Het BRICS verband presenteert zich steeds nadrukkelijker als politiek anker voor het mondiale zuiden, maar achter die groei schuilt een veel ingewikkelder werkelijkheid dan de triomfantelijke taal van een nieuwe wereldorde doet vermoeden. Sinds de top in Kazan van 22 tot en met 24 Oktober 2024 is het blok uitgebreid met nieuwe leden en een aparte partnercategorie, waarna in januari 2025 ook Indonesië als volwaardig lid werd bevestigd, zodat BRICS inmiddels uit elf landen bestaat en daarnaast een formele kring van partnerlanden heeft opgebouwd. Daarmee is de groep onmiskenbaar groter, zichtbaarder en representatiever geworden, maar omvang alleen maakt nog geen coherent machtsblok.
De kracht van BRICS ligt vooral in schaal, demografie en grondstoffenmacht, omdat het blok volgens officiële communicatie inmiddels rond 40 procent van de wereldeconomie op basis van koopkrachtpariteit vertegenwoordigt en een fors deel van de wereldbevolking omvat. Die uitbreiding geeft het mondiale zuiden een veel bredere onderhandelingsbasis tegenover de traditionele westerse instellingen, zeker nu olieproducenten als Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran mee aan tafel zitten en daarmee energie, kapitaal en geopolitieke hefboomwerking samenbrengen. Voor landen die jarenlang aan de rand van mondiale besluitvorming stonden, is dat aantrekkelijk omdat BRICS een podium biedt waar hervorming van handel, financiering en internationale instituties niet automatisch vanuit Washington of Brussel wordt gedicteerd.
Toch zit de grootste zwakte niet in de buitenwereld, maar in de binnenkant van het blok zelf, waar vooral de verhouding tussen China en India een structurele rem op echte eenheid blijft. India voert in 2026 wel het voorzitterschap en legt de nadruk op weerbaarheid, innovatie, samenwerking en duurzaamheid, maar tegelijk blijft het land behoedzaam voor een BRICS koers die te openlijk antiwesters oogt of te sterk door Beijing wordt gestuurd. De recente dooi tussen New Delhi en Beijing vermindert de spanning aan de randen, maar neemt het fundamentele wantrouwen over invloed, agenda en strategische ruimte nog lang niet weg.
En daar wordt duidelijk waarom BRICS tegelijk hoop en begrenzing belichaamt voor het mondiale zuiden, want het blok wil wel meer handel in lokale valuta, meer financiële autonomie en minder afhankelijkheid van de dollar, maar de uitvoering blijft stap voor stap en verre van revolutionair. De New Development Bank heeft inmiddels een portefeuille van tientallen miljarden dollars opgebouwd en maakt meer ruimte voor financiering in lokale valuta, maar het financiële systeem rond BRICS is nog geen volwaardig alternatief voor het bestaande dollar gedomineerde netwerk. Ook het debat over een eigen betaalinfrastructuur of bredere afwikkeling in nationale munten laat vooruitgang zien, maar bewijst vooral dat institutionele bouwtijd, politieke verschillen en uiteenlopende economische modellen de vaart beperken.
Voor het mondiale zuiden betekent dit dat BRICS geen wondermiddel is, maar wel een steeds serieuzer machtsvehikel dat de oude orde zichtbaar onder druk zet en tegelijk zijn eigen tegenstrijdigheden meesleept. Arme en kwetsbare landen kunnen voordeel halen uit een wereld waarin meerdere machtscentra concurreren om partnerschappen, financiering en handelsstromen, maar alleen wanneer BRICS erin slaagt zijn politieke symboliek om te zetten in werkende instituties, geloofwaardige betalingskanalen en tastbare ontwikkelingsruimte. De echte vraag is daarom niet meer of BRICS relevant is, maar of het blok sterk genoeg wordt om de belofte van meer zelfstandigheid voor het mondiale zuiden ook daadwerkelijk in daden om te zetten.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com