About
Mission
We connect journalism, community building and posting to feed society with reliable data and create equal development opportunities.
Vision
We are building a future where transparency, social cohesion and flexible talent combine to create impactful, data-driven decision-making.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Guyana bewijst dat olie pas welvaart wordt wanneer banen en instituties meegroeien

Door olieproductie te verbinden met investeringen in infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en ondernemerschap laat Guyana zien dat spectaculaire economische groei niet volledig op zee hoeft te blijven hangen, al waarschuwen de nieuwste ramingen dat hoge overheidsuitgaven, stijgende lonen en brede subsidies zorgvuldig moeten worden beheerst om de vooruitgang duurzaam te maken.

De Guyanese economie groeide in 2025 met 19,3 procent, nadat in 2023 en 2024 gemiddeld bijna 40 procent groei werd geboekt. Voor 2026 wordt een verdere expansie van 22,3 procent verwacht, waarmee het land tot de snelst groeiende economieën ter wereld blijft behoren.

De cijfers worden nog opvallender doordat de groei zich niet uitsluitend binnen de oliesector afspeelt. De economie buiten de olieproductie groeide in 2025 met 14 procent, aangevoerd door de bouw en ondersteund door landbouw, mijnbouw en industrie. Voor de middellange termijn wordt buiten de oliesector gemiddeld ongeveer 7 procent groei per jaar verwacht. Department of Public Information, Guyana

De dagelijkse olieproductie is inmiddels boven 900.000 vaten uitgekomen en kan tegen 2031 stijgen naar 1,2 miljoen vaten. Tegelijkertijd nam de kredietverlening aan particuliere bedrijven en huishoudens met ongeveer 19 procent toe, waardoor de binnenlandse economie meer ruimte kreeg voor investeringen, woningbouw en bedrijfsuitbreiding.

Economische groei krijgt pas maatschappelijke betekenis wanneer mensen daadwerkelijk werk vinden, en ook daar tonen de cijfers een duidelijke verschuiving. De werkloosheid daalde van 12,8 procent in 2020 naar 6,2 procent in 2025, terwijl de totale werkgelegenheid in dezelfde periode met bijna 60 procent toenam.

De sterkste toename van banen vond plaats in de bouw, het onderwijs en de mijnbouw. Het gevaar bestaat echter dat een oververhitte arbeidsmarkt tekorten aan vakmensen veroorzaakt, lonen sneller laat stijgen dan de productiviteit en bedrijven afhankelijk maakt van buitenlandse arbeidskrachten.

Het local contentbeleid heeft ondertussen de toegang van Guyanese ondernemingen tot de olie economie verbreed. De dienstensector groeide in 2025 met ongeveer 8 procent, mede doordat meer activiteiten onder de lokale verplichtingen werden gebracht, waaronder bevoorradingsschepen, vrachtbemiddeling en inspectiediensten.

Deze uitbreiding laat zien dat local content meer kan zijn dan een percentage in een contract. Lokale bedrijven krijgen pas een duurzame positie wanneer zij certificeringen behalen, technologie verwerven, personeel opleiden en uiteindelijk ook buiten de nationale oliesector concurrerend kunnen opereren.

De overheid heeft een aanzienlijk deel van haar inkomsten ingezet om de koopkracht en sociale dienstverlening te versterken. Overheidssteun heeft sinds 2021 het reële inkomen van ouderen verdubbeld, terwijl het reële inkomen van werkenden volgens de gepresenteerde analyse met ongeveer 65 procent is gestegen.

De begroting voor 2026 verlengde de algemene uitkering van 100.000 Guyanese dollar voor volwassenen, die een jaar eerder was ingevoerd. Zulke betalingen brengen snel verlichting, maar kunnen op termijn duur en weinig doelgericht worden wanneer ook huishoudens met voldoende inkomen hetzelfde bedrag ontvangen.

Een bijzondere interventie vond plaats binnen het nationale verzekeringsstelsel. De overheid stortte in 2025 tien miljard Guyanese dollar om eenmalige betalingen tussen 260.000 en 650.000 Guyanese dollar mogelijk te maken voor ongeveer 25.000 ouderen die niet aan de vereiste 750 premieweken voor een pensioen kwamen.

