De druk op de regering om de arbeidsvoorwaarden van leerkrachten te verbeteren, neemt toe. De Gezamenlijke Onderwijs Vakbonden (GOV) eisen vr 1 oktober duidelijkheid over een nieuwe loonstructuur voor het onderwijspersoneel. Als die duidelijkheid uitblijft, zullen de bonden zich beraden over vervolgstappen. Daarmee komt de regering voor een nieuwe deadline te staan die al langer een slepende onderhandelingen over de positie van leerkrachten zijn. GOV-coördinator Bernice Barron benadrukt dat het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden noodzakelijk is om leerkrachten voor het onderwijs te behouden. Volgens haar is het lerarentekort inmiddels uitgegroeid tot een structureel probleem, waarbij steeds meer onderwijsgevenden vertrekken naar het buitenland of overstappen naar sectoren waar betere inkomensmogelijkheden bestaan. De vakbonden presenteerden op 14 september hun voorstel voor een nieuwe loonstructuur aan de regering. Het voorstel wordt momenteel bestudeerd. Hoewel de loonreeks centraal staat in de huidige discussie, maakt deze volgens Barron deel uit van een breder wensenpakket waarover de bonden al geruime tijd met de regering onderhandelen. In juni bereikten de regering en de vakbonden overeenstemming over een aantal arbeidsvoorwaarden. Die afspraken betekenden volgens Barron echter niet het einde van het onderhandelingstraject.
De loonstructuur blijft een belangrijk openstaand punt. De huidige salarissen bieden volgens de bonden onvoldoende perspectief voor leerkrachten. Barron geeft aan dat een leerkracht in de vierde graad ongeveer SRD 12.500 verdient. Een beginnende leerkracht in de eerste graad ontvangt volgens haar tussen SRD 22.000 en SRD 23.000. De verschillen in de bestaande salarisschalen en de beperkte financiële vooruitzichten vormen volgens de bonden een belangrijke reden om aan te dringen op een herziening van de loonstructuur. Concrete bedragen uit het nieuwe voorstel houdt Barron voorlopig achter. Eerst moet overeenstemming met de regering worden bereikt voordat de voorgestelde loonreeks openbaar wordt gemaakt. De bonden willen daarmee voorkomen dat de onderhandelingen voortijdig worden beïnvloed en benadrukken dat het voorstel onderdeel is van een breder overleg over de arbeidsvoorwaarden binnen het onderwijs. De personeelsproblematiek vormt een van de belangrijkste zorgen van de GOV. Barron stelt dat het tekort aan leerkrachten niet langer als een tijdelijk probleem kan worden beschouwd. Onderwijsgevenden zoeken volgens haar hun toekomst steeds vaker buiten Suriname. Een deel vertrekt naar Nederland en andere Caribische landen, terwijl anderen kiezen voor een overstap naar sectoren waar zij meer kunnen verdienen.
Die ontwikkeling zet volgens de bonden de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs onder druk. Zonder structurele verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden dreigt het onderwijs moeite te blijven houden met het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel. De loonstructuur is in dat verband niet alleen een financiële kwestie, maar raakt ook aan de stabiliteit van het onderwijssysteem. De GOV trekt gezamenlijk op met onder meer de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (FOLS), het Syndicaat, DoHoS en de VWPU. De BVL-ALS volgt afzonderlijk een eigen traject, hoewel de verschillende bonden nog gezamenlijk met de regering aan tafel zitten. Volgens Barron liggen de verschillende loonvoorstellen niet ver uit elkaar. Dat biedt ruimte voor overleg, maar de uiteindelijke overeenstemming moet nog worden bereikt. De regering bestudeert momenteel de voorstellen, terwijl de bonden aandringen op concrete duidelijkheid binnen de gestelde termijn. De komende onderhandelingsdagen kunnen daarom bepalend worden voor het verdere verloop van het traject. Op 24 september staat een eerste plenaire onderhandelingssessie gepland. Als die bijeenkomst niet tot overeenstemming leidt, volgt op 25 september een nieuwe poging om tot afspraken te komen.
Voor de GOV is de tijdsdruk duidelijk. Barron beschouwt 1 oktober feitelijk als een ultimatum. Als er op die datum nog geen duidelijkheid bestaat over de nieuwe loonstructuur, zullen de vakbonden bepalen welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Welke acties daarna mogelijk op tafel komen, is nog niet bekendgemaakt. Wel maakt de bondenkoepel duidelijk dat het geduld niet onbeperkt is en dat het uitblijven van concrete afspraken gevolgen kan hebben voor de verdere verhouding met de regering. Naast de loonkwestie bestaan er ook zorgen over de start van het nieuwe schooljaar. Volgens Barron is nog onvoldoende duidelijk of alle personele en organisatorische problemen binnen het onderwijs zijn opgelost. De ervaringen van het vorige schooljaar spelen daarbij een belangrijke rol. Barron waarschuwt dat een herhaling van de problemen van vorig jaar geen optie is. Met de deadline van 1 oktober in zicht, komen de regering en de onderwijsvakbonden voor een cruciale fase te staan. De geplande onderhandelingssessies moeten duidelijk maken of er ruimte is voor overeenstemming over de loonstructuur of dat de impasse verder zal escaleren. Voor de leerkrachten, die al langer wachten op betere arbeidsvoorwaarden, staat niet alleen een salarisaanpassing op het spel, maar ook het perspectief op een stabiele toekomst binnen het onderwijs.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com