De krappe overheidsmiddelen dwingen ministeries steeds nadrukkelijker om over hun eigen grenzen heen te kijken. Bij het ministerie van Defensie is een concrete stap in die richting gezet met de ondertekening van een overeenkomst tussen het ministerie van Defensie en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa). Defensie stelt via het Instituut voor Defensie Opleidingen (IDO) gedurende een volledig collegejaar vijf lokalen beschikbaar voor het verzorgen van hbo colleges. Wat op het eerste gezicht een praktische afspraak over vijf lokalen lijkt, heeft volgens minister Uraiqit Ramsaran van Defensie een veel bredere betekenis. De overeenkomst moet vooral laten zien dat staatsmiddelen slimmer kunnen worden ingezet wanneer ministeries bereid zijn hun faciliteiten met elkaar te delen. Ramsaran ziet de samenwerking dan ook niet als een eenmalige verhuur of het beschikbaar stellen van ruimte. Volgens de bewindsman gaat het om een andere manier van denken binnen de overheid, niet ieder ministerie als een afzonderlijk eiland, maar de Staat als één organisatie met gezamenlijke middelen en verantwoordelijkheden. Die benadering wordt steeds belangrijker nu verschillende overheidsinstanties tegelijk worden geconfronteerd met de noodzaak om zorgvuldig met beschikbare financiële middelen om te gaan.
Door bestaande infrastructuur gezamenlijk te gebruiken, kunnen nieuwe kosten worden beperkt en middelen worden vrijgemaakt voor andere prioriteiten. Een samenwerking die verder zal uitgroeien tot een veel groter project. Volgens hem ligt er binnen de overheid nog veel ruimte om bestaande faciliteiten efficiënter te benutten. Hij benadrukte dat ministers en ministeries bereid moeten zijn elkaar te ondersteunen en gezamenlijk mogelijkheden te creëren voor de ontwikkeling van mensen. Het IDO vormt daarbij een belangrijk onderdeel van de overeenkomst. Het instituut verzorgt jaarlijks verschillende opleidingen en trainingen die gericht zijn op het versterken van kennis, vaardigheden en professionaliteit binnen de defensieorganisatie. De beschikbaarheid van de lokalen voor BiZa betekent dat deze infrastructuur gedurende een volledig collegejaar ook een bredere overheidsfunctie krijgt. Daarmee wordt een bestaande investering in overheidsinfrastructuur breder benut. De lokalen staan niet uitsluitend ten dienste van Defensie, maar worden ingezet voor de ontwikkeling van kader binnen een ander ministerie. Voor minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken gaat het echter om meer dan alleen de fysieke ruimte waarin colleges worden gegeven.
Volgens hem is het noodzakelijk dat de overheid serieus investeert in de vorming van goed opgeleid kader. Daarbij hoort niet alleen een inhoudelijk sterke opleiding, maar ook een leeromgeving die aansluit bij het niveau en de verantwoordelijkheid die deelnemers later binnen de overheid moeten dragen. Bee koppelde die noodzaak nadrukkelijk aan de economische ontwikkelingen die Suriname te wachten staan. Met de groeiende aandacht voor de ontwikkeling van olie en gasvoorraden wordt de behoefte aan deskundig en goed voorbereid kader volgens hem steeds urgenter. We praten over de ontwikkeling van olie en gas, maar als we geen kader hebben, gaan we problemen hebben. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil daarom serieus investeren in de ontwikkeling van mensen die de overheid in de komende periode moeten versterken. De boodschap van de bewindsman is, economische groei alleen is onvoldoende wanneer de overheid niet beschikt over mensen die de nieuwe verantwoordelijkheden kunnen dragen.
De komst van nieuwe economische activiteiten brengt immers ook grotere bestuurlijke, technische en organisatorische uitdagingen met zich mee. Juist daar raakt de samenwerking tussen Defensie en BiZa aan een groter vraagstuk. De beschikbaarstelling van vijf lokalen is slechts het zichtbare begin. Daarachter ligt de ambitie om overheidsfaciliteiten doelmatiger te gebruiken en tegelijkertijd te investeren in de kwaliteit van het ambtelijk apparaat. De ondertekening van de overeenkomst markeert daarmee een samenwerking die verder reikt dan de muren van het IDO. Defensie levert de ruimte, Binnenlandse Zaken brengt de opleidingsbehoefte in, maar uiteindelijk moet de hele overheid profiteren van een efficiëntere inzet van staatsmiddelen en beter opgeleid personeel. De twee ministeries zetten met de overeenkomst in ieder geval een duidelijke stap, beschikbare capaciteit wordt gedeeld, opleidingsmogelijkheden worden uitgebreid en de ontwikkeling van overheidskader wordt nadrukkelijker als gezamenlijke verantwoordelijkheid benaderd. In een periode waarin iedere overheidsinvestering kritisch moet worden bekeken, krijgt juist die samenwerking extra gewicht. Niet alleen gebouwen of middelen staan centraal, maar slimmer gebruikmaken van wat er al is. En volgens Ramsaran kan dat het begin zijn van een veel groter overheidsproject.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com