Met een jaarlijkse voedselimportrekening van ruim USD 6 miljard staat het Caribisch gebied voor een ontwikkelingstest die veel groter is dan landbouw alleen, omdat voedselzekerheid inmiddels rechtstreeks raakt aan volksgezondheid, economische weerbaarheid, klimaatrisico’s, regionale handel en de vraag of kleine eilandstaten hun toekomst nog kunnen beschermen tegen schokken van buitenaf. Decennialang werd er gesproken over lokale productie, importvervanging en regionale samenwerking, maar de harde werkelijkheid blijft dat veel Caribische landen nog steeds afhankelijk zijn van schepen, buitenlandse leveranciers, dure logistiek en internationale prijsbewegingen die voedselprijzen bijna van de ene op de andere dag kunnen opdrijven. Die kwetsbaarheid wordt nog gevaarlijker wanneer dezelfde samenlevingen kampen met voedselonzekerheid, hoge cijfers rond leefstijlziekten, dure gezondheidszorg en klimaatschade die landbouw, visserij en transportketens steeds vaker onder druk zet.
Achter de cijfers schuilt een systeem dat zichzelf te lang heeft toegestaan goedkoop te lijken aan de voorkant en duur te worden aan de achterkant, omdat geïmporteerd voedsel weliswaar de schappen vult, maar tegelijk lokale boeren, vissers, verwerkers en regionale producenten structureel uit de markt kan drukken. Voor Small Island Developing States is voedselzekerheid daardoor verschoven van een smal landbouwvraagstuk naar een breed nationaal veiligheidsdossier, waarin economische groei, gezondheid, klimaatadaptatie, toerisme, werkgelegenheid en sociale stabiliteit met elkaar verbonden zijn. Een regio die miljarden uitgeeft aan import, maar tegelijk worstelt met obesitas, diabetes, hoge voedselprijzen en kwetsbare productie, kan niet langer volstaan met projecttaal en losse subsidies.
Caribische regeringen hebben deze realiteit inmiddels hoger op de regionale agenda geplaatst via de CARICOM 25 x 25 Plus Five Agenda, die de afhankelijkheid van voedselimport moet terugdringen en tegelijk binnenlandse productie, regionale handel en veerkrachtige voedselketens moet versterken. In Barbados en de Oost Caribische staten zijn daarnaast nationale voedselpaden ontwikkeld, waarin per land wordt aangegeven welke investeringen, partnerschappen en beleidswijzigingen nodig zijn om de voedselvoorziening duurzaam te hervormen en sneller vooruitgang te boeken richting de duurzame ontwikkelingsdoelen. De zwakke plek blijft echter financiering, omdat overheden met hoge schulden, beperkte begrotingsruimte en dringende sociale verplichtingen onmogelijk alleen de miljarden kunnen opbrengen die nodig zijn om productie, verwerking, opslag, logistiek, koeling en distributie op regionale schaal te moderniseren.
De recente bijeenkomst in Barbados werd daarom gebouwd rond een scherpe gedachte, namelijk dat voedselketens niet alleen als ontwikkelingsprioriteit moeten worden gezien, maar ook als een investeerbare economische klasse waarin privaat kapitaal, ontwikkelingsfinanciering en publieke middelen elkaar kunnen versterken. Regeringen, investeerders, internationale financiële instellingen, private ondernemingen, regionale organisaties en de Verenigde Naties kwamen samen om te onderzoeken hoe private equity, impactinvesteringen en gemengde financieringsmodellen kunnen worden ingezet voor bedrijven en infrastructuur in de voedselwaardeketen. Daarmee verschuift het gesprek van donorgeld en beleidsnota’s naar kapitaal, rendement, risicoverdeling en schaalbaarheid, wat noodzakelijk is wanneer de regio niet alleen wil praten over voedselsoevereiniteit, maar daadwerkelijk productiecapaciteit wil bouwen.
Een belangrijk resultaat was de lancering van een regionale Deal Book met ongeveer USD 320 miljoen aan investeringsmogelijkheden in zeven landen, verspreid over landbouw, visserij, agroverwerking, logistiek en strategische voedselinfrastructuur. Dat document moet een praktische brug vormen tussen kapitaal dat zoekt naar kansen en ondernemingen die zoeken naar groei, omdat veel Caribische bedrijven niet falen door gebrek aan ideeën, maar door gebrek aan toegang tot betaalbare financiering, technische begeleiding, marktverbindingen en investeerders die verder kijken dan korte termijn rendement. In vier sectorgerichte investeringskamers werden projecten besproken die al gereed zijn voor investering of dicht tegen dat punt aan zitten, met aandacht voor gemengde financiering, private equity, risicodeling en partnerschappen die projecten uit de vergaderzaal naar uitvoering moeten brengen.
Deze aanpak laat zien dat de voedselagenda in het Caribisch gebied volwassen begint te worden, omdat productie, verwerking, logistiek en distributie steeds meer worden gezien als motoren voor economische diversificatie, concurrentiekracht en regionale weerbaarheid. Investeringen in voedselketens kunnen nieuwe bedrijven creëren, banen genereren, boeren en vissers beter verbinden met markten, lokale verwerking stimuleren en de afhankelijkheid verminderen van externe aanvoerlijnen die bij oorlog, pandemie, klimaatramp of vrachtschok direct onder druk komen. De Verenigde Naties ziet hierin een rol als verbindende speler, omdat transformatie van voedselketens niet lukt wanneer landbouw, gezondheid, handel, klimaat, financiering en private sectorontwikkeling als losse werelden blijven opereren.
De Surinaamse overheid kan deze regionale discussie analyseren, omdat een land met vruchtbare grond, zoetwater, landbouwtraditie, visserijpotentieel, bossen en een strategische ligging juist zou moeten begrijpen dat voedselproductie geen achterhaald plattelandsverhaal is, maar een economische pijler naast olie, gas, logistiek en dienstverlening. De kans ligt niet alleen in meer planten en oogsten, maar in ketens bouwen met opslag, standaarden, verpakking, verwerking, exportdiscipline, marktinformatie, financiering en jonge ondernemers die landbouw niet zien als overleving, maar als moderne industrie. Een bestuur dat voedselzekerheid serieus neemt, moet daarom kapitaal mobiliseren, regels vereenvoudigen, boerenorganisaties versterken, kwaliteitscontrole verbeteren en regionale markten openen, omdat voedselimport pas daalt wanneer lokale productie professioneel, betrouwbaar en concurrerend wordt.
De bijeenkomst in Barbados zal uiteindelijk niet worden beoordeeld op toespraken, verklaringen of het aantal organisaties aan tafel, maar op investeringen die werkelijk worden gemobiliseerd, bedrijven die groeien, boeren en vissers die betere inkomsten krijgen en consumenten die toegang krijgen tot betaalbaarder en gezonder voedsel. De Caribische voedseluitdaging van USD 6 miljard is daarmee geen boekhoudkundige statistiek meer, maar een waarschuwing dat een regio die zichzelf wil beschermen ook haar bord, haar bodem, haar zee, haar transport en haar kapitaalstromen opnieuw moet organiseren. Het echte werk begint pas wanneer de Deal Book geen document blijft, maar verandert in fabrieken, koellijnen, vissershavens, regionale handelsroutes, sterke bedrijven en voedselketens die de Caribische bevolking minder afhankelijk maken van de grillen van de wereldmarkt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com