De berichtgeving over de vermeende kwijtschelding door China van RMB 320 miljoen aan Surinaamse schuld verdient een flinke dosis nuchterheid. Wie de indruk wekt dat China in 2026 plotseling een aanzienlijk deel van de Surinaamse schulden heeft weggepoetst, schetst een werkelijkheid die volgens het Bureau voor de Staatsschuld, de Suriname Debt Management Office (SDMO), niet klopt. De feiten zijn minder spectaculair dan de politieke uitstraling die sommigen eraan proberen te geven. Volgens het Schuldenplan 2026 van het Bureau voor de Staatsschuld waren de betreffende renteloze leningen, met een gezamenlijke waarde van RMB 320 miljoen, al per 1 januari 2022 uit de buitenlandse schuldportefeuille van de Surinaamse overheid verwijderd. Dat betekent dat deze leningen al jarenlang geen onderdeel meer waren van de reguliere schuldpositie zoals die in het kader van de schuldherstructurering met China werd behandeld. Dat gegeven verandert de betekenis van de recente berichtgeving fundamenteel. Er is namelijk een groot verschil tussen een nieuwe schuldkwijtschelding in 2026 en het opnieuw onder de aandacht brengen van een bedrag dat al in 2022 uit de schuldportefeuille was verwijderd.
Het eerste zou een nieuwe financiële verlichting betekenen. Het tweede is vooral een administratieve en historische vaststelling die nu opnieuw politieke aandacht krijgt. Juist daar ligt het probleem. In een land waar de overheid voortdurend worstelt met hoge schulden, beperkte financiële ruimte en zware druk op de staatsfinanciën, klinkt het woord kwijtschelding al snel als een overwinning van formaat. Een bedrag van RMB 320 miljoen kan in de publieke beeldvorming gemakkelijk worden gepresenteerd als een belangrijke financiële doorbraak. Maar wie verder kijkt, ziet dat de werkelijkheid aanzienlijk zorgvuldiger is. Het Bureau voor de Staatsschuld heeft immers duidelijk aangegeven dat de informatie is opgenomen in hoofdstuk 4 van het Schuldenplan 2026, getiteld ‘Evaluatie Schuldenplan 2025’. De passage heeft betrekking op de ontwikkelingen en schuldmaatregelen die in 2025 zijn geëvalueerd. Het bedrag moet daarom niet worden geïnterpreteerd als een nieuwe kwijtschelding die pas in 2026 heeft plaatsgevonden. Dat lijkt misschien een technisch detail, maar het is allesbehalve onbelangrijk. Bij staatsschuld draait het om cijfers, definities, momenten en verplichtingen.
Een verkeerde voorstelling van zaken kan burgers en zelfs beleidsmakers een verkeerd beeld geven van de werkelijke financiële positie van het land. Nog problematischer wordt het wanneer de kwijtschelding van RMB 320 miljoen wordt verbonden aan de totale Chinese schuld van Suriname, die rond de USD 550 miljoen ligt. Het is eenvoudig om beide bedragen in één verhaal te plaatsen en daarmee de indruk te wekken dat China een enorm deel van de Surinaamse schuld heeft kwijtgescholden. Dat is niet het geval. Het gaat uitsluitend om specifieke renteloze leningen. De overige Chinese verplichtingen blijven bestaan en vallen niet automatisch onder deze kwijtschelding. De conclusie dat de Chinese schuld van circa USD 550 miljoen grotendeels of volledig van tafel is, is dan ook onjuist. Dit is precies het soort financiële communicatie waar Suriname zich geen enkele ruimte voor kan veroorloven. Schuldbeheer is geen podium voor politieke marketing. Het gaat om belastinggeld, toekomstige begrotingen en verplichtingen die uiteindelijk door de samenleving moeten worden gedragen. Een regering mag uiteraard positieve ontwikkelingen benadrukken. Een schuld die daadwerkelijk niet langer op de staatsbalans drukt, is zonder meer positief. Maar positieve financiële ontwikkelingen moeten wel in hun juiste context worden geplaatst. Anders verandert transparantie in propaganda en wordt een technische schuldmaatregel opgeblazen tot een politieke overwinning die groter is dan de werkelijkheid. Suriname heeft bovendien weinig behoefte aan financiële zelfgenoegzaamheid. De totale schuldenproblematiek is daarvoor te ernstig.
Een bedrag van RMB 320 miljoen dat al sinds 2022 uit de buitenlandse schuldportefeuille is verwijderd, lost de structurele problemen van de Surinaamse staatsfinanciën niet op. Het verandert evenmin het feit dat het land nog altijd met aanzienlijke binnenlandse en buitenlandse schulden en zware financiële verplichtingen wordt geconfronteerd. De belangrijkste les uit deze kwestie is daarom niet dat Suriname plotseling honderden miljoenen aan Chinese schuld heeft zien verdwijnen. De belangrijkste les is dat financiële informatie zorgvuldig moet worden gelezen en gecommuniceerd. Een schuldenland heeft behoefte aan feiten, niet aan opgepoetste successen. Als een bedrag al jaren geleden uit de schuldportefeuille is verwijderd, moet dat ook duidelijk worden gezegd. Als slechts specifieke renteloze leningen zijn kwijtgescholden, moet niet de suggestie worden gewekt dat daarmee de volledige Chinese schuld is verdwenen. RMB 320 miljoen minder schuld is positief. Maar het is geen vrijbrief om de werkelijkheid groter te maken dan zij is. De Surinaamse bevolking verdient geen financiële sprookjes, maar een eerlijke voorstelling van de staatsschuld. Alleen met volledige duidelijkheid over wat daadwerkelijk is kwijtgescholden, wanneer dat is gebeurd en welk deel van de Chinese schuld nog resteert, kan er sprake zijn van geloofwaardig en verantwoord schuldbeheer. Wie anders communiceert, helpt niet mee aan financieel herstel, maar aan een gevaarlijke illusie van financieel succes.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com