Het verzekeringsfonds zelf verkeert volgens de beschikbare cijfers niet in acute problemen en boekt sinds 2022 overschotten. Daardoor kon de maatregel worden gericht op ouderen die buiten het reguliere pensioenrecht vielen, zonder dat de bestaande uitkeringen onmiddellijk onder druk kwamen.

Investeringen in menselijk kapitaal beginnen eveneens zichtbare resultaten op te leveren. Groeiachterstand bij kinderen is afgenomen, de kindersterfte blijft dalen en zowel de afronding van het voortgezet onderwijs als de gemeten onderwijsprestaties vertonen verbetering.

Gratis universitair onderwijs, dat in 2025 werd ingevoerd, droeg bij aan een stijging van ongeveer 45 procent in het aantal nieuwe inschrijvingen. De volgende uitdaging wordt niet alleen het toelaten van meer studenten, maar ook het waarborgen van kwaliteit en het afstemmen van opleidingen op de behoefte aan technici, ingenieurs, leraren, zorgverleners en digitale deskundigen.

De snelle groei heeft de inflatie voorlopig niet uit de hand laten lopen. De gemiddelde geldontwaarding bleef in 2025 beperkt tot 3,3 procent, ondanks hogere internationale voedselprijzen en brandstofkosten. Voor 2026 wordt echter een stijging naar 4,1 procent voorzien.

Belastingvrijstellingen, subsidies en maatregelen aan de aanbodzijde hebben huishoudens beschermd tegen een deel van de mondiale prijsdruk. De doorwerking van internationale voedselprijzen in de Guyanese inflatie lag ongeveer op de helft van het niveau in vergelijkbare economieën, mede dankzij lokale voedselproductie en prijsdempende maatregelen.

Voedsel vertegenwoordigt ongeveer een derde van het consumptiepakket, waardoor zelfs een beperkte prijsstijging zwaar kan drukken op gezinnen met lagere inkomens. Brede subsidies beschermen deze huishoudens, maar bevoordelen tegelijk mensen die de ondersteuning niet nodig hebben en kunnen grote bedragen aan publieke middelen opslokken.

De energiesector moet een volgende impuls aan de productiviteit geven. Het gas to energyproject kan de beschikbare elektriciteitsproductie mogelijk verdubbelen en de kosten halveren, terwijl het gebruik van olieproducten voor stroomopwekking vanaf 2027 aanzienlijk moet afnemen.

Lagere elektriciteitstarieven kunnen de productiekosten voor fabrieken, landbouwverwerkers, winkels en huishoudens terugdringen. Het uiteindelijke voordeel hangt echter af van een betrouwbare uitvoering, transparante kostenberekeningen en de mate waarin lagere opwekkingskosten werkelijk worden doorgegeven aan gebruikers.

Guyana probeert de uitbreiding van fossiele energie te combineren met bosbescherming en klimaatbeleid. Het land verkocht meer dan twaalf miljoen boskredieten tegen gemiddeld ongeveer 22 Amerikaanse dollar per ton en besteedt naar schatting 0,2 procent van zijn economie aan zeeweringen.

Digitalisering maakt intussen delen van de publieke dienstverlening sneller. Een landelijk elektronisch patiëntendossier wordt uitgerold en ongeveer 80.000 kinderen zijn al medisch gescreend. Een centrale databank voor sociale uitkeringen heeft de gemiddelde verwerkingstijd van aanvragen met ongeveer de helft verminderd.

Achter het huidige succes ligt een veel langere geschiedenis dan de olieproductie die in 2019 begon. Guyana bereikte al in 2014 de status van land met een lager middeninkomen en promoveerde in 2016 naar de categorie van hogere middeninkomens. De status van hooginkomensland volgde in 2023, minder dan vier jaar na het eerste vat olie.

De institutionele en economische omslag begon volgens de historische analyse in 1988 en kreeg na het herstel van de democratie in 1992 meer vaart. Hervormingen richtten zich op liberalisering, privatisering, één wisselkoers, gezondere overheidsfinanciën, herstel van de financiële sector en hervorming van verliesgevende staatsbedrijven.

