De ontvangst van de presidentiële werkgroep Armoede, Welzijn en Productieve Arbeid door minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling (RO) werd gepresenteerd als een belangrijke stap in de strijd tegen armoede en de bevordering van economische ontwikkeling in het binnenland. Tijdens het bezoek kregen de leden van de werkgroep, onder leiding van ondervoorzitter Zuleima Deugdzaam, uitleg over projecten en trajecten waarmee het ministerie gemeenschappen wil versterken. Maar achter de ambtelijke presentaties en beleidsmatige formuleringen schuilt een harde realiteit, gemeenschappen hebben weinig aan mooie plannen als die niet leiden tot structurele inkomsten, economische zelfstandigheid en zichtbare verbetering van hun levensomstandigheden. Minister Huur benadrukte dat haar ministerie via verschillende directoraten inzet op capaciteitsversterking, ondernemerschap en duurzame inkomstenmogelijkheden voor marron en inheemse gemeenschappen. Dat klinkt veelbelovend, maar armoedebestrijding kan niet worden afgemeten aan het aantal projecten dat op papier bestaat.
De werkelijke maatstaf is wat deze initiatieven daadwerkelijk opleveren voor gezinnen die dagelijks geconfronteerd worden met beperkte economische kansen, gebrekkige voorzieningen en een gebrek aan perspectief. Het project Leaving No One Behind, dat in samenwerking met de UNDP wordt uitgevoerd, zou ondernemerschap in verschillende dorpen hebben gestimuleerd. Ook wordt gewerkt aan capaciteitsversterking van districtscommissarissen. Deze initiatieven verdienen aandacht, maar hun aankondiging is geen bewijs van duurzame vooruitgang. Ondernemerschap stimuleren is één ding. Ervoor zorgen dat ondernemers toegang hebben tot financiering, markten, transport, begeleiding en stabiele afzetmogelijkheden is een heel andere uitdaging. Zonder een samenhangende economische strategie dreigt armoedebestrijding te blijven steken in incidentele projecten, trainingen en officiële bijeenkomsten. Gemeenschappen hebben geen behoefte aan een eindeloze reeks workshops zonder blijvend resultaat. Zij hebben behoefte aan productieve sectoren die inkomsten genereren, lokale werkgelegenheid creëren en jongeren perspectief bieden.
De presentatie van directeur Hermien Pavion van het Directoraat Agrarische Ontwikkeling Binnenland (DAOB) richtte zich op het stimuleren van landbouwproductie en ondernemerschap. Hooglandrijst, cassave en andere landbouwproducten moeten een grotere rol spelen. Daarnaast wil het ministerie de verwerking van landbouwproducten zoveel mogelijk binnen de gemeenschappen laten plaatsvinden. Dat uitgangspunt is economisch gezien relevant. Wie uitsluitend grondstoffen produceert en de verwerking elders laat plaatsvinden, laat een belangrijk deel van de toegevoegde waarde buiten de gemeenschap verdwijnen. Lokale verwerking kan werkgelegenheid, ondernemerschap en extra inkomsten creëren. Maar daarvoor zijn investeringen nodig in apparatuur, opslag, energie, transport, technische kennis en toegang tot afzetmarkten. Zonder deze randvoorwaarden blijft lokale productie kwetsbaar en afhankelijk van losse initiatieven. Ook trainingen en kennisoverdracht aan boeren zijn noodzakelijk. Toch mogen trainingen niet worden gebruikt als vervanging voor een structureel landbouwbeleid. Een boer die nieuwe technieken leert, maar vervolgens geen betaalbare productiemiddelen kan aanschaffen of zijn oogst niet tegen een redelijke prijs kan verkopen, blijft gevangen in dezelfde economische onzekerheid.
Het bezoek van de werkgroep werd door minister Huur omschreven als een eerste introductie. Een vervolgoverleg moet de verschillende trajecten uitgebreider presenteren en verder in kaart brengen. Daarmee wordt indirect duidelijk dat de samenwerking zich nog in een verkennende fase bevindt. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het onderstreept wel dat concrete resultaten, meetbare doelstellingen en duidelijke verantwoordelijkheden noodzakelijk zijn. De presidentiële werkgroep kan een belangrijke rol spelen bij het zichtbaar maken van projecten. Maar bekendheid is geen succesindicator. Een project wordt niet succesvol omdat het via een officieel platform wordt gepromoot. Het wordt succesvol wanneer inwoners daadwerkelijk meer verdienen, lokale ondernemingen groeien en gezinnen minder afhankelijk worden van steun. Het binnenland mag niet opnieuw het decor worden voor beleidsaankondigingen die vooral bestuurlijke activiteit aantonen. Armoedebestrijding vereist continuïteit, controle en politieke verantwoordelijkheid. De bevolking heeft recht op transparantie over de middelen die worden ingezet, de resultaten die worden behaald en de problemen die nog moeten worden opgelost. De minister en haar ministerie staan voor de uitdaging om ambities om te zetten in concrete economische vooruitgang. Daarvoor zijn geen vrijblijvende presentaties nodig, maar een uitvoeringsgerichte aanpak waarin gemeenschappen centraal staan. De ontwikkeling van het binnenland mag geen administratief project blijven. Zij moet uitmonden in tastbare welvaart voor de mensen die er wonen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com