About
Mission
We connect journalism, community building and posting to feed society with reliable data and create equal development opportunities.
Vision
We are building a future where transparency, social cohesion and flexible talent combine to create impactful, data-driven decision-making.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

BRICS wil de wereldorde hervormen maar moet eerst bewijzen dat het kan leveren

Een samenwerkingsverband dat elf landen, tien partnerstaten en een groot deel van het mondiale Zuiden rond één diplomatieke tafel heeft verzameld, bezit inmiddels voldoende economisch en politiek gewicht om de bestaande machtsverhoudingen uit te dagen, maar omvang alleen maakt van BRICS nog geen geloofwaardige instelling voor mondiaal bestuur. De groep kan hervormingen eisen van de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, nieuwe betaalroutes bespreken en zich presenteren als stem van landen die zich jarenlang ondervertegenwoordigd voelden, maar echte bestuurlijke macht ontstaat pas wanneer verklaringen worden omgezet in financiering, gezamenlijke uitvoering en resultaten die ook buiten de lidstaten zichtbaar worden. De wereld heeft geen gebrek aan organisaties die verklaren dat zij rechtvaardigheid, duurzaamheid en samenwerking nastreven, maar wel aan instellingen die betaalbare leningen verstrekken, crisissen beheersen, technologische kennis verspreiden en kwetsbare staten ondersteunen zonder hen opnieuw financieel of politiek afhankelijk te maken.

BRICS bestaat inmiddels uit Brazilië, Rusland, India, China, Zuid Afrika, Saudi Arabië, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Ethiopië, Iran en Indonesië, terwijl Belarus, Bolivia, Cuba, Kazachstan, Maleisië, Nigeria, Thailand, Oeganda, Oezbekistan en Vietnam als partnerlanden deelnemen. Deze uitbreiding versterkt de geografische uitstraling van het verband en brengt energieproducenten, industriële machten, landbouwlanden, grote consumentenmarkten en snelgroeiende economieën samen, maar iedere nieuwe stoel aan tafel voegt ook andere veiligheidsbelangen, handelsrelaties, politieke systemen en nationale ambities toe. Een grotere groep kan meer legitimiteit opeisen, maar wordt niet automatisch slagvaardiger, omdat besluiten uiteindelijk door consensus moeten worden gedragen en één fundamenteel verschil van inzicht voldoende kan zijn om scherpe afspraken terug te brengen tot diplomatieke formuleringen waaraan niemand zich werkelijk gebonden voelt.

De grootste fout zou ontstaan wanneer BRICS probeert bestaande machtsblokken eenvoudig na te bouwen, omdat de groep niet is opgericht als militair verbond, geen gemeenschappelijke buitenlandse politiek bezit en evenmin een centrale autoriteit heeft die lidstaten kan verplichten gezamenlijk op te treden. Het samenwerkingsverband beschikt niet over een oprichtingsverdrag, een eigen structurele begroting of een permanent secretariaat, waardoor het in juridische en institutionele zin nog altijd functioneert als een politieke en diplomatieke coördinatiestructuur. Deze flexibiliteit voorkomt dat landen grote delen van hun soevereiniteit moeten overdragen, maar veroorzaakt eveneens versnippering, omdat ieder jaarlijks voorzitterschap nieuwe prioriteiten kan introduceren zonder dat een vaste uitvoeringsorganisatie oude toezeggingen consequent blijft volgen.

Internationale organisaties worden doorgaans niet succesvol doordat zij de hele wereld tegelijk willen veranderen, maar doordat zij een concreet probleem oplossen waarvoor de deelnemende staten gezamenlijk verantwoordelijkheid willen dragen. Europese integratie werd opgebouwd rond economische wederopbouw, marktverbinding en het voorkomen van nieuwe conflicten, ASEAN moest de relaties tussen jonge en kwetsbare staten in Zuidoost Azië beheersbaar houden en de Shanghai Cooperation Organisation ontstond vanuit veiligheidsvraagstukken die Rusland, China en Centraal Azië rechtstreeks raakten. De kracht van dergelijke verbanden lag aanvankelijk niet in grootse mondiale pretenties, maar in een duidelijk gedeeld belang waarvoor instellingen, middelen en vaste overlegmechanismen werden opgebouwd. Hun beperkingen werden vervolgens zichtbaar zodra zij buiten hun oorspronkelijke opdracht probeerden te treden, omdat economische integratie niet automatisch een politieke unie oplevert en regionale samenwerking niet vanzelf leidt tot eensgezind optreden tegenover grootmachten.

