De oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran jaagt een schokgolf door de wereldeconomie. Dit gebeurt op een moment dat bedrijven al wankelden onder hogere invoerkosten, verstoorde ketens en een afkoelende vraag. Niet alleen olie en gas zijn duurder geworden. Ook de betrouwbaarheid van routes voor voedsel, onderdelen en industriële grondstoffen staat ineens weer ter discussie. Het gevolg is dat bestuurskamers van Frankfurt tot Taipei opnieuw rekenen aan noodscenario’s. Deze lijken pijnlijk veel op de stressjaren van de vorige energiecrisis.
Vooral de Straat van Hormuz is weer het zenuwcentrum van de onrust. Dat komt omdat via die doorgang ongeveer een vijfde van de wereldwijde olieleveringen loopt en de scheepvaart daar zwaar is ontregeld. Verzekeraars hebben hun oorlogspremies fors opgetrokken, in sommige gevallen met meer dan een vertienvoudiging. Daardoor wordt elke reis duurder en risicovoller nog vóór een lading de haven verlaat. Ook drukke luchtroutes boven de Golf zijn geraakt. Hierdoor is logistiek niet alleen duurder maar ook trager en minder voorspelbaar geworden.
Aan de pomp en in de fabriek komt die spanning nu hard binnen. Brent steeg deze week richting 90 dollar per vat. Analisten houden bovendien rekening met 100 dollar of meer wanneer de verstoring langer aanhoudt. Goldman Sachs berekende dat zo’n stijging de mondiale groei kan afremmen en de inflatie verder kan opstuwen. Dit gebeurt precies op het moment dat centrale banken hoopten weer wat ademruimte te krijgen. Morgan Stanley waarschuwde zelfs dat bij een aanhoudende energieschok het klassieke recessiedraaiboek weer op tafel kan belanden.
In Europa is de pijn extra voelbaar. Dat komt omdat de industrie nog altijd niet volledig is hersteld van de energieklap van 2022 en nieuwe prijsdruk vooral chemie, transport en andere stroom en gas verslindende sectoren treft. Het Duitse IW berekende dat olie op 100 dollar de Duitse economie dit jaar 0,3 procent van het bruto binnenlands product kan kosten. Volgend jaar zelfs 0,6 procent, samen goed voor ongeveer 40 miljard euro aan misgelopen productie. Franse industriële belangenorganisaties melden intussen dat sommige bedrijven de productie al hebben teruggeschroefd. Dit gebeurt nadat de Europese spotprijs voor gas in korte tijd met circa 80 procent was opgelopen.
De schade blijft bovendien niet beperkt tot brandstof. Ook aluminium, zwavel en helium zijn in de gevarenzone beland en juist die materialen zitten diep in moderne ketens voor bouw, auto’s en halfgeleiders. Producenten in Qatar en Bahrein zagen zich genoodzaakt leveringen stil te zetten of zich te beroepen op overmacht. Daarna schoten aluminiumprijzen en fysieke premies in Europa en de Verenigde Staten naar meerjarige hoogtepunten. Zuid Koreaanse beleidsmakers waarschuwen daarnaast dat een lang conflict de toevoer van helium voor chipfabricage kan raken. Dat is een cruciale stof waarvoor op korte termijn geen volwaardig alternatief bestaat.
Grote concerns proberen zich nog af te schermen met vaste contracten en afdekkingen. Toch is dat vangnet beperkt wanneer oorlog routes sluit en markten nerveus blijven. Luchtvaartmaatschappijen, reisbedrijven, drankproducenten, elektronicareuzen en zelfs datacenters in de Golfregio voelen nu al de druk van hogere kosten, vertragingen en fysieke kwetsbaarheid van infrastructuur. Voor de wereldhandel is de les ongemakkelijk en heel duidelijk. Dit komt doordat deze oorlog niet alleen olie duurder maakt, maar blootlegt hoe snel één geopolitieke brandhaard tegelijk de prijs van energie, technologie, transport en uiteindelijk het dagelijks leven kan optillen.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com