De woorden van president Jennifer Simons tijdens de Dag der Inheemsen klinken krachtig. De regering zegt te willen werken aan een gezamenlijke en duurzame oplossing voor het grondenrechtenvraagstuk. Inheemse gemeenschappen zouden recht hebben op waardigheid, gerechtigheid en naleving van internationale verdragen. Ook het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) wordt nadrukkelijk omarmd. Mooie woorden. Maar Suriname heeft inmiddels een lange geschiedenis waarin mooie woorden aanzienlijk sneller worden uitgesproken dan concrete resultaten worden geleverd. Het grondenrechtenvraagstuk is geen nieuw probleem en zeker geen dossier dat nog op ontdekking moet worden gebracht. Generaties lang wachten inheemse gemeenschappen op daadwerkelijke erkenning van hun rechten op hun traditionele leefgebieden. Ondertussen worden bossen geëxploiteerd, rivieren vervuild, gebieden ontbost en natuurlijke rijkdommen gewonnen. De gemeenschappen die daar wonen, worden maar al te vaak geconfronteerd met de gevolgen van besluiten die elders worden genomen. Juist daarom moet de regering oppassen dat de Dag der Inheemsen niet verandert in een jaarlijks moment waarop de politiek mooie woorden spreekt over cultuur, tradities en respect, om vervolgens weer over te gaan tot de orde van de dag.
President Simons stelt terecht dat de aarde niet aan de mens behoort, maar de mens aan de aarde. Maar die filosofische boodschap krijgt pas betekenis wanneer zij wordt vertaald naar beleid. Een regering kan niet tegelijkertijd spreken over respect voor de natuur en inheemse rechten, terwijl economische belangen telkens de doorslag dreigen te geven wanneer grondstoffen, concessies en ontwikkelingsprojecten ter sprake komen. De waarschuwing van de president dat FPIC geen obstakel voor nationale ontwikkeling is, maar juist een fundament voor inclusieve en duurzame vooruitgang, is belangrijk. Maar ook hier geldt, het principe moet meer zijn dan een mooie formulering in een toespraak. Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming betekent dat gemeenschappen niet pas worden geïnformeerd wanneer contracten al zijn gesloten, machines al klaarstaan en economische belangen al zijn vastgelegd. Het betekent dat zij daadwerkelijk invloed hebben op besluiten die hun grond, leefomgeving, cultuur en toekomst raken. Overleg achteraf is geen FPIC. Een uitnodiging voor een vergadering is geen FPIC. En instemming onder druk kan evenmin als vrije toestemming worden beschouwd.
De regering zegt dat besluiten over het binnenland niet boven de hoofden van traditionele gezagsdragers mogen worden genomen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk zal moeten bewijzen of dit werkelijk het nieuwe uitgangspunt wordt. Traditionele gezagsdragers mogen niet slechts worden opgevoerd als symbolische gesprekspartners wanneer de overheid draagvlak zoekt. Zij moeten structureel onderdeel zijn van besluitvorming. Met de verwachte groei van de olie en gassector krijgt het grondenrechtenvraagstuk bovendien een veel grotere urgentie. Suriname staat mogelijk aan de vooravond van een periode waarin grote economische belangen samenkomen met gebieden, natuurlijke hulpbronnen en gemeenschappen. Juist dan moet worden voorkomen dat economische groei opnieuw wordt vertaald naar winsten voor enkelen en problemen voor de mensen die het gebied al generaties lang bewonen. De uitspraak dat niemand achterblijft klinkt goed. Maar niemand achterlaten betekent ook dat inheemse gemeenschappen niet mogen worden gereduceerd tot een voetnoot in economische ontwikkelingsplannen. Als hun gebieden waardevolle grondstoffen bevatten, moeten zij niet alleen de nadelen dragen, maar aantoonbaar en structureel delen in de voordelen.
Hetzelfde geldt voor milieubescherming. Inheemse gemeenschappen beschikken over kennis die generaties lang is opgebouwd. Die kennis moet niet alleen worden geprezen tijdens Heritage Month. Zij moet worden meegenomen in beleid, wetgeving, milieubeheer en economische planning. Uiteindelijk draait het niet om de vraag of de regering mooie dingen zegt over inheemse rechten. De werkelijke maatstaf is wat er wordt vastgelegd, welke wetten worden aangepast, welke rechten juridisch worden gegarandeerd en welke besluiten daadwerkelijk anders worden genomen. Suriname heeft geen gebrek aan toespraken over nationale eenheid. Wat ontbreekt, is te vaak de politieke moed om rechtvaardigheid daadwerkelijk af te dwingen wanneer machtige economische belangen tegenover gemeenschapsrechten komen te staan. Daarom mag de belofte van president Simons niet eindigen in de archieven van een toespraak. Als deze regering werkelijk een duurzame oplossing wil brengen, zal zij dat moeten bewijzen met daden. Heritage Month mag een maand van erkenning zijn, maar grondenrechten mogen geen maandelijkse herinnering aan gebroken beloften worden. Rechtvaardigheid vraagt geen applaus. Rechtvaardigheid vraagt besluiten, bescherming, erkenning en uitvoering. De regering heeft de lat zelf hoog gelegd. Nu moet zij eroverheen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com