De Caribische economie is in 2025 verder afgekoeld, en dat gebeurt op een moment waarop de regio tegelijk wordt geraakt door mondiale onzekerheid, klimaatdruk en oude binnenlandse zwaktes die maar moeilijk verdwijnen. De Caribbean Development Bank schrijft in haar nieuwste Caribbean Economic Review and Outlook 2025–2026 dat de groei exclusief Guyana is teruggevallen naar 0,6 procent, tegen 1,4 procent in 2024. Zodra Guyana wel wordt meegeteld komt de regionale groei uit op 4,7 procent, maar juist dat verschil laat zien hoe zwaar één land de bredere cijfers nog overeind houdt.
Dat maakt de regionale werkelijkheid dubbel. Aan de buitenkant blijft het Caribisch gebied nog altijd ogen als een regio die herstelvermogen toont, met toerisme dat in meerdere landen steun blijft geven en arbeidsmarkten die in veel lidstaten relatief stabiel bleven. Onder dat oppervlak wordt echter zichtbaar dat veel economieën moeite hebben om snelheid vast te houden, omdat externe vraag verzwakte, handels en tariefbeleid internationaal onrustiger werd en klimaatschokken opnieuw in productie, vervoer en bezoekersstromen sneden.
De Bank wijst erop dat vooral de service exporterende economieën nog altijd profiteren van toerisme, maar dat die impuls minder krachtig werd dan in eerdere hersteljaren. Commoditeitenlanden lieten een gemengd beeld zien, met Suriname dat gematigde groei noteerde door investeringen rond offshore energie, en Trinidad en Tobago dat vlak bleef door zwakte in zowel de energie als de niet energiesector. Jamaica en Haiti kregen extra tegenwind door klimaatgebeurtenissen, waaronder orkaan Melissa, die economische activiteit en toeristische vraag aantastten, terwijl Haiti voor het zevende opeenvolgende jaar kromp door aanhoudende onveiligheid.
De vertraging betekent niet dat alles tegelijk is verslechterd. De arbeidsmarkten bleven in grote lijnen stabiel en in de meeste rapporterende lidstaten liep de werkloosheid verder terug. Toch bleef de oude breuklijn bestaan tussen jongeren en volwassenen en tussen mannen en vrouwen, terwijl bepaalde sectoren juist weer met personeelstekorten te maken kregen. De regio laat daarmee zien dat werkgelegenheid iets anders kan doen dan groei, maar ook dat een dalende werkloosheid nog geen bewijs is van een breed gezonde economie.
Ook de inflatie gaf enigszins lucht, geholpen door lagere mondiale grondstoffenprijzen, maar de Bank benadrukt dat prijsniveaus in veel landen nog altijd boven het voor pandemische patroon liggen. Voor gezinnen en bedrijven voelt dat verschil groot, omdat een gematigde inflatie na eerdere prijsschokken niet betekent dat de kosten weer laag zijn geworden. De regio blijft daardoor gevangen tussen afzwakkende groei en een levensduurte die in veel huishoudens nog steeds zwaar doorwerkt.
De begrotingskant oogt minstens zo kwetsbaar. Exclusief Guyana versmalde het regionale primaire overschot naar 1,3 procent van het bbp, tegen 1,6 procent in 2024, doordat de inkomsten trager groeiden en de uitgaven onder druk bleven staan. Tegelijk bleven de schuldniveaus in meerdere landen hoog, met negen lidstaten van de Bank die nog altijd boven een centrale overheidsschuld van 60 procent van het bbp uitkomen. Dat geeft regeringen minder ruimte om fouten te maken, precies op een moment waarop externe schokken vaker en duurder lijken te worden.
Voor 2026 ziet de CDB nog geen grote versnelling terugkeren. Exclusief Guyana wordt een groei van slechts 1,1 procent verwacht, terwijl de regio inclusief Guyana op 6,2 procent kan uitkomen door verdere uitbreiding van de olie economie daar. De boodschap is dus scherp, want zonder Guyana blijft de Caribische motor op een laag toerental draaien, en dat ondanks alle taal over herstel en veerkracht.
De Bank plaatst daar meteen een rij risico’s naast die de komende maanden zwaar kunnen wegen. Tragere wereldgroei, geopolitieke spanning, grondstoffenvolatiliteit, klimaatschokken en begrotingskwetsbaarheid hangen allemaal boven de vooruitzichten. Dat beeld sluit ook aan bij bredere regionale waarschuwingen van multilaterale instellingen dat energieprijsschokken en mondiale onzekerheid vooral kleine, open en schuldgevoelige economieën disproportioneel raken.
De Offshore energie kan groei ondersteunen en internationale aandacht trekken, maar de regio toont tegelijk dat een krachtige sector niet automatisch een brede economie bouwt die tegen schokken bestand is. Wie in Paramaribo vooruit wil kijken, zal groei moeten vastmaken aan sterkere instellingen, betere uitvoering van projecten, meer productieve sectoren naast energie en een begrotingsbeleid dat niet pas reageert wanneer de volgende klimaatschade of internationale prijsschok zich alweer aandient.
De nieuwste CDB cijfers maken uiteindelijk iets zichtbaar dat in het Caribisch gebied al langer sluimert. De regio houdt zich staande, maar komt zonder structurele versnelling moeilijk los van een patroon van lage groei, hoge kwetsbaarheid en te beperkte beleidsruimte. Zolang Guyana het beeld blijft optillen en veel anderen op halve kracht draaien, wordt de echte vraag niet hoe indrukwekkend de regionale toplijn oogt, maar hoeveel economieën daaronder nog altijd op zoek zijn naar een steviger fundament.
Download de gehele Caribbean Economic Review and Outlook 2025–2026 rapport.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com