingskracht van handel mag nooit voldoende zijn om onduidelijke herkomst, gebrekkige inspectie of hoge sterfte te accepteren, en ecotoerisme, onderzoek en andere niet onttrekkende verdienmodellen verdienen structureel meer ruimte dan activiteiten die achteraf met een groen label moeten worden verdedigd.

De vergadering in Nairobi behandelt daarom geen onschuldige technische woordkeuze, maar bepaalt mede of duurzaamheid een harde grens tegen misbruik wordt of een internationaal stempel waarmee bestaande exploitatie gemakkelijker kan worden verkocht. Een geloofwaardige mondiale richtlijn moet duidelijk benoemen welke praktijken niet aanvaardbaar zijn, welke omstandigheden onmiddellijke opschorting vereisen en welke minimumnormen nooit afhankelijk mogen worden gemaakt van commerciële haalbaarheid. Zodra legaal wordt verward met verantwoord en duurzaam met winstgevend, verandert natuurbescherming in keurmerkbeheer en krijgt uitbuiting precies het officiële zegel dat zij nodig heeft om als vooruitgang te worden gepresenteerd.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Total
0
Shares
Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Related Posts
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag