Albina moet een nieuw gezicht krijgen. De waterkant wordt opgeknapt, er zijn vuilnisbakken geplaatst en aan de Kaplerstraat zijn tien nieuwe units gebouwd. Met een publiek private samenwerking probeert het commissariaat van Marowijne Noordoost orde, uitstraling en economische activiteit terug te brengen naar een grensstad die jarenlang vooral bekendstond om chaos, verval en gebrekkige ruimtelijke ordening. Het initiatief verdient steun. Maar wie denkt dat tien nieuwe units en een reeks vuilnisbakken voldoende zijn om Albina structureel te veranderen, miskent de omvang van het probleem. De werkelijkheid is veel harder dan het beeld dat bij een feestelijke oplevering kan worden geschetst. De Kaplerstraat is daar het levende bewijs van. Volgens districtscommissaris Marvin Vyent werd de straat jarenlang ontsierd door vrachtwagens die tussen bouwvallige standjes kwamen laden en lossen. Dat was geen toevallig incident, maar het resultaat van jarenlang gebrek aan planning, toezicht en handhaving. Een grensstad met toeristische potentie kan zich moeilijk een entree permitteren die bezoekers het gevoel geeft dat alles maar ergens wordt neergezet en dat openbare ruimte van niemand is.
Dat het bedrijfsleven nu nodig is om tien units te bouwen, laat bovendien zien hoe groot de kloof is tussen wat de overheid wil en wat zij zelf kan realiseren. Publiek private samenwerking kan een krachtig instrument zijn, maar het mag geen excuus worden voor structurele overheidsverwaarlozing. Ondernemers kunnen helpen investeren in de omgeving, maar uiteindelijk blijft de overheid verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening, infrastructuur, afvalbeheer en handhaving. Juist op het gebied van afval wordt duidelijk hoe diep het probleem zit. Afvalbeheer is volgens het commissariaat de grootste uitgavenpost. Het opruimen van afval dat vanuit de rivier aanspoelt, kost ongeveer SRD 1 miljoen per maand. Dat is een bedrag dat jaarlijks neerkomt op circa SRD 12 miljoen. Geld dat voortdurend wordt uitgegeven om achteraf op te ruimen wat eerder voorkomen had kunnen worden. De introductie van rode vuilniszakken moet daar verandering in brengen. Vanaf 1 september zijn de zakken verkrijgbaar en vanaf 1 oktober moeten huishoudens en anderen ze gebruiken. Vanaf 1 november wordt afval alleen nog opgehaald als het in deze rode zakken zit. Dat klinkt ordelijk, maar het succes van deze maatregel staat of valt met controle.
Zonder handhaving dreigt ook dit systeem een regeling te worden die op papier bestaat, maar in de praktijk massaal wordt genegeerd. Burgers aanspreken op hun verantwoordelijkheid is terecht, maar verantwoordelijkheid werkt alleen wanneer regels voor iedereen gelden. Wie afval dumpt, moet worden aangepakt. Wie zich wel aan de regels houdt, moet erop kunnen vertrouwen dat het systeem daadwerkelijk functioneert. Daar ligt een belangrijk spanningsveld. De samenleving wordt gevraagd mee te betalen aan afvalbeheer door rode zakken aan te schaffen, terwijl tegelijkertijd niet duidelijk is of de overheid voldoende capaciteit heeft om illegale dumping en bedrijfsafval effectief aan te pakken. Het risico bestaat dat de burger opnieuw de rekening krijgt gepresenteerd voor een probleem dat jarenlang onvoldoende is aangepakt. Ook de opmerking van DNA lid Geneviévre Jordan dat Albina moet afkomen van de naam ‘slordige Albina’ raakt een gevoelige snaar. Een stad krijgt niet zomaar een slechte reputatie. Zo’n reputatie ontstaat door jarenlange zichtbare verwaarlozing. Een nieuwe waterkant is daarom welkom, maar het echte werk begint pas wanneer de verbetering wordt doorgetrokken naar de rest van Albina. De opmerkingen van gewestelijke politiecommandant Henry Kia zijn eveneens relevant. Een nette en goed ingerichte openbare ruimte kan bijdragen aan veiligheid en het voorkomen van criminaliteit. Maar ook hij benadrukt dat de huidige ordening slechts een begin is.
Zonder consequente handhaving kan de oude situatie terugkeren zodra de aandacht verslapt. Dat Albina geen broeinest van zware criminaliteit is zoals soms in Paramaribo wordt voorgesteld, is belangrijk. Maar het alledaagse problemen zou even verkeerd zijn. Ruzies, vechtpartijen, verkeersproblemen en ongeorganiseerde bedrijvigheid kunnen de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van een grensstad ernstig aantasten. De zogenoemde hosselcultuur mag geen vrijbrief worden voor wanorde. De nieuwe waterkant moet daarom meer worden dan een cosmetische ingreep. Albina heeft behoefte aan een duidelijke langetermijnvisie, vaste standplaatsen, ordelijk verkeer, fatsoenlijk afvalbeheer, toezicht op bedrijfsactiviteiten, onderhoud van de openbare ruimte en zichtbare handhaving. De tien nieuwe units zijn een begin. De vuilnisbakken zijn een begin. De rode zakken zijn een begin. Maar Albina heeft geen behoefte aan nog een tijdelijk project dat na de openingsceremonie langzaam verloedert. Als de overheid werkelijk een ander gezicht van Albina wil laten zien, moet zij bereid zijn ook het moeilijke werk te doen wanneer de afgelopen is. Dan pas wordt stadsverfraaiing echte stadsontwikkeling. Anders blijft het bij een opgeknapte waterkant in een stad die onder de oppervlakte nog steeds worstelt met dezelfde oude problemen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com