De districtscommissarissen krijgen een herziene handleiding voor financieel beheer. De regering presenteert de aanpassing als een noodzakelijke stap om de dc’s meer ruimte en armslag te geven bij de uitvoering van hun werkzaamheden. Maar achter de officiële overhandiging van het vernieuwde Begroting, Financieel en Beheer (BFB)-handboek schuilt een dieper probleem, jarenlang zijn districtsbesturen gebonden geweest aan financiële beperkingen, bureaucratische obstakels en een systeem dat lokale bestuurders onvoldoende ruimte bood om effectief te handelen. De nieuwe handleiding moet daarin verandering brengen. De vraag is echter niet alleen wat er op papier is aangepast, maar vooral wat de districtscommissarissen in de praktijk daadwerkelijk mogen, kunnen en durven uitvoeren. Tijdens de officiële overhandiging, overhandigde Jennyfer Jozefzoon-Wachter, onderdirecteur van het Onderdirectoraat Districtsbestuur en Decentralisatie (ODDD), het herziene handboek aan minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling, RO-directeur Mavrick Boejoekoe en deken van de districtscommissarissen Patrick Kensenhuis.
Volgens Jozefzoon-Wachter biedt de vernieuwde handleiding voldoende handvatten om het financieel beheer binnen de commissariaten beter uit te voeren. Kensenhuis toonde zich ingenomen met de aanpassing en benadrukte dat het verruimen van de financiële middelen een van de belangrijkste knelpunten was waarmee dc’s werden geconfronteerd. Daarmee raakt hij een gevoelige zenuw binnen het districtsbestuur. Een districtscommissaris kan verantwoordelijk worden gehouden voor de ontwikkeling en het functioneren van een district, maar zonder voldoende financiële bewegingsruimte blijft die verantwoordelijkheid grotendeels theoretisch. Bestuurders kunnen plannen maken, prioriteiten vaststellen en problemen signaleren, maar wanneer de middelen beperkt zijn en procedures voortdurend voor vertraging zorgen, verandert bestuurlijke verantwoordelijkheid in een frustrerende oefening van machteloosheid. Dat is de kern van de hervorming. Het herziene BFB-handboek kan de procedures voor het innen en uitgeven van gelden verbeteren. Het kan richtlijnen bieden voor rapportages over bestedingsplannen en standaarden vastleggen voor de beleidsplannen die commissariaten bij het ministerie van Regionale Ontwikkeling indienen.
Maar de werkelijke betekenis van de herziening hangt af van de financiële middelen die daadwerkelijk beschikbaar worden gesteld en de ruimte die dc’s krijgen om daar zelfstandig en verantwoord mee om te gaan. De vorige herziening dateert uit 2016. In de tussentijd zijn de maatschappelijke, economische en bestuurlijke omstandigheden veranderd. Dat een handleiding na ongeveer tien jaar wordt aangepast, onderstreept hoe lang regelgeving kan achterlopen op de dagelijkse realiteit van het bestuur. Die achterstand is niet slechts een administratieve kwestie. Wanneer financiële voorschriften niet aansluiten op actuele behoeften, kunnen noodzakelijke uitgaven vertraging oplopen. Districtsadministrateurs moeten vervolgens werken binnen een systeem dat mogelijk onvoldoende is afgestemd op de eisen van deze tijd. De gevolgen daarvan kunnen direct voelbaar zijn voor burgers die afhankelijk zijn van een goed functionerend districtsbestuur. De herziening is uitgevoerd door de interdepartementale Commissie Revisie BFB, met medewerkers van Regionale Ontwikkeling en Financiën & Planning. Die samenwerking is belangrijk, omdat financieel beheer niet los kan worden gezien van toezicht, begrotingsdiscipline en verantwoordingsplicht. Meer armslag voor dc’s mag niet betekenen dat controle wordt verzwakt. Integendeel, meer financiële ruimte moet samengaan met transparante procedures, duidelijke verantwoordelijkheden en controleerbare bestedingen.
Elke verruiming van bevoegdheden moet gepaard gaan met een helder systeem waarin zichtbaar is waar middelen vandaan komen, waaraan ze worden besteed en wie daar verantwoording voor aflegt. Daar ligt ook de uitdaging voor minister Huur en haar ministerie. De officiële overhandiging mag niet het eindpunt van een administratieve exercitie worden. Het handboek moet een instrument zijn dat daadwerkelijk bijdraagt aan betere dienstverlening, snellere besluitvorming en een efficiënter districtsbestuur. De dc’s hebben behoefte aan meer dan nieuwe richtlijnen. Zij hebben behoefte aan een bestuurlijk systeem waarin bevoegdheden, middelen en verantwoordelijkheden met elkaar in evenwicht zijn. Zonder die samenhang dreigt het herziene handboek slechts een nieuwe laag regelgeving te worden bovenop bestaande problemen. De boodschap van deze hervorming moet daarom verder reiken dan een plechtige overhandiging. Als de regering serieus werk wil maken van decentralisatie, zal zij moeten aantonen dat districtsbesturen niet alleen op papier meer ruimte krijgen, maar die ruimte ook daadwerkelijk kunnen benutten. Want een districtsbestuur dat verantwoordelijk wordt gehouden zonder voldoende middelen, blijft gevangen tussen politieke verwachtingen en bestuurlijke beperkingen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com