De Groep van Zeven en de NAVO bieden evenmin een bruikbaar model voor BRICS, omdat beide verbanden functioneren binnen een veel sterkere strategische en institutionele samenhang. De G7 verenigt economieën met vergelijkbare financiële systemen, diplomatieke belangen en veiligheidsrelaties, terwijl de NAVO is gebouwd rond militaire planning, gezamenlijke standaarden en een formele verplichting tot collectieve verdediging. BRICS omvat daarentegen landen die elkaar economisch nodig hebben maar tegelijkertijd concurreren om markten, invloed, technologie en leiderschap binnen het mondiale Zuiden. Rusland en Iran willen de Amerikaanse machtspositie nadrukkelijker terugdringen, India bewaakt zijn strategische autonomie, Brazilië legt meer nadruk op ontwikkeling en institutionele hervorming, terwijl Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hun relaties met zowel Washington als Beijing willen benutten. Een organisatie met zulke verschillende agenda’s kan geen gesloten anti Westers hoofdkwartier worden zonder een belangrijk deel van haar eigen leden van zich te vervreemden.

De meest geloofwaardige weg naar grotere mondiale invloed begint daarom niet met een gezamenlijke vijand, maar met een gezamenlijke ontwikkelingsopdracht die zowel de belangen van de leden als die van andere landen dient. India heeft zijn voorzitterschap in 2026 ingericht rond weerbaarheid, innovatie, samenwerking en duurzaamheid, waarmee een basis ontstaat voor programma’s die verder gaan dan politieke verklaringen over multipolariteit. Energiezekerheid, voedselproductie, gezondheidszorg, digitale infrastructuur, klimaatbestendigheid, schuldenbeheer en industriële ontwikkeling behoren tot de terreinen waarop de leden over kapitaal, kennis, grondstoffen en markten beschikken die in combinatie veel meer waarde kunnen opleveren dan afzonderlijke nationale initiatieven. Invloed groeit wanneer andere staten vrijwillig aansluiting zoeken omdat een systeem aantoonbaar functioneert, niet wanneer een groep zichzelf tijdens iedere topbijeenkomst opnieuw tot vertegenwoordiger van de mondiale meerderheid uitroept.

De duurzame ontwikkelingsdoelen bieden daarvoor een bruikbaar raamwerk, omdat zij armoedebestrijding, gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid, infrastructuur en klimaatbeleid verbinden binnen een agenda die internationaal reeds is aanvaard. Slechts 36 procent van de meetbare doelstellingen ligt momenteel op koers of toont redelijke vooruitgang, terwijl ontwikkelingslanden jaarlijks ongeveer vier biljoen Amerikaanse dollar tekortkomen om de noodzakelijke investeringen te financieren. Officiële ontwikkelingshulp daalt, schuldenlasten nemen toe en veel kwetsbare staten betalen een hogere rente dan rijke landen, waardoor regeringen steeds meer publieke inkomsten besteden aan aflossingen en steeds minder overhouden voor ziekenhuizen, scholen, energievoorziening en bescherming tegen klimaatschade. Een BRICS systeem dat dit financieringsprobleem aantoonbaar verkleint, zou meer mondiale legitimiteit verwerven dan met tientallen verklaringen over een nieuwe wereldorde mogelijk is.

