Suriname staat aan de vooravond van een economische ontwikkeling die het land ingrijpend kan veranderen. De olie en gassector moet miljarden aan investeringen, werkgelegenheid en inkomsten opleveren. Maar terwijl de verwachtingen rond de olievelden steeds groter worden, blijft een cruciaal onderdeel van de nationale voorbereiding pijnlijk achter, de infrastructuur. Doordat Ridgeley Kasantirto, directeur van de Wegenautoriteit Suriname, aan de bel trekt, komt een fundamenteel probleem aan het licht. De wegen van Suriname zijn volgens hem nog onvoldoende afgestemd op de komst van een omvangrijke olie en gassector. Dat is geen detail en ook geen technisch ongemak dat met een paar nieuwe asfaltlagen kan worden opgelost. Het raakt rechtstreeks aan de vraag of Suriname überhaupt in staat is zijn verwachte economische groei te dragen. We moeten onze wegen gaan afstemmen op oil & gas. Dat is nog niet het geval. Daarmee wordt feitelijk erkend dat de infrastructuurontwikkeling achter de economische ambities aanloopt. Het land praat al jaren over economische diversificatie en de kansen die olie en gas bieden, maar ondertussen blijkt een belangrijke randvoorwaarde voor die groei nog grotendeels onvoldoende voorbereid. Het probleem wordt nog schrijnender wanneer wordt gekeken naar het zware vrachtverkeer dat de sector met zich mee zal brengen. Trucks, machines en ander zwaar materieel zullen de druk op het wegennet aanzienlijk verhogen.
Wegen die vandaag al moeite hebben om het bestaande verkeer te verwerken, zullen onder een veel grotere belasting komen te staan. En daar ligt een bekend Surinaams probleem, onderhoud wordt te vaak gezien als een kwestie van gaten dichten. Een weg krijgt nieuw asfalt, enkele maanden of jaren later ontstaan opnieuw problemen en vervolgens begint dezelfde cyclus opnieuw. Kasantirto wijst er terecht op dat dit in veel gevallen geen structurele oplossing is. Wanneer de fundering van een weg niet meer voldoet, heeft opnieuw asfalt aanbrengen weinig zin. Dan moet de weg worden opengebroken en daadwerkelijk worden hersteld. Dat inzicht maakt duidelijk hoe groot de achterstand is. De Wegenautoriteit beheert ongeveer de helft van het primaire wegennet, dat in totaal circa 1500 kilometer omvat. Volgens Kasantirto bestaat er een forse achterstand in het structurele onderhoud. Dat betekent dat Suriname niet alleen nieuwe infrastructuur moet bouwen, maar tegelijkertijd een bestaand wegennet moet repareren dat jarenlang onvoldoende structureel is onderhouden. Toch wordt de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij de overheid gelegd. Grote bedrijven zouden volgens Kasantirto een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van de infrastructuur. Dat is op zichzelf een verdedigbaar uitgangspunt. Bedrijven die rechtstreeks profiteren van de economische activiteit rond olie en gas hebben er immers belang bij dat wegen, bruggen en andere voorzieningen de extra belasting aankunnen.
Maar samenwerking mag geen excuus worden voor een overheid die haar eigen verantwoordelijkheid afschuift. Infrastructuur is een publieke basisvoorziening en vormt de ruggengraat van economische ontwikkeling. Het is de taak van de staat om tijdig vast te stellen welke wegen, bruggen en verkeersaders nodig zijn en ervoor te zorgen dat deze voldoen aan de eisen van een veranderende economie. Daarbij is controle op aslasten essentieel. Het heeft weinig zin om miljoenen te investeren in sterkere wegen als zwaar transport vervolgens de toegestane aslasten overschrijdt en het nieuwe wegdek binnen korte tijd opnieuw beschadigt. Strengere controle en daadwerkelijke handhaving zijn daarom geen luxe, maar een absolute voorwaarde. Ook de aangekondigde wetgeving voor tolwegen en tolbruggen past in dat bredere debat. Als gebruikers via tol bijdragen aan infrastructuur, moet daar tegenover staan dat zij daadwerkelijk kunnen rekenen op kwalitatief goede, veilige en goed onderhouden voorzieningen. Tol mag geen nieuwe inkomstenbron worden zonder dat daar structurele verbetering tegenover staat. De aanpak van de Kennedyweg, waar wordt gewerkt met een zwaardere fundering, laat zien welke richting nodig is. Niet cosmetisch oplappen, maar investeren in wegen die bestand zijn tegen de werkelijkheid van zwaar en intensief verkeer.
Ook bij de Van ’t Hogerhuysstraat zijn verbeteringen aan onder meer de ontwatering, fietspaden en oversteekplaatsen voorzien. Dat zijn noodzakelijke maatregelen, want een weg is meer dan alleen asfalt. Veiligheid, afwatering en verkeersdoorstroming bepalen gezamenlijk de kwaliteit van infrastructuur. Het grote gevaar is dat Suriname opnieuw achter de feiten aanloopt. De olie en gassector ontwikkelt zich sneller dan de infrastructuur kan worden aangepast. Als dat niet verandert, dreigt economische groei juist extra druk te leggen op een wegennet dat nu al met een aanzienlijke onderhoudsachterstand kampt. Suriname kan niet serieus spreken over een moderne olie en gaseconomie terwijl vrachtwagens over wegen rijden die structureel onvoldoende zijn toegerust. Economische groei zonder infrastructuurplanning is geen vooruitgang, maar uitgestelde schade. De olie en gasinkomsten bieden Suriname een unieke kans om eindelijk structureel te investeren. Die kans mag niet worden verspild aan steeds terugkerende lapmiddelen. Het land heeft behoefte aan een langetermijnvisie waarin wegen, bruggen, drainage, verkeersveiligheid en zwaar transport integraal worden meegenomen. De oproep van de Wegenautoriteit is uiteindelijk simpel en confronterend, Suriname wil een nieuwe economische toekomst tegemoet, maar een groot deel van de infrastructuur is daar nog niet klaar voor. Als de overheid nu niet ingrijpt, dreigt de beloofde olierijkdom straks letterlijk vast te lopen op kapotte wegen, zwakke bruggen en achterstallig onderhoud.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com