In de Royal Ballroom van het Torarica is deze week de National Capacity Development and Monitoring Pilot Workshop van start gegaan, georganiseerd door het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). Vier dagen lang praten beleidsmakers, technische experts, ngo’s en andere stakeholders over duurzaam wetlandsbeheer, klimaatverandering en monitoringcapaciteiten in Suriname. Op papier klinkt het initiatief indrukwekkend. Er wordt gesproken over GIS-technologie, remote sensing, data-analyse, stakeholderbetrokkenheid en het beschermen van het Coppename Monding Natuurreservaat (CMNR). Ook internationale partners zoals de Ramsar Convention en IUCN worden genoemd als belangrijke ondersteuners van het traject. Toch roept de bijeenkomst opnieuw een fundamentele vraag op, hoeveel van deze trainingen leiden daadwerkelijk tot tastbare resultaten op het terrein? Suriname organiseert de afgelopen jaren steeds vaker workshops, conferenties en trainingen rond klimaat, biodiversiteit en natuurbeheer.
Daarbij worden steevast ambitieuze termen gebruikt zoals duurzaam beheer, capaciteitsversterking en klimaatweerbaarheid. Maar critici merken op dat veel natuurgebieden nog altijd kampen met gebrekkige monitoring, beperkte handhaving en onvoldoende middelen. Mangrovegebieden verdwijnen op sommige plekken nog steeds door erosie, illegale activiteiten en menselijke druk. Ook ontbreekt het vaak aan actuele data, voldoende veldpersoneel en structurele financiering om beschermde gebieden effectief te beheren. De vraag dringt zich daarom op of deze vierdaagse workshop meer zal opleveren dan rapporten, presentaties en groepsfoto’s. Minister van Grondbeleid en Bosbeheer benadrukte tijdens zijn openingsspeech het belang van wetlands voor biodiversiteit, kustbescherming en klimaatmitigatie. Dat standpunt wordt breed ondersteund door wetenschappers en milieuorganisaties. Wetlands vormen immers een natuurlijke buffer tegen zeespiegelstijging en slaan grote hoeveelheden koolstof op. Maar de realiteit is dat Suriname nog steeds worstelt met institutionele zwakte binnen delen van het milieubeleid. Verschillende projecten zijn afhankelijk van buitenlandse financiering en internationale organisaties, terwijl structurele nationale investeringen achterblijven.
Ook is er bij veel eerdere milieuprojecten weinig publieke transparantie geweest over concrete resultaten, opvolging en evaluatie. Hoeveel monitoringprogramma’s functioneren vandaag daadwerkelijk? Welke aanbevelingen uit eerdere workshops zijn uitgevoerd? En hoeveel getrainde personen blijven actief binnen de sector? Dat de workshop plaatsvindt in een luxe hotelomgeving terwijl natuurbeheerders en lokale gemeenschappen vaak met beperkte middelen moeten werken, kan bovendien symbolisch wringen. Voor velen in het binnenland en kustgebieden zijn de gevolgen van klimaatverandering al zichtbaar, terwijl beleidsdiscussies zich regelmatig blijven afspelen ver van de praktijk. Het risico bestaat dat internationale milieutaal en beleidsdocumenten belangrijker worden dan directe actie op het terrein. Zonder structurele controle, financiering en politieke continuïteit blijven zelfs de beste strategieën slechts goede bedoelingen. Niemand betwist het belang van wetlands of klimaatbeleid. De echte uitdaging ligt echter niet langer in het organiseren van nóg een workshop, maar in het zichtbaar uitvoeren van beleid. Beter beschermde natuurgebieden, sterkere kustbescherming, betrouwbare monitoring en effectief milieubeheer. De komende jaren zal moeten blijken of deze training daadwerkelijk een keerpunt vormt of slechts de volgende bijeenkomst in een lange reeks beleidsdialogen zonder blijvende impact.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com