Het Bio-SWEET-project moet 26 inheemse en tribale gemeenschappen in Suriname helpen aan duurzame inkomsten, betere basisvoorzieningen en sterkere lokale ondernemingen. Maar terwijl de ambities groot zijn, blijven concrete resultaten vooralsnog uit. De vertraging roept vragen op over de uitvoeringskracht, de haalbaarheid van de doelstellingen en de snelheid waarmee de betrokken dorpen daadwerkelijk voordeel zullen ondervinden. Bio-economy Empowerment in Suriname’s Indigenous Communities through Access to Water, Energy and Telecommunications, is opgezet om de levensomstandigheden in gemeenschappen in Zuid-Suriname, het Matawai-gebied en Boven-Suriname structureel te verbeteren. Binnen vijf jaar moeten veertig gemeenschapsondernemingen worden ondersteund of opgezet. Dat moet lokale economische activiteiten stimuleren en de afhankelijkheid van externe inkomstenbronnen helpen verminderen. De realiteit is echter dat de uitvoering achterloopt en de betrokken gemeenschappen voorlopig moeten wachten op tastbare vooruitgang. Volgens Minu Parahoe, regional director van ACT-Guianas, stellen de dorpen zich afwachtend op. Dat is begrijpelijk, na consultaties en het formuleren van prioriteiten verwachten gemeenschappen niet alleen nieuwe plannen, maar vooral zichtbare verbeteringen in hun dagelijks leven.
De vertraging maakt duidelijk dat goede bedoelingen en uitgebreide consultaties niet automatisch leiden tot ontwikkeling. De gemeenschappen zijn eerder geraadpleegd over hun behoeften, mogelijke inkomstenbronnen en de manier waarop zij bij het project betrokken willen worden. Toch is daarmee nog niet aangetoond dat de plannen tijdig kunnen worden omgezet in werkende ondernemingen en betere voorzieningen. ACT-Guianas toetst momenteel opnieuw de prioriteiten die in 2022 zijn vastgesteld bij alle 26 dorpen. Die actualisering kan noodzakelijk zijn, omdat behoeften en omstandigheden in de afgelopen jaren kunnen zijn veranderd. Tegelijkertijd onderstreept het proces hoe kwetsbaar de planning is wanneer de uitvoering langdurig op zich laat wachten. Na goedkeuring van de validatierapporten en het sluiten van contracten kan de verdere uitvoering worden voorbereid. Vanaf 2027 moeten trainingen, infrastructuurontwikkeling en ondersteuning van ondernemers op gang komen. Daarmee ligt de nadruk opnieuw op toekomstige activiteiten, terwijl de gemeenschappen nu al behoefte hebben aan concrete vooruitgang. De doelstelling om binnen vijf jaar veertig gemeenschapsondernemingen te ondersteunen of op te zetten, klinkt ambitieus.
Maar het aantal opgerichte bedrijven zegt weinig over hun werkelijke economische betekenis. Ondernemingen die na enkele jaren niet zelfstandig kunnen functioneren, leveren geen duurzame bijdrage aan de inkomenspositie van hun gemeenschap. Parahoe ziet kansen in toerisme, bijenteelt voor honing en propolis en de productie van natuurlijke oliën. Deze activiteiten kunnen inkomsten opleveren, maar zijn niet zonder risico. Producenten moeten voldoende kwaliteit en volume kunnen garanderen, terwijl zij tegelijkertijd afnemers moeten vinden die bereid zijn hun producten structureel te kopen. Juist daar ligt een belangrijk knelpunt. Het opzetten van een productieproces is slechts één schakel in een veel langere keten. Zonder betrouwbare afzetmarkten, praktische bedrijfskennis, transportmogelijkheden en toegang tot geschikte apparatuur kunnen lokale ondernemers moeilijk concurreren. Het gevaar bestaat dat investeringen vooral leiden tot activiteiten op papier, zonder dat daar stabiele inkomsten tegenover staan. De beperkte bereikbaarheid van het binnenland, hoge transportkosten, stijgende brandstofprijzen en een tekort aan deskundigheid maken de uitdaging nog groter. Deze factoren zijn geen bijkomstigheden, maar structurele voorwaarden die bepalen of een onderneming levensvatbaar kan zijn. Een project dat deze obstakels onvoldoende aanpakt, dreigt zijn economische doelstellingen niet te halen.
Bio-SWEET richt zich niet uitsluitend op ondernemerschap. Ook de toegang tot water, energie en telecommunicatie moet worden verbeterd. Deze voorzieningen zijn essentieel voor de leefomstandigheden en kunnen tegelijkertijd de basis vormen voor economische ontwikkeling. Parahoe benadrukt dat de investeringen moeten aansluiten bij de culturele, sociale en economische behoeften van de dorpen. De gemeenschappen moeten bovendien zelf inspraak hebben en daadwerkelijk profiteren van de middelen die worden ingezet. Dat uitgangspunt is belangrijk, maar participatie mag niet beperkt blijven tot consultaties en rapporten. De invloed van bewoners moet ook zichtbaar zijn in de uitvoering, de besteding van middelen en de verdeling van de opbrengsten. Tijdens eerdere gesprekken is eveneens besproken dat gemeenschappen zullen moeten betalen voor nutsvoorzieningen zoals energie, water en telecommunicatie. Dat maakt betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Verbeterde voorzieningen hebben weinig duurzaam effect wanneer huishoudens en lokale ondernemers de gebruikskosten niet kunnen dragen. De komende periode zal moeten uitwijzen of Bio-SWEET de achterstand kan inhalen en de beloofde resultaten daadwerkelijk kan leveren. Daarvoor is meer nodig dan nieuwe planningen en trainingen. Heldere termijnen, meetbare resultaten en transparantie over de voortgang zijn noodzakelijk om te beoordelen of het project zijn doelstellingen bereikt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com