Hoewel de cijfers van zogenoemde high impact crimes een daling laten zien, is er weinig reden voor overwinning. Criminaliteitscijfers kunnen een positief beeld schetsen, maar vertellen lang niet altijd het volledige verhaal van de veiligheid in Suriname. Voor burgers die te maken krijgen met een beroving, woninginbraak, bedreiging of geweldsincident, is één incident geen statistiek. Het is een directe aantasting van hun gevoel van veiligheid, hun bezit en soms zelfs hun leven. Dat is ook precies de realiteit waarop het Korps Politie Suriname (KPS) zich niet mag verkijken. Plaatsvervangend korpschef en directeur Operaties, politiecommissaris Rishi Akkal, stelt terecht dat iedere vorm van criminaliteit zorgwekkend blijft. De uitspraak dat ‘elke manifestatie van criminaliteit, elke beroving, elke inbraak er één te veel is’ klinkt krachtig, maar krijgt pas betekenis wanneer daar voldoende capaciteit, zichtbare aanwezigheid en daadkracht tegenover staan. Het KPS erkent zelf dat de beschikbare capaciteit in het binnenland nog altijd ontoereikend is, dat is geen nieuw probleem. Al jaren wordt gesproken over versterking van personeel, logistiek, trainingen en technologie.
Maar voor inwoners van afgelegen gebieden blijft veiligheid vaak afhankelijk van de vraag of er überhaupt voldoende politie in de buurt is wanneer het misgaat. De recente roofoverval in Witagron, Sipaliwini, heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar gemeenschappen in het binnenland kunnen zijn. Dat na een ernstig incident controles worden opgevoerd, gespecialiseerde teams worden ingezet en samenwerking met het Nationaal Leger wordt geïntensiveerd, is noodzakelijk. Maar het roept ook de vraag op waarom dergelijke maatregelen vaak pas zichtbaar worden nadat de criminaliteit al heeft toegeslagen. Veiligheidsbeleid hoort niet uitsluitend reactief te zijn. Een politieorganisatie die structureel wil bijdragen aan veiligheid, moet niet alleen achter daders aan zitten, maar ook voorkomen dat criminelen vrij spel krijgen. Dat betekent voldoende personeel, bereikbaarheid, moderne communicatiemiddelen, betrouwbare voertuigen, goede informatievoorziening en een permanente aanwezigheid op strategische locaties. In een land met uitgestrekte en moeilijk bereikbare gebieden is dat geen luxe, maar een absolute noodzaak. De drugsvangsten bij controlepost Burnside tonen aan dat gerichte controles resultaat kunnen opleveren.
Dat is positief, maar enkele succesvolle vangsten mogen niet worden gebruikt als bewijs dat het bredere veiligheidsprobleem onder controle is. Criminaliteit past zich aan. Criminelen zoeken zwakke plekken op, verplaatsen hun activiteiten en maken gebruik van gebieden waar toezicht beperkt is. Daarom is voortdurende evaluatie inderdaad noodzakelijk, maar evaluatie zonder structurele versterking blijft vooral beleid op papier. Ook de verkeersveiligheid verdient meer dan algemene oproepen aan weggebruikers. Het aantal verkeersdoden baart het KPS terecht zorgen. De uitspraak dat niemand van huis vertrekt met de bedoeling om niet meer thuis te komen, raakt de kern van het probleem. Toch is het te gemakkelijk om verkeersveiligheid vooral als een kwestie van individueel gedrag te presenteren. Natuurlijk dragen bestuurders verantwoordelijkheid. Rijden onder invloed, hoge snelheid, roekeloos rijgedrag en het negeren van verkeersregels zijn keuzes waarvoor mensen zelf verantwoordelijk zijn. Maar verkeersveiligheid wordt ook bepaald door de staat van wegen, verlichting, verkeerssignalering, voertuigcontroles, handhaving en de consequentie waarmee overtredingen worden aangepakt.
Wie burgers voortdurend oproept hun verantwoordelijkheid te nemen, moet als overheid dezelfde verantwoordelijkheid tonen. De boodschap ‘de politie kan het niet alleen’ is daarom terecht, maar mag geen excuus worden voor tekortkomingen binnen het veiligheidsapparaat. Veiligheid is inderdaad een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar de overheid heeft daarin een bijzondere taak. Zij beschikt over de middelen, bevoegdheden en verantwoordelijkheid om de voorwaarden te scheppen waaronder burgers veilig kunnen wonen, werken en zich verplaatsen. Sociale controle is belangrijk. Alertheid in de samenleving is belangrijk. Maar burgers kunnen geen structurele gaten in politiecapaciteit opvullen. Zij kunnen geen rechercheonderzoek uitvoeren, geen controlepost bemannen en geen georganiseerde criminaliteit bestrijden. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de staat. Daarom moeten dalende criminaliteitscijfers met voorzichtigheid worden bekeken. Een statistische verbetering is welkom, maar mag nooit leiden tot gemakzucht.
De echte maatstaf voor veiligheid is niet alleen hoeveel misdrijven er geregistreerd worden, maar ook hoe snel de politie kan reageren, hoeveel zaken daadwerkelijk worden opgelost, hoeveel daders worden vervolgd en veroordeeld en in hoeverre burgers zich daadwerkelijk veilig voelen. Suriname heeft geen behoefte aan mooie veiligheidsverhalen, maar aan een politieorganisatie die overal zichtbaar, bereikbaar en effectief kan optreden. Van Paramaribo tot Witagron en van Apoera tot de overige districten moet veiligheid geen voorrecht zijn van wie toevallig dicht bij voldoende politiecapaciteit woont, dalende cijfers zijn goed nieuws. Maar zolang capaciteitstekorten blijven bestaan, gemeenschappen in het binnenland kwetsbaar zijn en verkeersdoden blijven vallen, is er vooral reden om harder door te pakken. Veiligheid wordt niet gegarandeerd door cijfers, verklaringen of goede bedoelingen. Veiligheid wordt gegarandeerd door aanwezigheid, preventie, handhaving en consequent optreden. Suriname kan zich geen zelfgenoegzaamheid veroorloven. Iedere beroving, iedere inbraak, ieder geweldsdelict en ieder verkeersslachtoffer maakt duidelijk dat het werk nog lang niet klaar is.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com