De economie groeide tussen 1992 en 1999 gemiddeld met ongeveer 5,5 procent per jaar, tegenover een gemiddelde krimp van 3 procent tussen 1980 en 1988. De inflatie, die in 1991 nog boven 100 procent lag, daalde tegen 1995 naar enkelvoudige cijfers.

Het tekort van de publieke sector liep eveneens sterk terug. Een gat van bijna 20 procent van de economie in het begin van de jaren negentig werd tegen 1999 teruggebracht tot minder dan 1 procent na verrekening van ontvangen steun.

De zware schuldpositie verdween niet vanzelf. Guyana doorliep tussen 1991 en 1995 drie schuldherschikkingen met schuldeisers en kreeg in 1996 een verdere vermindering onder gunstige voorwaarden. Het land kwalificeerde zich in 1997 als eerste staat binnen een speciale regeling voor sterk open economieën met een buitensporige buitenlandse schuldenlast.

Na het bereiken van het eerste voltooiingspunt in 1999 konden vrijgekomen middelen worden ingezet voor armoedebestrijding, onderwijs en gezondheidszorg. Guyana voltooide het uitgebreide schuldverlichtingsproces in 2003, waarna internationale instellingen in 2006 en 2007 nog eens 611 miljoen Amerikaanse dollar aan schulden kwijtscholden.

De periode van 1999 tot 2011 bracht investeringen in woningen, wegen, scholen, gezondheidscentra, drinkwater en telecommunicatie. Goud, rijst, bouw, dienstverlening en geldzendingen uit het buitenland leverden eveneens een bijdrage aan de economie voordat olie de belangrijkste groeimotor werd.

Begrotingstekorten bedroegen tussen 2007 en 2019 gemiddeld ongeveer 2,75 procent van de economie, terwijl de overheidsinkomsten gunstiger waren dan bij vergelijkbare landen die eveneens schuldverlichting ontvingen. Tegen 2019 was de schuldratio gedaald tot onder het gemiddelde van die groep.

Wetgeving voor financieel beheer en aanbestedingen werd in 2003 ingevoerd, gevolgd door de Auditwet in 2004 en het belastingstelsel voor toegevoegde waarde in 2007. Het latere Natural Resource Fund kreeg regels voor opnames, waardoor een deel van de olie inkomsten werd afgeschermd tegen onbeperkte politieke besteding.

De overheidsschuld bedroeg eind 2025 ongeveer 29 procent van de economie en behoort daarmee tot de laagste in het westelijk halfrond. Het risico op problemen met zowel de buitenlandse als de totale schuld wordt als laag beoordeeld, maar een lage schuldratio mag geen vrijbrief worden voor projecten zonder aantoonbaar rendement.

Verdere groei vraagt om streng toezicht op loonontwikkeling, kredietverlening, woningprijzen en concurrentiekracht. Ook moeten achterstallige controles van oliekosten worden afgerond, jaarrekeningen van staatsbedrijven sneller worden gepubliceerd, aanbestedingsregels consequent worden nageleefd en het toezicht op de olie en gassector worden versterkt. De digitalisering van financiële diensten maakt daarnaast hogere cyberveiligheidsnormen noodzakelijk.

Suriname kan uit deze ontwikkeling vooral meenemen dat de eerste olie inkomsten in 2028 niet het begin van institutionele voorbereiding mogen worden. Een goed beheerde spaarfonds, integere controle op oliecontracten, tijdige jaarrekeningen, transparante aanbestedingen, een uitvoerbare local contentwet en gerichte investeringen in landbouw, onderwijs en industrie moeten vóór de grote inkomstenstroom functioneren.

Guyana’s vooruitgang laat daarmee een genuanceerder verhaal zien dan alleen een olieboom, want de bron versnelde de groei, maar schuldverlichting, wetgeving, begrotingsdiscipline en jarenlange institutionele opbouw legden eerder het fundament. De volgende historische test wordt of het land deze rijkdom ook na de piekproductie kan omzetten in productieve bedrijven, sterke publieke diensten en welvaart die niet verdwijnt wanneer de olieprijs daalt.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Total
0
Shares
Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Related Posts
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag