De ontmoeting tussen minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking en zijn Cubaanse ambtgenoot Bruno Rodríguez Parrilla tijdens de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York past in een diplomatieke relatie die al decennialang wordt gekenmerkt door solidariteit, samenwerking en politieke nabijheid. Maar achter de gebruikelijke diplomatieke formuleringen ligt een werkelijkheid die om meer vraagt dan goede bedoelingen en opnieuw uitgesproken waardering. Bouva benadrukte de langdurige banden tussen Suriname en Cuba en sprak zijn waardering uit voor de Cubaanse inzet in verschillende sectoren. Vooral de aanwezigheid van Cubaanse professionals en de opleidingsmogelijkheden voor Surinaamse studenten werden genoemd. Dat zijn belangrijke vormen van samenwerking, maar tegelijkertijd blijft de vraag naar voren komen in hoeverre deze relaties Suriname structureel sterker maken. De samenwerking met Cuba heeft Suriname in het verleden concrete voordelen gebracht, vooral op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en technische kennis. Toch zou de volgende fase van de relatie verder moeten gaan dan het onderhouden van bestaande programma’s.
Als Suriname werkelijk meer uit de relatie wil halen, is een duidelijke verschuiving nodig van traditionele solidariteit naar wederkerige economische en technologische samenwerking. Dat geldt in het bijzonder voor de landbouw. Bouva stelde voor om mogelijkheden voor opleiding en kennisuitwisseling op dit terrein te onderzoeken, met voedselzekerheid als belangrijk aandachtspunt. Dat voorstel is relevant, zeker voor een land als Suriname dat beschikt over landbouwgrond en natuurlijke hulpbronnen, maar tegelijkertijd kwetsbaar blijft voor importafhankelijkheid en schommelingen op de internationale voedselmarkt. Voedselzekerheid kan echter niet worden opgelost met alleen opleidingen en diplomatieke gesprekken. Er zijn investeringen nodig in technologie, irrigatie, verwerking, opslag, transport, onderzoek en toegang tot markten. Als de samenwerking met Cuba op dit terrein werkelijk betekenis moet krijgen, zal zij moeten leiden tot meetbare projecten en duurzame productiecapaciteit in Suriname. Ook de Cubaanse economische en energiesituatie kwam tijdens het overleg aan de orde. Rodríguez wees op de economische en energie uitdagingen waarmee de Cubaanse bevolking dagelijks wordt geconfronteerd. De bespreking van zonne energie biedt daarbij een interessant aanknopingspunt.
Cuba heeft, net als Suriname, te maken met de noodzaak om energievoorziening betaalbaar, betrouwbaar en duurzamer te maken. Voor Suriname ligt hier een kans om niet alleen politieke steun uit te spreken, maar ook kennis en technologie te benutten die direct toepasbaar zijn op de eigen energieproblemen. Tegelijkertijd moet voorzichtig worden omgegaan met brede diplomatieke verklaringen over oplossingen voor Cuba’s problemen. Suriname heeft beperkte economische middelen en kan niet de verantwoordelijkheid dragen voor structurele problemen die veel groter zijn dan zijn eigen mogelijkheden. Juist daarom is het van belang dat buitenlandse samenwerking consequent wordt beoordeeld vanuit het Surinaamse nationale belang. Vriendschappelijke betrekkingen zijn waardevol, maar vriendschap tussen staten moet uiteindelijk ook zichtbaar worden in concrete resultaten voor burgers. Migratie en bereikbaarheid maken die noodzaak nog duidelijker. Als voorzitter van de CARICOM Raad voor Ministers van Buitenlandse Zaken bracht Bouva de zorgen in de regio over de situatie van de Cubaanse bevolking en CARICOM studenten in Cuba naar voren. Daarmee raakt het overleg niet alleen de bilaterale verhouding tussen Suriname en Cuba, maar ook de bredere regionale verantwoordelijkheid van Suriname. Voor studenten die in Cuba studeren, is bereikbaarheid geen abstract diplomatiek onderwerp.
Het gaat om mogelijkheid om onderwijs te volgen, familie te bezoeken en na hun opleiding terug te keren naar hun eigen land. Problemen rond verbindingen, economische omstandigheden en migratie kunnen daarom directe gevolgen hebben voor duizenden mensen in het Caribisch gebied. De oproep tot vrede en dialoog in het Caribisch gebied is op zichzelf vanzelfsprekend. De echte waarde van diplomatie blijkt echter niet uit de formulering van verklaringen, maar uit wat er daarna gebeurt. Diplomatie die uitsluitend blijft steken in woorden, levert uiteindelijk weinig op voor de bevolking. De ontmoeting tussen Bouva en Rodríguez biedt daarom vooral mogelijkheden die nog moeten worden waargemaakt. De relatie tussen Suriname en Cuba beschikt over een lange geschiedenis en een stevig politiek fundament. De uitdaging ligt nu in het omzetten van dat fundament in concrete samenwerking op het gebied van landbouw, energie, onderwijs, handel, mobiliteit en kennis. Voor Suriname zou daarbij één uitgangspunt centraal moeten staan, samenwerking is pas duurzaam wanneer beide landen er aantoonbaar sterker van worden en wanneer burgers de resultaten ervan daadwerkelijk merken. Diplomatieke vriendschap is een beginpunt, geen eindresultaat.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com