Boven de militaire vliegbases Volkel en Eindhoven is het de voorbije dagen onrustig geweest in de lucht, want opnieuw zijn er meerdere drones opgedoken in gebieden waar het luchtruim juist streng afgesloten hoort te zijn en waar straaljagers en transporttoestellen normaal ongestoord moeten kunnen opereren. Vanuit Defensie wordt bevestigd dat de onbemande toestellen zijn opgemerkt, dat er middelen zijn ingezet om ze te verdrijven en dat dit uiteindelijk is gelukt, maar over het aantal drones, de gebruikte technieken en de herkomst houden betrokken bewindspersonen bewust de kaken op elkaar, omdat men geen inkijk wil geven in het verdedigingsschild rond deze gevoelige locaties.
Volgens de politieke leiding gaat het niet om geavanceerde militaire systemen, maar om consumentendrones die in iedere willekeurige elektronicazaak te koop zijn en toch vormt dat, juist door de eenvoud, een zorgwekkend beeld, omdat een hobby toestel dat normaal boven een weiland of achtertuin vliegt ineens opdook in het luchtruim van bases waar F35 straaljagers, Hercules transportvliegtuigen en tanktoestellen zijn gestationeerd. Defensie benadrukt dat er geen aanwijzingen zijn dat de drones wapens of explosieven vervoerden, maar dat de combinatie van druk vliegverkeer, radarapparatuur en onbekende objecten in de lucht een risico is dat geen enkele commandant kan negeren.
Eerder waren boven een van de bases al meerdere drones gesignaleerd, waarop militairen hebben geprobeerd deze neer te halen, zonder zichtbaar resultaat, omdat de toestellen op tijd wegdoken en buiten bereik verdwenen. Daarna volgde een incident bij het civiele deel van Eindhoven, waar het vliegverkeer korte tijd is stilgelegd om niet te hoeven gokken met de veiligheid van passagiers en bemanningen. Nu blijkt dat opnieuw beweging is geconstateerd boven zowel Eindhoven als Volkel en dat Defensie daarvoor een soort permanent operationeel hoofdkwartier heeft ingericht dat dag en nacht meekijkt en direct kan opschalen wanneer onbekend luchtverkeer wordt gedetecteerd.
Deze incidenten staan niet op zichzelf, want in meerdere Europese landen zijn de afgelopen maanden drones opgedoken boven luchthavens, energiebedrijven en andere vitale infrastructuur, van Scandinavië tot België waar het luchtverkeer rond grote luchthavens tijdelijk werd lamgelegd. De combinatie van lage aanschafkosten, eenvoudige bediening en de mogelijkheid om op afstand camera’s of andere sensoren mee te dragen maakt dat veiligheidsdiensten in heel Europa op zoek zijn naar betere manieren om verdachte vluchten snel te herkennen en waar nodig uit te schakelen zonder bijkomende schade te veroorzaken.
Juristen en politie wijzen er intussen op dat de regels helder zijn, vliegen met drones boven vliegvelden en militaire installaties is verboden en wie zich daar toch aan waagt loopt niet alleen tegen een boete aan, maar riskeert ook een gevangenisstraf, zeker wanneer sprake is van herhaald of doelbewust gevaarzettend gedrag. De vraag wie er achter deze vluchten zit blijft voorlopig onbeantwoord, maar in politiek Den Haag klinkt de waarschuwing dat nieuwsgierige hobbyisten en kwaadwillenden door dezelfde wet worden beoordeeld zodra zij verboden luchtruim binnendringen en daarmee mensenlevens in gevaar brengen.
Voor Suriname zijn deze Europese voorvallen het waard om te analyseren, omdat ook hier het gebruik van drones in rap tempo toeneemt, van luchtfotografie boven Paramaribo tot inspecties boven plantages en riviergebieden en tegelijkertijd de bescherming van kritieke punten als onze luchthavens, havengebieden, toekomstige olie en gasinstallaties en energievoorzieningen aan belang wint. Wie nu al nadenkt over een combinatie van duidelijke regels, publieke voorlichting, technisch toezicht en goede samenwerking tussen luchtvaartdienst, politie en defensie, voorkomt dat de eerste serieuze drone incidenten pas worden aangepakt nadat een toestel dicht in de buurt van een landend vliegtuig of een kwetsbare installatie is gekomen. Daarin schuilt een duidelijke waarschuwing die Suriname tijdig kan oppakken voordat de eigen lucht vol raakt met kleine, maar niet onschuldige, elektronische bezoekers.