Het Ministerie van Financiën en Planning probeert de ontstane commotie rond de betaling van leveranciers van arrestantenvoeding met klem te ontzenuwen. Volgens directeur Financiën V. Fernandes is de berichtgeving dat leveranciers zes maanden niet zouden zijn betaald onjuist. Het ministerie stelt dat over de periode januari tot en met juni 2026 een bedrag van ruim SRD 42,8 miljoen is uitbetaald en dat er dus geen sprake is van betalingsachterstanden. Op papier klinkt die verklaring overtuigend. In de praktijk roept zij echter minstens zoveel vragen op als zij probeert weg te nemen. De kern van de verklaring is dat de overheid haar betalingsverplichtingen over de eerste zes maanden van het jaar heeft nagekomen. Daarmee wil het ministerie aantonen dat de publieke berichtgeving feitelijk onjuist is. Opvallend is echter dat nergens wordt aangegeven wanneer deze betalingen precies zijn uitgevoerd. Werden de leveranciers maandelijks betaald zoals contractueel gebruikelijk is of zijn achterstallige bedragen pas veel later in één keer overgemaakt? Dat onderscheid is cruciaal. Voor ondernemers maakt het immers weinig verschil of een betaling uiteindelijk wordt verricht als zij maandenlang de kosten uit eigen zak hebben moeten voorschieten. Liquiditeitsproblemen ontstaan niet doordat een rekening uiteindelijk wordt betaald, maar doordat betalingen te laat plaatsvinden. De verklaring van Financiën zegt daar niets over.
Ook de behandeling van de maand juli laat zien dat de overheid vooral naar procedures verwijst. Volgens het ministerie moeten eerst de administratieve formaliteiten door het vakministerie worden afgerond voordat Financiën tot betaling kan overgaan. Juridisch is dat een correcte uitleg van de comptabele regelgeving. Tegelijkertijd verschuilt de overheid zich hiermee opnieuw achter bureaucratische processen. Voor leveranciers die dagelijks voedsel moeten inkopen, personeel moeten betalen en hun bedrijfsvoering draaiende moeten houden, bieden administratieve procedures weinig financiële verlichting. Zij verwachten vooral dat de overheid haar afspraken tijdig nakomt. Nog opvallender is de passage waarin Financiën stelt dat eventuele problemen bij individuele leveranciers mogelijk voortkomen uit administratieve of contractuele kwesties die buiten de verantwoordelijkheid van het ministerie vallen. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid impliciet doorgeschoven naar andere ministeries of uitvoerende diensten. Dat is een bekend patroon binnen de overheid. Zodra kritiek ontstaat over betalingen, wordt gewezen naar procedures, administratieve afhandeling of andere instanties.
Voor burgers en ondernemers maakt dat onderscheid echter nauwelijks uit. Zij zien slechts één overheid waarmee zij zaken doen. Interne bevoegdheidsverdelingen mogen nooit een excuus worden voor vertragingen die ondernemers financieel raken. Het ministerie doet daarnaast een oproep aan media en samenleving om zich te baseren op de feiten en waarschuwt dat onjuiste berichtgeving maatschappelijke onrust kan veroorzaken. Uiteraard is feitelijke berichtgeving essentieel. Maar die oproep krijgt pas werkelijk geloofwaardigheid wanneer de overheid zelf maximale transparantie betracht. Als de regering werkelijk wil aantonen dat er geen betalingsachterstanden bestaan, kan zij eenvoudig inzicht geven in de betaaldata, de openstaande facturen, de verwerkingstijden en de contractuele betaaltermijnen. Dat soort informatie zou veel effectiever zijn dan een algemene mededeling dat een totaalbedrag inmiddels is uitbetaald. Juist transparantie voorkomt speculatie. Wanneer die ontbreekt, ontstaat ruimte voor wantrouwen. Bovendien blijft één fundamentele vraag onbeantwoord, waarom konden berichten over zes maanden achterstallige betalingen überhaupt zoveel geloofwaardigheid krijgen? Zulke signalen ontstaan meestal niet uit het niets. Leveranciers trekken doorgaans pas aan de bel wanneer betalingsproblemen zich daadwerkelijk voordoen of wanneer de communicatie met de overheid tekortschiet. Het ministerie spreekt met nadruk over een bedrag van SRD 42.841.303,50 dat is uitbetaald.
Dat indrukwekkende totaalbedrag moet kennelijk vertrouwen wekken. Maar zonder inzicht in de verdeling van die betalingen zegt het cijfer weinig over de daadwerkelijke betalingsdiscipline van de overheid. Een groot bedrag kan immers ook bestaan uit een verzameling van eerder opgelopen betalingsachterstanden die uiteindelijk alsnog zijn vereffend. Hetzelfde geldt voor de belofte dat de continuïteit van de arrestantenvoeding hoge prioriteit heeft. Die uitspraak klinkt geruststellend, maar wordt pas geloofwaardig wanneer leveranciers niet langer afhankelijk zijn van langdurige administratieve trajecten en wanneer betalingen structureel binnen de afgesproken termijnen plaatsvinden. De verklaring van Financiën is daarom vooral een bestuurlijke verdediging van het eigen handelen. Zij bevat cijfers, verwijzingen naar procedures en een oproep tot zorgvuldige berichtgeving. Wat echter ontbreekt, is volledige openheid over de daadwerkelijke betaalpraktijk en erkenning van eventuele knelpunten binnen de uitvoeringsketen. Zolang die transparantie uitblijft, zal de discussie over de betaling van arrestantenvoeding niet verdwijnen. Niet omdat de cijfers noodzakelijkerwijs onjuist zijn, maar omdat vertrouwen niet uitsluitend wordt opgebouwd met bedragen en officiële verklaringen. Vertrouwen ontstaat door aantoonbare openheid, tijdige betalingen en een overheid die verantwoordelijkheid neemt voor het functioneren van de gehele keten, in plaats van die verantwoordelijkheid telkens door te schuiven naar een andere schakel.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com