Suriname wil de productiesector klaarstomen voor een toekomst waarin de economie niet langer uitsluitend afhankelijk is van olie en gas. Met dat doel reisde een Surinaamse delegatie onder leiding van minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) af naar Peru. Daar maakte de delegatie kennis met een innovatiemodel dat de afgelopen jaren duizenden kleine en middelgrote bedrijven heeft geholpen hun productie te verbeteren, nieuwe markten te bereiken en concurrerender te worden. Het driedaagse werkbezoek, georganiseerd door de Inter-American Development Bank (IDB), bracht de Surinaamse vertegenwoordigers naar Lima en Iquitos. De belangstelling ging uit naar het Peruaanse netwerk van Centros de Innovación Productiva y Transferencia Tecnológica (CITE), een systeem van innovatiecentra dat fungeert als schakel tussen overheid, kennisinstellingen en ondernemers. Peru beschikt inmiddels over 46 CITE-centra, verspreid over het land. De instellingen richten zich op uiteenlopende sectoren, waaronder de agro-industrie, bosbouw, houtverwerking, visserij, aquacultuur, energie en mijnbouw.
Ondernemers kunnen er terecht voor laboratoriumonderzoek, kwaliteitscontrole, productontwikkeling, materiaaltesten, opleidingen en technologische ondersteuning. Tijdens het bezoek kreeg de Surinaamse delegatie een inkijk in de praktijk. Zo ondersteunt CITE Madera bedrijven in de hout- en meubelindustrie met technische trainingen en productontwikkeling. CITE Pesquero begeleidt ondernemingen in de visserij en agro-industrie bij innovatie en technologieoverdracht. In de regio Loreto maakten de bezoekers kennis met CITE Forestal Maynas, dat inmiddels ruim 4.400 productie-eenheden heeft ondersteund met meer dan 14.000 technologische diensten. CITE Productivo Maynas heeft op zijn beurt al ruim 8.200 productie-eenheden begeleid en meer dan 20.000 technische diensten geleverd. Die cijfers illustreren vooral één belangrijke les, innovatie ontstaat niet vanzelf. Zij vraagt om een goed georganiseerd systeem waarin ondernemers structureel toegang krijgen tot kennis, technologie en gespecialiseerde ondersteuning. Voor Suriname is dat een relevant uitgangspunt.
De regering spreekt al langer over economische diversificatie en het versterken van niet-oliesectoren. De vraag is echter hoe die ambitie daadwerkelijk wordt vertaald naar concrete resultaten. Juist daarin kan het Peruaanse model een voorbeeld zijn. Niet omdat Suriname simpelweg hetzelfde systeem moet kopiëren, maar omdat het laat zien hoe overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven gezamenlijk kunnen investeren in innovatie. Minister Baasaron noemde de opgedane ervaringen veelzeggend. Volgens hem heeft Peru aangetoond dat innovatie geen abstract beleidsbegrip hoeft te zijn, maar vooral praktische ondersteuning betekent waardoor ondernemers efficiënter kunnen produceren, hun producten verbeteren en nieuwe afzetmarkten kunnen bereiken. Precies dat, heeft de Surinaamse productiesector nodig om de economie verder te verbreden. Dat de IDB direct na afloop van het bezoek een subsidie van US$ 110.000 beschikbaar heeft gesteld, onderstreept dat ook de internationale financiële instelling mogelijkheden ziet voor Suriname. Het geld is bestemd voor technische assistentie waarmee onderzocht zal worden welke instrumenten, institutionele structuren en samenwerkingsmodellen geschikt zijn om innovatie, technologieoverdracht en waardeketenontwikkeling in Suriname te stimuleren.
De uitvoering van dit traject ligt volledig in handen van de IDB. Opvallend is bovendien dat de volledige studiereis door de IDB werd gefinancierd. Voor de Surinaamse staatskas bracht de missie geen kosten met zich mee. Toch zal uiteindelijk niet de hoogte van de subsidie bepalen of deze reis succesvol was. Een bedrag van US$ 110.000 is waardevol als startpunt, maar onvoldoende om een nationaal innovatiesysteem op te bouwen. De echte uitdaging begint zodra de rapporten zijn geschreven en de aanbevelingen op tafel liggen. Suriname heeft in het verleden vaker buitenlandse voorbeelden bestudeerd die uiteindelijk niet verder kwamen dan beleidsdocumenten. Het verschil zal dit keer moeten worden gemaakt door uitvoering, continuïteit en politieke daadkracht. Als de regering erin slaagt de lessen uit Peru daadwerkelijk om te zetten in blijvende ondersteuning voor ondernemers, kan de productiesector een stevige impuls krijgen. Blijft het echter bij studiereizen en plannen, dan zal ook deze missie uiteindelijk vooral herinnerd worden als een goed georganiseerd werkbezoek zonder blijvende economische impact.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com