Met India als gastland en de wereldhandel onder druk van geopolitieke spanningen, dure energie en grillige wisselkoersen, onderzoekt BRICS of de nationale snelle betaalsystemen en digitale munten van centrale banken aan elkaar kunnen worden gekoppeld, een plan dat minder spectaculair klinkt dan een gezamenlijke munt maar veel ingrijpender kan worden wanneer bedrijven straks rechtstreeks in lokale valuta kunnen afrekenen zonder telkens via het dollarsysteem te moeten passeren.
Achter die technische discussie gaat een harde machtsvraag schuil, want wie de betaalinfrastructuur beheerst bepaalt niet alleen welke banken, regels en munten aan een internationale transactie verbonden zijn, maar ook welke landen afhankelijk blijven van buitenlandse tussenpersonen, hoge kosten, vertragingen en sanctierisico’s op het moment dat handel en financiële stabiliteit juist onder druk staan.
De inzet is niet de onmiddellijke invoering van een BRICS munt, de landen bespreken vooral een digitale brug tussen bestaande systemen. Een betaling van een Braziliaanse importeur aan een Zuid Afrikaanse leverancier zou in theorie sneller en rechtstreeks in lokale valuta kunnen verlopen, mits de betrokken betaalnetwerken, banken, toezichthouders en centrale banken technisch en juridisch met elkaar kunnen samenwerken.
Dat verschil is belangrijk. Een gemeenschappelijke munt vraagt een gezamenlijke monetaire politiek, gedeelde reserves, politieke discipline en vertrouwen tussen landen met zeer uiteenlopende economieën. Een koppeling tussen betaalsystemen is pragmatischer, omdat ieder land zijn eigen munt en centrale bank behoudt, maar wel probeert de grensoverschrijdende handel efficiënter te maken.
India dringt aan op deze benadering omdat het land al ervaring heeft met snelle binnenlandse betalingen en de internationale rol van de roepie wil vergroten. De digitale roepie bevindt zich nog in een ontwikkelingsfase, net als de digitale valuta van andere belangrijke BRICS landen. Ook China werkt aan uitbreiding van de digitale yuan, terwijl Rusland een financieel alternatief zoekt dat minder kwetsbaar is voor buitenlandse beperkingen.
De politieke aantrekkingskracht van het plan ligt in de belofte van functionele onafhankelijkheid. Rusland ziet mogelijkheden om de gevolgen van sancties te beperken. China krijgt ruimte om eigen digitale betaaltechnologie internationaal te testen. Brazilië, Zuid Afrika, Egypte en Ethiopië kunnen meer handel in lokale valuta stimuleren zonder openlijk te kiezen voor een directe aanval op de dollar.
Toch is de kloof tussen ambitie en uitvoering groot, want een betaalbrug werkt alleen wanneer landen overeenstemming bereiken over technische standaarden, gegevensbescherming, cyberveiligheid, witwasbestrijding, valutarisico, toezicht en de afwikkeling van handelsoverschotten. Een land dat structureel meer exporteert dan importeert, wil uiteindelijk niet onbeperkt worden betaald in een munt die moeilijk buiten de eigen grenzen kan worden gebruikt.
Ook politieke wantrouwen kan de voortgang vertragen, omdat geen enkel lid volledig afhankelijk wil worden van technologie, regels of digitale infrastructuur die door een ander lid wordt beheerd. De vraag wie de gegevens ziet, wie een transactie kan blokkeren en wie de eindverantwoordelijkheid draagt wanneer een systeem wordt aangevallen, is minstens zo gevoelig als de vraag welke munt wordt gebruikt.
De komende top in India moet daarom niet worden beoordeeld op grootse verklaringen, maar op de vraag of de landen een concreet werkprogramma vastleggen met technische normen, proefprojecten en duidelijke verantwoordelijkheden. Zonder dat blijft de betaalagenda een nuttig politiek signaal, maar geen alternatief dat bedrijven, banken en burgers daadwerkelijk kunnen gebruiken.
Ook Suriname kan uit deze ontwikkeling meenemen dat moderne financiële onafhankelijkheid niet begint met grote woorden over een nieuwe wereldorde, maar met veilige betaalinfrastructuur, betrouwbare digitale identiteit, sterke toezichtcapaciteit en regels die innovatie mogelijk maken zonder burgers, banken en publieke middelen bloot te stellen aan oncontroleerbare risico’s.
BRICS beweegt daarmee voorzichtig van politieke retoriek naar financiële infrastructuur, maar pas wanneer de deelnemende landen hun systemen echt op elkaar laten aansluiten en wederzijds vertrouwen opbouwen, kan de betaalbrug meer worden dan een diplomatiek ontwerp op papier.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com