TotalEnergies EP Suriname B.V. (TEPSR) heeft samen met verschillende betrokken partijen een taskforce opgericht om de verdere ontwikkeling van de afvalbeheersector in Suriname te ondersteunen. Dat klinkt als een noodzakelijke en positieve stap. Maar achter de fraaie termen als duurzaamheid, circulaire economie en lokale capaciteit schuilt een veel fundamentelere realiteit, Suriname staat aan de vooravond van een enorme groei van de olie en gassector, terwijl de infrastructuur en deskundigheid om de gevolgen daarvan verantwoord op te vangen nog volop moeten worden ontwikkeld. Dat maakt afvalbeheer geen bijkomstigheid, maar een strategische noodzaak. De taskforce komt voort uit een leveranciersontwikkelingsworkshop die TEPSR organiseerde in het Assuria Event Centre. Daar kwamen vertegenwoordigers van overheid, industrie, afvalbeheer, recycling en leveranciers uit de energiesector bijeen. Als Suriname daadwerkelijk wil profiteren van de offshore-industrie, moet het land niet alleen klaarstaan om olie en gas te produceren, maar ook om de afvalstromen die deze activiteiten veroorzaken professioneel te beheren.
De groei van de offshore-industrie brengt immers niet alleen investeringen, banen en economische activiteit met zich mee. Er komen ook complexe afvalstromen, waaronder potentieel gevaarlijk afval, bij kijken. Zonder adequate infrastructuur, gecertificeerde systemen, deskundig personeel en strenge controle bestaat het risico dat de economische groei sneller gaat dan de milieubescherming. Andre Glowacz, vice president Operations bij TEPSR, stelde tijdens de bijeenkomst terecht dat verantwoord afvalbeheer noodzakelijk is voor veilige energieactiviteiten en bescherming van het milieu. Ook zijn oproep tot samenwerking verdient aandacht. Geen enkel bedrijf kan alleen een volledig duurzaam afvalbeheerecosysteem bouwen. Maar samenwerking mag niet eindigen bij workshops, presentaties en taskforces. Suriname heeft al vaker laten zien dat mooie beleidsvoornemens niet automatisch leiden tot structurele oplossingen. Het echte werk begint pas wanneer afspraken worden vertaald in concrete investeringen, duidelijke verantwoordelijkheden, controlemechanismen en afdwingbare normen. De oprichting van een taskforce is daarom hooguit het begin en geen bewijs dat het probleem al is opgelost.
Pauline Macronald, Environmental Manager bij TEPSR, wees tijdens de workshop op het belang van lokale infrastructuur en gecertificeerde beheersystemen. Dat zijn precies de onderdelen waarop Suriname zich geen achterstand kan veroorloven. Een internationale olie-industrie kan niet duurzaam worden genoemd wanneer afval lokaal wordt verwerkt met systemen die onvoldoende zijn toegerust op de schaal, complexiteit en risico’s van offshoreactiviteiten. Ook de overheid draagt hierin een zware verantwoordelijkheid. Het Nationaal Milieuagentschap en het ministerie van Olie, Gas en Milieu leverden bijdragen aan de workshop. Onderwerpen als gevaarlijk afval, offshore operationele normen, logistiek en arbeidscompetenties kwamen aan bod. Dat zijn belangrijke thema’s, maar de vraag is uiteindelijk niet hoeveel bijeenkomsten worden georganiseerd. Het resultaat zal moeten blijken uit wat er daadwerkelijk op de grond wordt gerealiseerd. Suriname moet voorkomen dat buitenlandse bedrijven straks beschikken over moderne offshoretechnologie, terwijl de nationale afvalinfrastructuur achterblijft. Een dergelijk gat kan niet worden gedicht met goede bedoelingen.
Tegelijkertijd biedt de ontwikkeling ook een enorme kans voor Surinaamse ondernemingen. Lokale kmo’s kunnen een structurele rol spelen in afvalinzameling, verwerking, recycling, logistiek, onderhoud en gespecialiseerde milieudiensten. Maar daarvoor zijn investeringen, training, certificering en toegang tot financiering noodzakelijk. Lokale bedrijven moeten niet slechts worden opgeroepen om klaar te zijn voor de olie industrie, zij moeten daadwerkelijk de middelen krijgen om aan internationale eisen te kunnen voldoen. Daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor de grote internationale spelers. Als lokale participatie serieus wordt genomen, moet die verder gaan dan het inhuren van lokale leveranciers voor eenvoudige diensten. De opbouw van kennis, technologie en ondernemerschap moet onderdeel worden van de langetermijnontwikkeling van de sector. De circulaire economie mag daarbij evenmin een marketingterm worden. Afval moet mogelijk worden gezien als een grondstof, maar dat vereist een infrastructuur die recycling en hergebruik daadwerkelijk mogelijk maakt.
Zonder die infrastructuur blijft circulair vooral een mooi woord in presentaties. De oprichting van de taskforce is daarom welkom, maar de lat moet hoog liggen. Suriname heeft geen behoefte aan nog een overlegstructuur die uiteindelijk verdwijnt in rapporten en notulen. Het land heeft behoefte aan meetbare resultaten, gecertificeerde bedrijven, moderne verwerkingsfaciliteiten, geschoolde werknemers, transparante regelgeving, effectieve handhaving en een afvalbeheersysteem dat de groei van de olie en gassector kan bijbenen. De olie industrie kan Suriname economische kansen bieden. Maar echte vooruitgang wordt niet alleen gemeten aan de hoeveelheid olie die uit de zeebodem wordt gehaald of aan de omvang van buitenlandse investeringen. De werkelijke test zit ook in wat er met de gevolgen van die productie gebeurt. Als Suriname zijn offshore toekomst serieus neemt, moet afvalbeheer vanaf het begin onderdeel zijn van de economische strategie en niet pas worden aangepakt wanneer de problemen zich opstapelen. De taskforce heeft daarmee een belangrijke opdracht. Nu komt het erop aan dat woorden worden omgezet in daden. Want duurzaamheid die alleen bestaat in vergaderzalen, is uiteindelijk niets meer dan een mooi verhaal.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com