De New Development Bank vormt het belangrijkste bewijs dat BRICS in staat is een eigen instelling op te bouwen, aangezien de bank inmiddels ongeveer 42,9 miljard Amerikaanse dollar aan financiering voor 139 projecten heeft goedgekeurd. De portefeuille omvat onder meer vervoer, huisvesting, schoon water, energie, klimaatbestendigheid en digitale infrastructuur, waarmee de instelling concrete investeringen financiert die economische en maatschappelijke waarde kunnen opleveren. Dat bedrag is aanzienlijk, maar blijft klein tegenover een jaarlijkse mondiale ontwikkelingskloof van ongeveer vier biljoen dollar, waardoor de bank nog lang geen vervanging vormt voor de Wereldbank, regionale ontwikkelingsbanken of private kapitaalmarkten. De volgende ontwikkelingsfase moet daarom minder draaien om het aantal goedgekeurde projecten en meer om garanties, gezamenlijke financiering, projectvoorbereiding en risicodeling waarmee veel grotere hoeveelheden privaat en institutioneel kapitaal kunnen worden aangetrokken.

Lokale valutafinanciering kan daarbij een belangrijk verschil maken, omdat ontwikkelingslanden vaak inkomsten in hun eigen munt ontvangen maar schulden in dollars moeten terugbetalen. Een daling van de nationale valuta kan de werkelijke schuld daardoor sterk verhogen, zelfs wanneer het project technisch volgens planning functioneert. De bank heeft zich als doel gesteld een aanzienlijk deel van haar financiering in lokale munten te verstrekken en heeft obligatieprogramma’s in onder meer renminbi en Zuid Afrikaanse rand ontwikkeld. Tegelijkertijd blijft zij actief op de internationale dollarmarkt en plaatste zij in februari 2026 nog een obligatie van twee miljard dollar, waarmee zichtbaar wordt dat financiële onafhankelijkheid niet met politieke verklaringen kan worden afgekondigd. BRICS kan de afhankelijkheid van de dollar geleidelijk verkleinen, maar heeft diepe kapitaalmarkten, stabiele valuta, betrouwbare wetgeving en beleggersvertrouwen nodig voordat lokale financiering op voldoende schaal beschikbaar komt.

Een sterkere bestuurlijke rol vraagt daarnaast om meer institutionele discipline binnen de groep zelf. Iedere gezamenlijke afspraak moet worden gekoppeld aan een verantwoordelijke instelling, een financieringsbron, een einddatum en een openbaar meetpunt, zodat regeringen niet tijdens opeenvolgende topontmoetingen dezelfde beloften kunnen herhalen zonder te verklaren waarom de uitvoering achterblijft. Een compact permanent coördinatiemechanisme kan besluiten, projectgegevens en voortgang bewaken zonder dat BRICS onmiddellijk verandert in een supranationale organisatie die nationale bevoegdheden overneemt. De jaarlijkse voorzitters kunnen politieke accenten blijven leggen, maar een professionele uitvoeringskern moet voorkomen dat kennis, dossiers en onvoltooide afspraken telkens opnieuw worden opgebouwd zodra een ander land het voorzitterschap overneemt.

Interne machtsverhoudingen verdienen daarbij evenveel aandacht als de kritiek op Westerse dominantie, omdat een beweging voor gelijkwaardigheid weinig geloofwaardig is wanneer zij binnen de eigen gelederen een nieuwe hiërarchie creëert. China beschikt over een economie, industriële capaciteit en financiële slagkracht die ver boven die van de meeste andere leden uitstijgen, terwijl India eveneens uitgroeit tot een groot economisch en politiek machtscentrum. Armere leden kunnen formeel dezelfde stem hebben, maar bezitten niet dezelfde hoeveelheid kapitaal, technische deskundigheid of onderhandelingskracht. Besluiten over kredietverlening, digitale infrastructuur, technologie en handelsstandaarden moeten daarom voldoende bescherming bieden tegen een systeem waarin enkele grote economieën de technologie en financiering leveren en de overige landen opnieuw worden teruggebracht tot leveranciers van grondstoffen en afnemers van eindproducten.

West Afrika kan een krachtige proeftuin worden voor een ontwikkelingsgerichte BRICS aanpak, omdat de regio beschikt over een jonge bevolking, grote landbouwmogelijkheden, energiebronnen en snelgroeiende markten, maar wordt geremd door onvoldoende elektriciteit, zwakke vervoersverbindingen, schulden, onveiligheid en beperkte verwerking van grondstoffen. Een gezamenlijk programma zou regionale elektriciteitsnetten, spoorwegen, voedselverwerking, medische productie, digitale verbindingen en technische opleidingen met elkaar kunnen verbinden, waardoor niet opnieuw één losstaand prestigeproject wordt gebouwd maar een grensoverschrijdende productieketen ontstaat. Zo een initiatief krijgt alleen geloofwaardigheid wanneer lokale regeringen en gemeenschappen zeggenschap behouden, aanbestedingen transparant verlopen en de waarde niet hoofdzakelijk verdwijnt naar buitenlandse aannemers en financiers.

