Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is gestart met bodemonderzoek bij landbouwproducenten in Wanica D, Lelydorp. Met een zogenoemde soil nutrient tester kit worden metingen verricht om landbouwers inzicht te geven in de toestand van hun bodem en de aanwezige voedingsstoffen. In de praktijk laat het initiatief echter ook zien hoe groot de kloof nog altijd is tussen wat de Surinaamse landbouw nodig heeft en wat daadwerkelijk structureel wordt aangeboden. De eerste bodemmetingen werden uitgevoerd bij markoesaproducent Joan van Dijk in Reeberg. Het ressort kreeg via senior researcher Soekarina Ardjosentono van de afdeling Bodemonderzoek en Agrohydrologie van LVV de beschikking over een soil nutrient tester kit. Voorlichters uit verschillende districten zijn getraind om de apparatuur te gebruiken en bodemmetingen uit te voeren. Daar valt weinig op af te dingen. Een landbouwer die zijn bodem serieus wil beheren, moet weten wat er in die bodem zit. Blind meststoffen toedienen is verspilling van geld en kan bovendien leiden tot een verkeerde balans in de bodem. Met betrouwbare bodemgegevens kan gerichter worden bemest, kunnen gewassen beter worden afgestemd op de eigenschappen van een perceel en kunnen productiekosten mogelijk worden verlaagd.
Want het beschikbaar stellen van een meetkit is nog geen landbouwbeleid. Een bodemmeting op zichzelf verhoogt de productie niet, maakt een landbouwer niet automatisch efficiënter en lost de structurele problemen in de sector niet op. De waarde van deze dienstverlening staat of valt met wat er na de meting gebeurt. Een getal op een meetapparaat heeft voor een landbouwer weinig betekenis als daar geen deskundig, praktisch en betaalbaar advies tegenover staat. De resultaten moeten worden vertaald naar concrete bemestingsadviezen, geschikte gewassen, teeltplanning en een aanpak die rekening houdt met de financiële mogelijkheden van de producent. Anders dreigt bodemonderzoek vooral een administratieve of technische activiteit te worden waarvan de landbouwer uiteindelijk weinig merkt. Juist daarom is de rol van de landbouwvoorlichters cruciaal. Zij moeten niet alleen een apparaat kunnen bedienen, maar ook in staat zijn om de resultaten correct te interpreteren en te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Een training in het gebruik van een soil nutrient tester kit is een begin, maar landbouwvoorlichting moet verder gaan dan meten alleen.
Het ministerie stelt terecht dat bodemonderzoek kan bijdragen aan duurzame en efficiënte landbouw. Het voorkomen van overbemesting is belangrijk. Meststoffen kosten geld en verkeerd gebruik kan de bodemkwaliteit aantasten. Tegelijkertijd kan onderbemesting leiden tot zwakke gewassen en tegenvallende opbrengsten. Een goede balans is daarom essentieel. Maar duurzaamheid mag geen mooi beleidswoord blijven dat alleen in persberichten goed klinkt. Duurzame landbouw vraagt om continuïteit. Het vraagt om regelmatige bodemmetingen, betrouwbare gegevens, deskundige begeleiding en een systeem waarbij boeren daadwerkelijk toegang hebben tot de kennis en middelen die nodig zijn om hun productie te verbeteren. Dat de soil nutrient tester kits door de World University Service of Canada (WUSC) aan LVV zijn geschonken, verdient erkenning. Internationale samenwerking kan de landbouwsector ondersteunen en praktische hulpmiddelen beschikbaar maken. Tegelijkertijd moet een ministerie ervoor waken afhankelijk te worden van incidentele schenkingen. Structurele landbouwontwikkeling kan niet gebouwd worden op apparatuur die pas beschikbaar komt wanneer een externe organisatie deze schenkt.
Suriname heeft geen gebrek aan landbouwgrond of aan mensen die willen produceren. Het probleem ligt veel dieper. Landbouwers hebben behoefte aan consistent beleid, betaalbare productiemiddelen, technische begeleiding, toegang tot markten en investeringen in infrastructuur. Bodemonderzoek hoort daar absoluut bij, maar is slechts één onderdeel van een veel groter geheel. Het initiatief in Wanica D verdient daarom een serieuze opvolging. De metingen mogen niet beperkt blijven tot enkele percelen en een reeks foto’s voor de overheidscommunicatie. De echte test begint wanneer de resultaten worden gebruikt om boeren daadwerkelijk beter te laten produceren. Als LVV erin slaagt om bodemonderzoek uit te bouwen tot een permanente en laagdrempelige dienstverlening, kan dit een waardevol instrument worden voor de landbouwsector. Dan wordt de bodem niet alleen gemeten, maar ook beter beheerd. De Surinaamse landbouwer heeft uiteindelijk geen behoefte aan mooie aankondigingen of losse projecten. Hij heeft behoefte aan beleid dat werkt, kennis die beschikbaar is en ondersteuning die niet verdwijnt zodra de publiciteit voorbij is. Een soil nutrient tester kit kan daarbij helpen. Maar het apparaat is slechts zo goed als het landbouwbeleid dat erachter staat.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com