De koloniale verslagen kennen hun namen niet. Geen persoonlijke geschiedenis, geen grafsteen, geen monument dat hun leven markeert. Slechts mannen en vrouwen, vastgelegd in kille administratieve documenten. Toch waren zij geen nummers. Zij waren mensen die onder vaak harde en onrechtvaardige omstandigheden naar Suriname kwamen en hier een bestaan moesten opbouwen. Herdenken betekent dus dat wij hun die waardigheid alsnog teruggeven, stelde voorzitter van De Nationale Assemblée, dr. h. c. ir. Michael A. Adhin, tijdens het symposium 136 jaar Jawa Suriname. De doorwerking van de contractarbeid welzijn, rechten, cultuur en de toekomst van onze gemeenschap. Het symposium, gehouden in Sana Budaya en georganiseerd door de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI), maakte duidelijk dat 136 jaar Javaanse aanwezigheid in Suriname niet kan worden teruggebracht tot een kleurrijk verhaal over cultuur, gamelan en tradities. Achter die cultuur schuilt een geschiedenis van contractarbeid, uitbuiting, beperkte rechten en een strijd om waardigheid.
Op 9 augustus 1890 arriveerden de eerste 94 Javaanse contractarbeiders in Suriname. Zij kwamen vrijwel zonder bezit, maar lieten uiteindelijk een erfenis achter die diep in de Surinaamse samenleving is verankerd. Zelfs de eerste gamelan werd gemaakt uit weggegooide olievaten. Een ogenschijnlijk klein detail, maar tegelijkertijd een krachtig symbool, wat anderen afschreven, werd door de Javaanse arbeiders omgevormd tot iets dat onderdeel werd van hun eigen cultuur. Die veerkracht mag echter niet worden gebruikt om het verleden mooier te maken dan het was. De Javaanse contractarbeiders vroegen niet om privileges of uitzonderlijke behandeling. Zij verlangden slechts dat de afspraken die met hen waren gemaakt, werden nageleefd. Zelfs dat bleek te veel gevraagd. Zij hebben nooit gestreden voor nieuwe of betere voorwaarden. Zij vroegen alleen dat hun eigen contract werd nageleefd. Ze vroegen om de rechtsstaat. De contractvoorwaarden zijn echter ook niet nageleefd. Dit alles is nader onderzoek waard. Daarmee raakt de discussie aan een ongemakkelijke kern van de koloniale geschiedenis.
Contractarbeid wordt te gemakkelijk als een afgesloten hoofdstuk gepresenteerd. Alsof met het einde van het systeem ook de gevolgen verdwenen. De werkelijkheid is ingewikkelder. De economische en maatschappelijke achterstanden die onder koloniale omstandigheden ontstonden, werken door. Ook de strijd om erkenning, gelijke kansen, culturele ruimte en volwaardige maatschappelijke participatie is daarmee niet automatisch beëindigd. DNA-lid Marciano Dasai ging nog verder. Volgens hem gaat de geschiedenis van de Javaan in Suriname niet uitsluitend over immigratie, maar ook over systematische onderdrukking en uitbuiting. Het geduld waarmee generaties deze omstandigheden doorstonden, mag volgens hem niet worden verward met berusting of zwakte. En juist daar ligt een belangrijke boodschap van de herdenking. Wie alleen de culturele successen viert, maar de omstandigheden vergeet waaronder die gemeenschap zich heeft moeten ontwikkelen, vertelt slechts de helft van het verhaal.
De geschiedenis verdient meer dan jaarlijkse toespraken en symbolische momenten. Zij vraagt om onderzoek, onderwijs en een eerlijke confrontatie met koloniale archieven die vaak meer vertellen over systemen dan over de mensen die eronder leden. De woorden over de naamloze mannen en vrouwen maken duidelijk hoe groot die historische leegte nog altijd is. Ook de politieke geschiedenis van de Javaanse gemeenschap laat zien hoe beperkt haar invloed lange tijd was. Adhin wees erop dat vóór 1948 slechts 62 Javanen aan verkiezingen deelnamen. Dat gegeven staat niet los van de bredere machtsverhoudingen van die periode. Wie nauwelijks toegang heeft tot politieke invloed, heeft ook minder mogelijkheden om zijn belangen via de instituties van de staat af te dwingen. Daarom koppelde Adhin de geschiedenis aan drie fundamentele opdrachten van de volksvertegenwoordiging, controleren, levens beschermen en wetten maken. Dat klinkt vanzelfsprekend. De geschiedenis van de contractarbeiders laat echter zien wat er gebeurt wanneer bescherming en rechtszekerheid tekortschieten.
VHJI-voorzitter Elwin Atmodimedjo vatte de noodzaak van historisch bewustzijn samen met de woorden, Om te weten waar je naartoe gaat, moet je weten waar je vandaan komt. Die gedachte krijgt pas betekenis wanneer het verleden volledig wordt verteld. Niet alleen de successen, maar ook de vernedering. Niet alleen de gamelan, maar ook de contracten. Niet alleen de culturele rijkdom, maar ook de prijs die generaties daarvoor hebben betaald. De discussie tijdens het symposium verschoof uiteindelijk naar de toekomst. Onderwijs, economische zelfstandigheid, maatschappelijke participatie en het behoud van cultureel erfgoed kwamen nadrukkelijk naar voren. Daarmee krijgt 136 jaar Javaanse immigratie een betekenis die verder reikt dan een herdenkingsdag. Het is een spiegel voor Suriname. Een land dat zijn geschiedenis alleen serieus neemt wanneer het ook bereid is de ongemakkelijke delen ervan onder ogen te zien. De 94 mensen die op 9 augustus 1890 voet aan wal zetten, lieten misschien geen namen achter in de koloniale verslagen. Maar hun geschiedenis is niet naamloos. Hun arbeid, hun pijn, hun cultuur en hun volharding zijn onderdeel geworden van Suriname. Herdenken betekent daarom niet alleen herinneren. Het betekent weigeren om te vergeten waarom herinneren noodzakelijk is.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com