De roep om de petrodollar te vervangen klinkt steeds luider, niet alleen uit ideologische afkeer van Amerikaanse macht, maar uit pure strategische berekening van landen die hun economische speelruimte kleiner zien worden. De dollar kreeg na de Tweede Wereldoorlog zijn uitzonderlijke positie, eerst via Bretton Woods en later via de koppeling van oliehandel aan de Amerikaanse munt, waardoor bijna elke importerende economie dollars nodig had om energie te kopen en reserves aan te houden. Dat systeem gaf Washington jarenlang een enorme voorsprong, omdat het tegelijk tekorten kon financieren, schulden goedkoop kon plaatsen en financiële sancties kon inzetten als geopolitiek machtsmiddel.
Voor landen buiten het Westen is die dominantie allang geen neutraal monetair feit meer, maar een dagelijkse bron van afhankelijkheid. Sancties, asset freezes, uitsluiting van betalingskanalen en secundaire druk op derde landen hebben de dollar veranderd van wereldmunt naar geopolitiek drukmiddel. De zwaarst getroffen landen zijn vandaag opnieuw Rusland, Iran, Syrië, Noord Korea, Venezuela en Cuba, maar de bredere boodschap is dat elke economie die te afhankelijk blijft van dollarverkeer kwetsbaar wordt zodra politiek en financiën samenvallen.
India staat daardoor op een beslissend moment, het land wil strategische autonomie bewaren, maar moet tegelijk laveren tussen de Verenigde Staten, de Golf, Rusland, Iran en de bredere BRICS agenda. Officiële antwoorden van India’s ministerie van Buitenlandse Zaken laten zien dat New Delhi zijn betrokkenheid bij Chabahar niet volledig heeft opgegeven, maar wel onder zware Amerikaanse druk opereert. India tekende in 2024 een tienjarig contract voor de uitrusting en exploitatie van Shahid Beheshti Terminal, voldeed aan zijn verplichting van 120 miljoen dollar aan havenequipment en kreeg van de Amerikaanse zijde slechts een voorwaardelijke sanctierichtlijn die liep tot 26 april 2026.
Dat detail is belangrijk, omdat het laat zien dat India niet zozeer uit eigen vrije keuze uit Iraanse logistiek is gestapt, maar voortdurend moet onderhandelen over de grenzen van zijn economische autonomie. Chabahar is voor India geen symbolisch project, maar een strategische route naar Afghanistan, Centraal Azië en bredere Euraziatische verbindingen zonder afhankelijk te zijn van Pakistan. Zodra Washington via sanctieregimes of uitzonderingen kan bepalen hoe lang zo’n route openblijft, wordt de roep om alternatieve financiële en handelsarchitectuur bijna vanzelf sterker.
BRICS probeert precies in dat spanningsveld een uitweg te bouwen. Het blok bestaat inmiddels niet meer alleen uit de oorspronkelijke vijf, maar ook uit nieuwe leden en partnerstructuren die samen een veel groter deel van energie, grondstoffen, bevolking en Zuid Zuid handel vertegenwoordigen. Binnen die groep groeit al jaren de gedachte dat afrekening in nationale valuta, eigen betalingsrails, digitale settlement en uiteindelijk een neutraler rekeneenheidssysteem nodig zijn om de kwetsbaarheid voor dollarpolitiek te verlagen.
China heeft daarin al een voorsprong opgebouwd met het Cross Border Interbank Payment System, beter bekend als CIPS. Volgens de officiële CIPS gegevens telde het systeem in maart 2026 een wereldwijd netwerk met duizenden deelnemers en verwerkte het in 2025 ongeveer 180 biljoen yuan aan jaarvolume. Dat betekent nog geen vervanging van SWIFT of de dollar, maar wel een serieuze infrastructuurlaag waarlangs de yuan steeds makkelijker in grensoverschrijdende handel kan worden gebruikt.
Daar schuilt meteen India’s dilemma. Als BRICS te lang wacht met een eigen geloofwaardig alternatief, groeit de kans dat niet een neutrale BRICS munt of gezamenlijk settlementmechanisme de petrodollar uitdaagt, maar vooral de Chinese yuan. Dat zou de dollarhegemonie wel verzwakken, maar tegelijk een nieuwe monetaire afhankelijkheid kunnen creëren binnen de opkomende wereld. Voor New Delhi is dat een strategisch risico, omdat India wel de voordelen van dedollarisering wil, maar niet de prijs van Chinese monetaire dominantie.
De discussie over sancties geeft die zoektocht ook een morele onderlaag. Een studie in The Lancet Global Health uit 2025 onderzocht sanctie episoden in 152 landen tussen 1971 en 2021 en vond een significante samenhang tussen sancties en hogere sterfte, met de zwaarste effecten bij unilaterale economische sancties en vooral Amerikaanse sancties. De auteurs schatten dat unilaterale sancties samenhingen met ongeveer 564.258 extra sterfgevallen per jaar, een orde van grootte die duidelijk maakt dat financiële druk niet louter abstract beleid is, maar tastbare gevolgen heeft voor gezondheid en levensverwachting.
Het financiële probleem gaat nog dieper dan sancties alleen. Opkomende en ontwikkelende economieën lenen doorgaans in vreemde valuta en betalen daardoor een premie voor wisselkoersrisico, zelfs wanneer hun feitelijke kredietrisico niet veel slechter is dan dat van sommige ontwikkelde landen. Zolang de dollar het centrum van energiehandel, reservemanagement en staatsobligatievraag blijft, behouden de Verenigde Staten een voordeel dat andere landen niet hebben. De strijd tegen de petrodollar is daarom niet alleen een geopolitieke opstand, maar ook een gevecht om lagere financieringskosten en meer beleidsruimte voor de rest van de wereld.
Voor Suriname is dit geen theoretisch spel tussen grootmachten, maar een waarschuwing over hoe kwetsbaar kleine economieën zijn wanneer zij volledig afhankelijk blijven van systemen die elders worden ontworpen. Een land met olie, goud, bossen en regionale handelsambitie wint aan slagkracht wanneer het vroeg nadenkt over valuta risico, betalingskanalen, reservebeheer en de richting van Zuid Zuid handel, in plaats van pas te reageren wanneer sancties, rente of geopolitieke spanningen de speelruimte verkleinen. De komende jaren zullen niet alleen bepalen wie olie verkoopt, maar ook in welke munt dat gebeurt, via welk netwerk het wordt afgerekend en wie aan het einde van de keten de macht heeft om de geldstroom te stoppen.
BRICS kan de petrodollar niet morgen vervangen, maar het blok kan wel de voorwaarden scheppen voor een minder eenzijdige wereldorde. Dat vraagt geen grote retoriek alleen, maar praktische stappen zoals handel in nationale valuta, sterkere betaalinfrastructuur, digitale settlement, goudgedekte of grondstofgekoppelde experimenten en een politiek akkoord dat India, Brazilië, Rusland, China, Zuid Afrika en de bredere partners niet langer op losse sporen laat rijden. De echte vraag is dus niet of de petrodollar ooit barsten krijgt, maar of BRICS snel genoeg een geloofwaardig alternatief bouwt voordat één oude hegemonie simpelweg plaatsmaakt voor een nieuwe.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com