Het ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport (JOS) heeft het landelijke schoolpakkettenproject officieel gelanceerd. In totaal worden 25.000 schooltassen met schoolbenodigdheden verstrekt aan schoolgaande jongeren uit sociaal zwakke gezinnen. Een initiatief dat op het eerste gezicht vooral reden geeft tot waardering. Kinderen die thuis onvoldoende middelen hebben om hun schoolspullen te bekostigen, krijgen ondersteuning. Maar achter de feestelijke lancering en de symbolische overhandiging van de eerste tassen schuilt een veel hardere werkelijkheid, duizenden gezinnen zijn kennelijk zo financieel kwetsbaar geworden dat zelfs elementaire schoolbenodigdheden niet meer vanzelfsprekend zijn. De officiële aftrap vond plaats op O.S. Latour 1, waar een deel van de pakketten werd uitgedeeld. De regering is duidelijk, geen enkel kind mag vanwege financiële omstandigheden buiten het onderwijs vallen. Dat uitgangspunt is terecht. Onderwijs is geen luxeproduct en een schooltas met schriften, pennen en andere benodigdheden zou in een samenleving die haar toekomst serieus neemt.
Het uitdelen van 25.000 schoolpakketten kan verlichting brengen voor ouders en verzorgers die iedere maand opnieuw moeten rekenen, schuiven en bezuinigen. Maar het project legt tegelijkertijd bloot hoe diep de financiële problemen binnen delen van de samenleving zijn doorgedrongen. Wanneer de overheid moet inspringen om kinderen van de meest elementaire schoolbenodigdheden te voorzien, is dat niet alleen een sociaal programma. Het is ook een signaal dat de koopkracht van gezinnen onder zware druk staat. Farcia Wongsokarijo, onderdirecteur Algemeen Vormend Onderwijs (AVO), benadrukte terecht dat onderwijs de basis vormt voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren en daarmee voor de toekomst van Suriname. Volgens haar moeten leerlingen met de nodige middelen en vertrouwen aan hun schoolloopbaan kunnen beginnen. Daar valt weinig tegenin te brengen. Maar mooie woorden over vertrouwen, motivatie en toekomstperspectief krijgen pas betekenis wanneer gezinnen daadwerkelijk in staat zijn om hun kinderen structureel te ondersteunen. Een schoolpakket kan een probleem voor één schooljaar verlichten. Het lost armoede echter niet op.
Dat onderscheid mag niet worden weggepoetst door de positieve uitstraling van een overhandigingsceremonie. Een kind heeft niet alleen een tas nodig. Het heeft een stabiele thuissituatie nodig, voldoende voeding, vervoer naar school, toegang tot onderwijs, begeleiding en ouders die niet iedere maand hoeven te kiezen tussen schoolkosten en andere basisbehoeften. De schooltas is nuttig, maar slechts één stukje van een veel groter probleem. Ook parlementariër Michael Marengo wees erop dat het project meer moet betekenen dan het verstrekken van een schooltas. Volgens hem moet het jongeren stimuleren om zich in te zetten en uiteindelijk hun diploma of overgangsrapport te behalen. Dat is een belangrijke boodschap. Maar verantwoordelijkheden moeten niet uitsluitend bij jongeren worden gelegd. Van kinderen kan niet worden verwacht dat zij de gevolgen van maatschappelijke en economische problemen zelf wegwerken. Marengo deed bovendien een beroep op de betrokken commissie en uitvoerende instanties om erop toe te zien dat de schooltassen daadwerkelijk terechtkomen bij de kinderen die ze nodig hebben.
Dat is geen detail, maar een essentieel onderdeel van het project. Zodra publieke middelen worden ingezet, moet transparantie vooropstaan. Wie ontvangt een pakket, op basis van welke criteria, hoeveel pakketten zijn daadwerkelijk uitgedeeld en hoe wordt gecontroleerd of de ondersteuning bij de juiste gezinnen terechtkomt? Een project van deze omvang verdient meer dan mooie cijfers en officiële toespraken. Het verdient controleerbare resultaten. Voor het binnenland is gekozen voor een andere aanpak. In samenwerking met bestuursopzichters en districtscommissariaten zijn gezinnen in kaart gebracht die ondersteuning nodig hebben. Dat kan noodzakelijk zijn vanwege de specifieke omstandigheden in het binnenland, maar ook hier blijft een goede controle cruciaal. Juist in gebieden waar voorzieningen en bereikbaarheid beperkter zijn, moet worden voorkomen dat kwetsbare kinderen buiten beeld raken. Margo Biervliet, waarnemend directeur Jeugdontwikkeling, stelde dat geen enkel kind door een gebrek aan financiële middelen een schooljaar zou mogen missen. Dat uitgangspunt moet meer zijn dan een slogan. Het moet worden vertaald in beleid dat verder gaat dan een jaarlijkse verdeling van schooltassen.
Het schoolpakkettenproject is daarom een welkome vorm van ondersteuning als een pijnlijke spiegel voor de samenleving. Het helpt 25.000 kinderen, maar tegelijkertijd toont het aan hoeveel gezinnen afhankelijk zijn geworden van overheidssteun om een nieuw schooljaar überhaupt behoorlijk te kunnen beginnen. De regering verdient erkenning wanneer zij kinderen daadwerkelijk helpt. Maar politieke verantwoordelijkheid betekent ook dat men niet tevreden mag zijn met het bestrijden van de gevolgen. De echte uitdaging ligt bij het aanpakken van de oorzaken. Want zolang ouders moeite hebben om basisbenodigdheden voor hun kinderen te betalen, zolang gezinnen financieel kwetsbaar blijven en zolang schoolspullen voor duizenden kinderen een onoverkomelijke kostenpost vormen, is een schooltas meer dan een schooltas. Een symptoom van een samenleving waarin gelijke kansen nog lang geen vanzelfsprekendheid zijn. En juist daarom mag 25.000 schoolpakketten niet het eindpunt van het beleid zijn, maar slechts het begin van een veel grotere verantwoordelijkheid.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com