Het arbeidsconflict tussen de directie van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en de Centrale Bank Werknemers Organisatie (CBWO) is inmiddels uitgegroeid tot meer dan een discussie over een loonaanpassing. Achter de percentages, lumpsum en toelagen schuilt een dieper probleem, beide partijen lijken hetzelfde oordeel van de Bemiddelingsraad voor Geheel Suriname te lezen alsof het twee verschillende documenten zijn. De bond beschuldigt de bank van het niet uitvoeren van het oordeel, terwijl de directie stelt dat belangrijke onderdelen al zijn uitgevoerd en dat verdere financiële afwikkeling afhankelijk is van overleg over pensioen en ziektekostenbijdragen. Vandaag legt de CBWO het werk neer. Voorzitter Robby Berenstein en zijn bestuur zullen tijdens een persconferentie hun positie toelichten. Daarmee wordt een arbeidsconflict dat al langer onderhuids woedt, opnieuw publiekelijk op scherp gezet. De Bemiddelingsraad kwam tot een eindoordeel nadat werkgever en werknemersorganisatie er onderling niet uitkwamen. Dat oordeel bevat vier belangrijke onderdelen. Werknemers zouden, afhankelijk van hun salarisgroep, een structurele loonaanpassing van 14 tot 16 procent krijgen. Daarnaast werd een eenmalige uitkering vastgesteld die voor de laagste inkomenscategorie kan oplopen tot anderhalve maand salaris en bij hogere inkomens afneemt tot driekwart maandloon.
Ook werd een verhoging van de bestaande vervoerstoelage met 12 procent opgenomen. Tot zover lijkt het duidelijk. Maar juist bij het vierde onderdeel begint de ellende. De Bemiddelingsraad stelde geen concreet percentage vast voor werknemersbijdragen aan pensioen en ziektekosten, maar bepaalde dat partijen hierover afzonderlijk overleg moeten voeren. De CBWO stelt zich op het standpunt dat de concrete onderdelen gewoon moeten worden uitgevoerd. De loonaanpassing, de lumpsum en de verhoogde vervoerstoelage zijn volgens de bond geen onderhandelingsvoorstellen meer, maar onderdelen van het oordeel die uitgevoerd behoren te worden. Pensioen en ziektekosten kunnen volgens de werknemersorganisatie vervolgens binnen de normale overlegstructuur tussen directie en bond worden besproken. De directie van de Centrale Bank kiest een andere benadering. Volgens de bank vormen de onderdelen één samenhangend geheel en kan de financiële afwikkeling niet volledig worden afgerond zonder duidelijkheid over de werknemersbijdragen voor pensioen en ziektekosten. Dat standpunt wordt mede gevoed door het feit dat werknemers van de Centrale Bank momenteel geen of nauwelijks eigen bijdrage leveren aan deze voorzieningen, terwijl dergelijke bijdragen binnen andere delen van de overheid en de financiële sector wel gebruikelijk zijn.
Het probleem is echter dat de bank daarmee een cruciale stap lijkt te zetten die voor de werknemersorganisatie moeilijk te accepteren is, een concreet percentage dat door de Bemiddelingsraad is genoemd, wordt niet volledig uitgevoerd zolang over een ander onderdeel nog geen overeenstemming bestaat. De lumpsum is inmiddels uitgekeerd. Ook is besloten de vervoerstoelage met 12 procent te verhogen. Daarnaast heeft de directie een loonaanpassing van 11,4 procent aangekondigd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Daarmee blijft een aanzienlijk gat bestaan tussen wat de Bemiddelingsraad heeft vastgesteld en wat de directie bereid is voorlopig uit te voeren. Voor de werknemers is dat geen detail, maar een rechtstreeks verschil in inkomen. Voor de directie is het juist een kwestie van financiële verantwoordelijkheid en het voorkomen dat later opnieuw bedragen moeten worden verrekend wanneer werknemersbijdragen voor pensioen en ziektekosten worden vastgesteld. Het meest zorgwekkende aan deze situatie is dat een instrument dat juist bedoeld is om een arbeidsconflict te beëindigen, nu zelf onderdeel van het conflict dreigt te worden. Een Bemiddelingsraad kan een oplossing bieden, maar die oplossing verliest haar waarde wanneer werkgever en werknemersorganisatie vervolgens ieder hun eigen juridische en financiële interpretatie eraan verbinden.
Een aangekondigde verhoging van 11,4 procent terwijl het oordeel van de Bemiddelingsraad percentages van 14 tot 16 procent noemt, voedt begrijpelijkerwijs frustratie en wantrouwen. De bond moet voorkomen dat een legitieme strijd voor naleving van arbeidsvoorwaarden verandert in een machtsstrijd waarbij iedere vorm van compromis wordt gezien als verraad aan de achterban. De Bemiddelingsraad heeft inmiddels partijen opnieuw opgeroepen voor spoedoverleg. Dat overleg komt geen moment te vroeg. De CBWO heeft het werk neergelegd en de spanningen zijn verder opgelopen. Wat begon als een geschil over loonvoorwaarden dreigt nu uit te groeien tot een vertrouwenscrisis tussen werkgever en werknemers. Voor de Centrale Bank, die als monetaire autoriteit van het land juist stabiliteit behoort uit te stralen, is dat een ongemakkelijke situatie. De feiten liggen inmiddels op tafel, een deel is uitgevoerd, een deel is slechts gedeeltelijk uitgevoerd en over een ander deel moet nog worden onderhandeld. Zolang beide partijen blijven vasthouden aan hun eigen interpretatie, blijft het oordeel van de Bemiddelingsraad eerder een verdeeldheid dan een oplossing. Het is daarom hoog tijd dat de discussie wordt teruggebracht naar waar het werkelijk om draait, volledige duidelijkheid, transparante uitvoering en een werkbare arbeidsrelatie. Want zolang een uitspraak bedoeld om een conflict te beëindigen juist nieuwe verdeeldheid veroorzaakt, blijft uiteindelijk vooral één partij de rekening betalen, de geloofwaardigheid van het overlegmodel zelf.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com