Koloniale uitbuiting en ongelijke internationale handelsverhoudingen hebben West Afrika grote schade berokkend, maar deze geschiedenis mag niet worden gebruikt om corruptie, wanbeheer en binnenlandse machtsmisbruik buiten beschouwing te laten. Een geloofwaardig alternatief voor Westerse instellingen kan niet bestaan uit goedkopere leningen zonder toezicht, politieke voorwaarden of publieke verantwoording. Projecten moeten worden beoordeeld op financiële houdbaarheid, milieuschade, mensenrechten, lokaal eigendom en de vraag of voldoende kennis in het ontvangende land achterblijft. BRICS ondermijnt zijn eigen hervormingsagenda wanneer soevereiniteit wordt gebruikt als bescherming voor leiders die nationale middelen verspillen of publieke controle blokkeren.

Gezondheidszorg, klimaatfinanciering en digitale publieke infrastructuur kunnen eveneens terreinen worden waarop de groep snel tastbare waarde levert. Gezamenlijke vaccinproductie en geneesmiddelenvoorziening kunnen voorkomen dat ontwikkelingslanden tijdens een volgende gezondheidscrisis opnieuw moeten wachten op overschotten uit rijke economieën. Garanties en leningen in nationale valuta kunnen kleine staten helpen investeren in energie, water en klimaatbestendige infrastructuur zonder hun schuldenrisico volledig in buitenlandse valuta op te bouwen. Open digitale standaarden en regionale betalingssystemen kunnen transactiekosten verlagen, maar mogen niet eindigen in afhankelijkheid van enkele technologiebedrijven uit de grootste lidstaten. Een Westers platform vervangen door een Chinees, Indiaas of Russisch systeem levert geen digitale soevereiniteit op wanneer het ontvangende land nog steeds geen controle heeft over zijn data, beveiliging en technische kennis.

Suriname kan binnen deze verschuivende wereldorde voordeel halen uit relaties met BRICS landen zonder zichzelf diplomatiek of financieel aan een kamp uit te leveren. Toekomstige olie inkomsten, grote bosvoorraden, landbouwmogelijkheden en de ligging tussen het Caribisch gebied en Zuid Amerika kunnen het land aantrekkelijk maken voor investeringen in energie, logistiek, voedselproductie en digitale infrastructuur. Ieder project moet echter worden beoordeeld op rente, lokale inhoud, kennisoverdracht, aanbesteding, milieugevolgen en de economische waarde die na twintig jaar daadwerkelijk in het land achterblijft. Een staat die zonder eigen ontwikkelingsplan tussen concurrerende grootmachten beweegt, vergroot zijn onderhandelingsmacht niet maar biedt anderen vooral meer mogelijkheden om zijn grondstoffen, markten en strategische ligging voor hun eigen agenda te gebruiken.

BRICS kan uiteindelijk een belangrijke pijler van mondiaal bestuur worden, maar alleen wanneer de groep stopt met het verwarren van economische omvang met bestuurlijk gezag en politieke kritiek met bewezen capaciteit. De historische kans ligt niet bij het bouwen van een tweede G7, een alternatieve NAVO of een gesloten anti Westerse club, maar bij het ontwikkelen van instellingen die duurzame groei financieren, technologie verspreiden, crisissen beheersen en landen meer beleidsruimte geven zonder nieuwe afhankelijkheid te creëren. De wereldorde verandert niet doordat elf regeringsleiders verklaren dat de periode van Westerse dominantie voorbij is, maar wanneer de landen die jarenlang nauwelijks invloed bezaten eindelijk toegang krijgen tot systemen die aantoonbaar beter, eerlijker en betrouwbaarder functioneren dan wat daarvoor beschikbaar was.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Total
0
Shares
Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Related Posts
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag