Het Korps Brandweer Suriname (KBS) verkeert in een zorgwekkende toestand. Tekorten aan beschermingsmiddelen, verouderde en defecte voertuigen, gebrekkige opleidingen en het verlies van manschappen bedreigen de kwaliteit van de brandweerzorg. Ondanks herhaalde waarschuwingen sinds 2020 lijkt de situatie niet te verbeteren. Volgens vakbondsvoorzitter Joel Panka is het steeds moeilijker om beleidsmakers ervan te overtuigen dat investeringen in de brandweer geen luxe zijn, maar een dringende noodzaak. De problemen raken aan de kern van de publieke veiligheid. Een brandweer die niet over betrouwbaar materieel en voldoende beschermingsmiddelen beschikt, kan haar taken niet naar behoren uitvoeren. Toch moet het korps onder deze omstandigheden blijven uitrukken en ingrijpen bij noodsituaties. Daarmee worden niet alleen de veiligheid van burgers, maar ook de levens van brandweerlieden zelf op het spel gezet. Landelijk beschikt de brandweer over twintig posten, die elk minimaal één voertuig hebben. Dat er voertuigen aanwezig zijn, betekent echter niet dat zij ook betrouwbaar inzetbaar zijn. Volgens Panka vertoont het wagenpark regelmatig mankementen. Reparaties slokken steeds opnieuw geld op, terwijl de problemen doorgaans slechts tijdelijk worden verholpen. Deze aanpak roept ernstige vragen op over het beheer van publieke middelen.
Wanneer voertuigen voortdurend opnieuw moeten worden gerepareerd zonder dat structurele vervanging of vernieuwing plaatsvindt, dreigt een kostbare cyclus van noodoplossingen te ontstaan. Geld wordt uitgegeven, maar de operationele betrouwbaarheid blijft onzeker. De gevolgen zijn rechtstreeks merkbaar tijdens incidenten. Panka stelt dat de brandweer soms te laat arriveert en daardoor niet tijdig kan ingrijpen. Volgens hem moest het korps machteloos toezien hoe een woning volledig afbrandde, omdat ingrijpen niet mogelijk was. Dat incident onderstreept de ernst van de situatie, al zijn nadere details over de oorzaak en de precieze omstandigheden niet verstrekt. Wanneer een brandweerwagen niet functioneert of niet tijdig beschikbaar is, kan kostbare tijd verloren gaan. Bij een woningbrand kan dat het verschil betekenen tussen het beperken van de schade en het volledig verloren gaan van een woning. Structurele tekortkomingen bij de brandweer zijn daarom geen intern organisatieprobleem, maar een risico voor de samenleving. Ook de persoonlijke bescherming van het personeel schiet tekort. Er zijn volgens de aangeleverde informatie tekorten aan geschikte kleding, maskers en zuurstoftanks. Juist deze middelen zijn essentieel bij werkzaamheden in omgevingen waar hitte, rook en giftige stoffen levensgevaarlijk kunnen zijn.
Van brandweerlieden wordt verwacht dat zij mensen redden en branden bestrijden, maar daarvoor moeten zij zelf over de noodzakelijke bescherming beschikken. Het ontbreken daarvan kan hun veiligheid ernstig in gevaar brengen en hun mogelijkheden om effectief op te treden beperken. Een overheid die rekent op de inzet van haar hulpverleners, moet ervoor zorgen dat zij hun werk onder verantwoorde omstandigheden kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd wordt opgeroepen om een nieuwe lichting brandweerlieden aan te trekken vanwege een dreigend personeelstekort. Daar staat tegenover dat volgens de verstrekte informatie ruim 140 manschappen aan de brandweerdienst zijn onttrokken en ingezet voor de beveiliging van ministers en andere politieke ambtsdragers. Deze personele verschuiving roept vragen op over de prioriteiten binnen het veiligheidsbeleid. Terwijl de brandweer behoefte heeft aan voldoende inzetbare krachten, wordt een aanzienlijk aantal manschappen voor andere taken gebruikt. Zonder nadere informatie over de formele plaatsing en operationele gevolgen kan niet worden vastgesteld hoeveel capaciteit hierdoor precies verloren gaat. De spanning tussen de personeelsbehoefte van de brandweer en de inzet voor politieke beveiliging is echter evident. Naast materieel en personeel baart ook de voortgang van opleidingen zorgen. Volgens Panka worden medewerkers bevorderd naar hogere functies zonder dat zij voldoende zijn voorbereid op de verantwoordelijkheden die daarbij horen.
Dat kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van de aansturing, de besluitvorming en de operationele paraatheid. Een goed functionerend korps vereist niet alleen voertuigen en beschermingsmiddelen, maar ook goed opgeleide medewerkers en leidinggevenden die onder druk verantwoord kunnen handelen. De waarschuwingen over de toestand van het KBS klinken al sinds 2020. Zes jaar later beschrijft Panka een situatie die verder is verslechterd. Daarmee wordt de kwestie groter dan een tekort aan materiaal, het gaat ook om de vraag hoe signalen vanuit de werkvloer worden opgevolgd en hoe publieke middelen en personeel worden ingezet. Brandweerzorg behoort tot de basisverantwoordelijkheden van de overheid. Zolang structurele oplossingen uitblijven, blijven brandweerlieden werken onder omstandigheden die hun inzet beperken en burgers blootstellen aan vermijdbare risico’s. De veiligheid van de samenleving kan niet afhankelijk blijven van voertuigen die het mogelijk begeven, beschermingsmiddelen die ontbreken en noodoplossingen die telkens opnieuw moeten worden betaald. Het KBS heeft behoefte aan concrete investeringen, een duurzaam personeelsbeleid en opleidingen die aansluiten op de verantwoordelijkheden binnen het korps. Verdere vertraging vergroot het risico dat de gevolgen van jarenlang uitstel pas zichtbaar worden wanneer hulp te laat komt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com