De zoveelste brand op de vuilstortplaats Ornamibo in het district Wanica legt opnieuw de tekortkomingen in het afvalbeheer en het uitblijven van structurele oplossingen bloot. Terwijl de branden zich blijven herhalen en de risico’s van rookontwikkeling voor de omgeving aanhouden, dreigt de situatie een nieuw dieptepunt te bereiken, het Korps Brandweer Suriname (KBS) zal niet langer vanzelfsprekend uitrukken om het vuur te bestrijden. De terughoudende opstelling, die eerder werd aangekondigd, wordt daarmee concreet. Het is een ontwikkeling die niet alleen vragen oproept over de verantwoordelijkheid van de terreinbeheerders, maar vooral over het optreden van de overheid. De brandmelding kwam vandaag binnen, maar het brandweerkorps zal volgens de beschikbare informatie niet uitrukken. Over de omvang van de brand, de oorzaak, de rookontwikkeling en de mogelijke gevolgen voor omliggende woongebieden is vooralsnog weinig bekend. Juist die onzekerheid maakt de situatie zorgwekkend. Wanneer een vuilstortplaats herhaaldelijk in brand vliegt en de reguliere brandbestrijding niet langer vanzelfsprekend is, ontstaat een risico dat niet uitsluitend op het terrein zelf blijft. Ornamibo is al geruime tijd het toneel van terugkerende branden. In augustus moest de brandweer nog langdurig optreden om een brand te bestrijden.
Daarbij bleek het bijzonder moeilijk om het vuur volledig te doven, omdat afval onder het oppervlak bleef smeulen. Daardoor kan een brand opnieuw oplaaien, zelfs nadat de zichtbare vlammen zijn bestreden. Dat dit probleem zich blijft voordoen, wijst op de beperkingen van een aanpak die voornamelijk gericht is op het bestrijden van branden nadat ze zijn ontstaan. Zolang preventie, toezicht en effectief terreinbeheer onvoldoende resultaat opleveren, blijft de samenleving afhankelijk van telkens terugkerende noodinterventies. De kern van het probleem is daarmee niet alleen de brand zelf, maar het uitblijven van een duurzame oplossing. De regering kan zich niet beperken tot overleg en verklaringen wanneer een probleem zich steeds opnieuw aandient. De aanhoudende branden maken duidelijk dat structurele maatregelen noodzakelijk zijn. Het uitblijven daarvan wekt de indruk dat de aanpak van Ornamibo onvoldoende prioriteit heeft gekregen, terwijl de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de leefomgeving niet gering zijn. Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath heeft eerder zijn begrip uitgesproken voor het standpunt van de brandweer om niet langer automatisch uit te rukken naar Ornamibo. Volgens de minister is het onverantwoord om brandweerlieden telkens dagenlang in te zetten bij branden die kort na het blussen opnieuw ontstaan.
Hij wees er bovendien op dat het terrein binnen korte tijd viermaal door vuilrapers in brand zou zijn gestoken. De bezorgdheid over de veiligheid van brandweerlieden is terecht. Langdurige blootstelling aan rook kan ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Ook de beperkte beschikbaarheid van blusvoertuigen, water en personeel speelt mee. Volgens Monorath moet het korps zijn capaciteit daarom zorgvuldig verdelen, zeker nu de droogte het risico op andere branden vergroot. Woningbranden en situaties waarin mensenlevens direct gevaar lopen, moeten daarbij prioriteit krijgen. Toch mag deze terughoudendheid niet uitmonden in een situatie waarin een terugkerende brand op een grote vuilstortplaats feitelijk zonder adequate bestrijding blijft. Het besluit van de brandweer onderstreept de ernst van de operationele beperkingen, maar lost het onderliggende probleem niet op. De verantwoordelijkheid voor preventie en een effectieve aanpak kan niet uitsluitend bij brandweerlieden worden gelegd. Monorath heeft eerder aangegeven overleg te voeren met minister Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening over maatregelen om nieuwe branden te voorkomen. Dat overleg moet echter meer opleveren dan goede voornemens.
De nieuwe brandmelding maakt duidelijk dat de situatie om concrete actie vraagt, met heldere verantwoordelijkheden, controleerbare maatregelen en toezicht op de uitvoering. De beheerders van Ornamibo moeten verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid en het beheer van het terrein. Tegelijkertijd kan de overheid, gezien de aanhoudende problemen, niet volstaan met het aanwijzen van andere verantwoordelijken. Er moet duidelijkheid komen over de preventieve maatregelen, de aanpak van smeulend afval en de manier waarop wordt opgetreden wanneer opnieuw brand uitbreekt. Ornamibo dreigt zo het symbool te worden van een probleem dat telkens wordt erkend, maar onvoldoende wordt opgelost. De brandweer kan niet eindeloos worden ingezet om dezelfde crisis te bestrijden, terwijl de oorzaken blijven bestaan. Maar terugtrekking van de brandweer mag evenmin het eindpunt van het overheidsbeleid worden. Zolang een structurele aanpak uitblijft, blijft de samenleving geconfronteerd met terugkerende branden, mogelijke rookoverlast en onzekerheid over de bescherming van de omgeving. De zoveelste brand is daarom meer dan een incident, het is een pijnlijke illustratie van de gevolgen van uitgestelde maatregelen en versnipperde verantwoordelijkheid. Wat nodig is, is geen nieuwe verklaring achteraf, maar een daadkrachtige aanpak die voorkomt dat Ornamibo telkens opnieuw in brand vliegt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com