In de coulissen van de klimaattop in Belém speelt zich een stille krachtmeting af, omdat Australië en Turkije allebei vastberaden zijn om COP31 binnen te halen en geen van beide hun kandidatuur wil laten vallen. Het VN proces verlangt een unanieme keuze uit de regionale groep waar beide landen onder vallen, daarom sleept de patstelling nu al langer voort en groeit de vrees dat de klimaatagenda opnieuw wordt overschaduwd door procedurele gesteggel over het decor van volgend jaar.
Turkije heeft geprobeerd de knoop te ontwarren met een voorstel voor gedeeld leiderschap, waarin Ankara en Canberra samen het voorzitterschap zouden voeren en grote bijeenkomsten over twee continenten zouden worden verdeeld, met een gezamenlijke regie op de onderhandelingen. In de Turkse boodschap staat samenwerking en financiering voor ontwikkelingslanden centraal, gekoppeld aan de wens om eigen stappen richting klimaatneutraliteit onder de aandacht te brengen. Australië zet juist zwaar in op een conferentie in nauwe samenwerking met de eilanden in de Stille Oceaan en presenteert zichzelf als spreekbuis van landen die letterlijk aan de rand van zee niveau stijging staan, gesteund door het Pacific Islands Forum en een brede groep bondgenoten.
De ruimte voor een compromis is kleiner geworden nu de Australische premier publiekelijk heeft aangegeven niets te zien in gedeeld gastheerschap en wijst op de formele regels van de klimaatconventie. Turkije houdt zijn kandidatuur overeind en zegt desnoods bereid te zijn de top alleen te dragen, waardoor de druk op de overige landen in de regionale groep toeneemt om in de slotfase van COP30 een knoop door te hakken. Lukt dat niet dan lonkt het scenario waarin opnieuw wordt uitgeweken naar Bonn, de administratieve thuisbasis van het VN klimaatsecretariaat, een oplossing die veilig is maar weinig symbolische kracht heeft.
Voor Suriname is dit belangrijk omdat de keuze van de gastheer rechtstreeks beïnvloedt welke accenten op de agenda komen en welke regio’s met extra gewicht aan tafel zitten. Een COP in Australië met sterke inbreng van de Pacifische eilanden betekent waarschijnlijk meer nadruk op kwetsbare kuststaten, verlies en schade door orkanen en verdrinkende atollen. Een COP in Turkije ligt dichter bij de Middellandse Zee en het Midden Oosten en kan meer ruimte geven aan thema’s als droogte, waterzekerheid en klimaatfinanciering voor bredere ontwikkelingsregio’s, terwijl een uitwijk naar Bonn de nadruk weer versnelt naar Europese prioriteiten.
Suriname kan deze fase benutten door zich in de aanloop naar COP31 actiever te positioneren als bos en koolstofland in de bredere klimaatsamenwerking, ongeacht wie uiteindelijk de top mag organiseren. Dat betekent vroegtijdig contact zoeken met beide kampen, duidelijk maken dat de stem van kleine boslanden en delta staten niet mag verdwijnen tussen regionale blokken en koppelen van steun aan de verwachting dat onderwerpen als behoud van tropisch bos, eerlijke klimaatfinanciering en weerbare kuststeden een zichtbare plek krijgen op de agenda. In zo’n benadering is de vraag waar COP31 wordt gehouden minder belangrijk dan de zekerheid dat Suriname aan tafel zit op een manier die past bij zijn rol als groene long en kwetsbare economie in een snel opwarmende wereld.