De strijd om de koopkracht van werknemers in Suriname is opnieuw op scherp komen te staan. Vakcentrale C-47 maakt duidelijk dat een looncorrectie van 15 procent voor landsdienaren en gelijkgestelden geen eindpunt is, maar slechts een eerste stap. Volgens voorzitter Robby Berenstein blijft de aanpassing van de belastingvrije grens en de belastingschijven een harde eis in de verdere onderhandelingen met de regering. En terecht, want een loonsverhoging die vervolgens voor een belangrijk deel via de belastingen weer uit de portemonnee van werknemers verdwijnt, kan moeilijk als echte koopkrachtverbetering worden verkocht. Het probleem is al jaren bekend. Werknemers krijgen op papier meer salaris, maar zien tegelijkertijd een groter deel van hun inkomen verdwijnen door belastingheffing. Wanneer de belastingvrije grens en de belastingschijven niet worden aangepast aan de veranderde economische realiteit, ontstaat een situatie waarin een werknemer door een looncorrectie sneller in een hogere belastingschijf terechtkomt. Het resultaat is eenvoudig, het brutoloon stijgt, maar het nettoloon houdt onvoldoende gelijke tred.
Volgens Berenstein waren met de vorige regering afspraken gemaakt om de belastingvrije grens en de belastingschijven per 1 januari 2026 aan te passen. Die afspraken zijn echter niet uitgevoerd. Daarmee is opnieuw een belofte blijven steken tussen overlegtafel en werkelijkheid. C-47 laat nu weten deze eis niet los te laten. Die houding is begrijpelijk. Het gaat immers niet om een technisch detail uit het belastingstelsel, maar om de vraag hoeveel geld werknemers daadwerkelijk overhouden om hun gezinnen te onderhouden. In een economie waarin de prijzen de afgelopen jaren fors zijn gestegen, is het verschil tussen bruto en netto geen administratieve kwestie. Het bepaalt rechtstreeks hoeveel boodschappen, vervoer, huur, energie en andere noodzakelijke uitgaven een huishouden kan betalen. De 15 procent looncorrectie moet daarom niet worden gepresenteerd als een volledige oplossing voor de koopkrachtproblemen van werknemers. Het is hooguit een gedeeltelijke reparatie van schade die in de afgelopen jaren is ontstaan. Tijdens het overleg is volgens Berenstein gezamenlijk vastgesteld dat werknemers nog steeds met een aanzienlijke koopkrachtachterstand kampen als gevolg van de inflatie.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom verschillende groepen binnen de vakbeweging hogere percentages eisen. Niet iedere werknemer heeft dezelfde achterstand en niet iedere groep bevindt zich in dezelfde positie. De percentages verschillen daarom per groep en zijn gekoppeld aan specifieke achterstanden en eerder gemaakte afspraken met de overheid. De kern van het probleem is echter breder dan alleen het percentage van een looncorrectie. Suriname heeft behoefte aan een belastingstelsel dat voorkomt dat werknemers telkens opnieuw achter de feiten aanlopen. C-47 wil daarom dat toekomstige aanpassingen van de belastingvrije grens en belastingschijven wettelijk worden gekoppeld aan onder meer de inflatie. Dat zou een fundamentele verandering betekenen. Werknemers zouden dan niet bij iedere looncorrectie opnieuw afhankelijk zijn van politieke onderhandelingen om te voorkomen dat hun koopkracht door de belastingdruk wordt uitgehold. Een automatische koppeling zou bovendien meer voorspelbaarheid brengen voor werknemers, werkgevers en overheid.
Het is opmerkelijk dat een dergelijke correctie steeds opnieuw onderwerp van onderhandelingen moet zijn. Inflatie is geen politieke gunst en koopkrachtbehoud zou evenmin afhankelijk moeten zijn van de bereidheid van een regering om op een bepaald moment tegemoet te komen aan de vakbeweging. Wanneer prijzen stijgen, verandert de waarde van geld. Wanneer lonen vervolgens worden aangepast, hoort het belastingstelsel daar logisch op mee te bewegen. De uitbetaling van de 15 procent in september mag dan ook niet worden gebruikt om de indruk te wekken dat het koopkrachtvraagstuk is opgelost. Het echte werk begint daarna. Binnen drie maanden moet volgens de gemaakte afspraken een integrale overeenkomst op hoofdlijnen worden uitgewerkt. Daarin moeten lonen, belastingen en nieuwe manieren om de inkomsten van de overheid te vergroten worden meegenomen. Ook de positie van gepensioneerden maakt deel uit van het vervolgtraject.
Daarmee ligt er een brede agenda op tafel. De regering kan zich niet beperken tot het verhogen van lonen en vervolgens verwachten dat daarmee het dossier is gesloten. Als de belastingvrije grens achterblijft, de belastingschijven niet worden gecorrigeerd en de inflatie de inkomens blijft aantasten, blijft een aanzienlijk deel van de looncorrectie uiteindelijk een papieren overwinning. De oproep van C-47 is daarom helder, werknemers hebben geen behoefte aan cosmetische loonverbeteringen, maar aan daadwerkelijke koopkracht. Een salarisverhoging die door een verouderd belastingstelsel gedeeltelijk wordt opgeslokt, is geen structurele oplossing. De regering staat voor de keuze om opnieuw tijdelijke reparaties door te voeren of eindelijk een systeem op te zetten dat werknemers beschermt tegen een voorspelbaar probleem. De koppeling van belastingvrije grens en belastingschijven aan de inflatie zou daarin een belangrijke stap zijn. Want zolang salarissen wel worden aangepast, maar het belastingstelsel achterblijft, blijft de werknemer uiteindelijk met dezelfde rekening zitten, hogere prijzen, hogere belastingdruk en een koopkracht die nauwelijks vooruitgaat.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com