Het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa) heeft een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend met Lutchman Accountancy & Consultancy. Dat is precies het soort samenwerking dat een overheidsministerie nodig heeft, betere interne controle, een sterkere administratieve organisatie, transparantere procedures en meer grip op de eigen bedrijfsvoering. Maar achter de keurige formuleringen schuilt een ongemakkelijke realiteit. Dat een ministerie in 2026 nog nadrukkelijk moet vaststellen dat interne processen in kaart moeten worden gebracht en dat procedures beter moeten worden vastgelegd en nageleefd, zegt minstens zoveel over de tekortkomingen uit het verleden als over de ambities voor de toekomst. De overeenkomst werd namens BiZa ondertekend door directeur Nasier Eskak en namens Lutchman & Co. door directeur Michael Lutchman. Minister Marinus Bee benadrukte voorafgaand aan de ondertekening dat een solide administratieve organisatie en adequate interne controle fundamenten zijn van behoorlijk bestuur. Die constatering is moeilijk te bestrijden. Sterker nog, het zijn basisvoorwaarden voor iedere organisatie die met publieke middelen, personeelsgegevens, vergunningen, registraties en andere overheidstaken werkt.
Juist daarom is het opvallend dat deze versterking nu opnieuw als een belangrijke stap wordt gepresenteerd. Een professionele overheid hoort interne controle niet als een project te behandelen dat afhankelijk is van een afzonderlijke samenwerking of een tijdelijke impuls. Controle, functiescheiding, duidelijke bevoegdheden, correcte administratie en naleving van procedures behoren structureel onderdeel te zijn van de dagelijkse bestuurspraktijk. Positief is dat Lutchman & Co. pro deo haar expertise beschikbaar stelt. Daarmee wordt publieke dienstverlening ondersteund zonder dat daarvoor direct extra financiële lasten ontstaan. Het bedrijf zal helpen bij het onderbouwen en optimaliseren van interne processen. Dat is waardevol, maar expertise van buitenaf kan alleen succesvol zijn wanneer de organisatie zelf bereid is om ongemakkelijke tekortkomingen onder ogen te zien en daadwerkelijk veranderingen door te voeren. Ravin Soerdjbalie, directeur van het Bureau van de Minister en initiatiefnemer van de samenwerking, stelt dat bestaande processen zorgvuldig in kaart moeten worden gebracht om vervolgens vast te stellen waar versterking nodig is.
Dat klinkt verstandig, maar het blootleggen van zwakke plekken heeft pas betekenis als daar consequenties aan worden verbonden. Een inventarisatie die eindigt in een rapport, een presentatie of een map vol aanbevelingen verandert niets aan de dagelijkse praktijk. De waarde van deze samenwerking zal daarom niet moeten worden afgemeten aan de ondertekening van het MoU, maar aan de maatregelen die daarna daadwerkelijk zichtbaar worden. Daarbij gaat het niet alleen om administratieve netheid. Interne controle raakt rechtstreeks aan de betrouwbaarheid van de overheid. Wanneer procedures onvoldoende zijn vastgelegd, bevoegdheden onduidelijk zijn of controles niet consequent worden uitgevoerd, ontstaat ruimte voor fouten, willekeur, inefficiëntie en mogelijk misbruik. Uiteindelijk betaalt de samenleving daarvoor de prijs. De formulering dat de samenwerking moet bijdragen aan een transparante en controleerbare administratie, klinkt daarom vanzelfsprekend, maar is in werkelijkheid een stevige opdracht. Transparantie betekent immers dat beslissingen, transacties en verantwoordelijkheden achteraf controleerbaar zijn.
Controle betekent dat afwijkingen niet worden genegeerd, maar worden vastgesteld, onderzocht en gecorrigeerd. Professionaliteit betekent bovendien dat regels niet alleen bestaan op papier, maar ook worden nageleefd wanneer dat politiek of organisatorisch ongemakkelijk wordt. Lutchman & Co. geeft aan met de samenwerking een bijdrage te willen leveren aan de versterking van de publieke administratie. Dat is een nobel uitgangspunt. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat externe ondersteuning een substituut wordt voor interne verantwoordelijkheid. Consultants kunnen processen analyseren, aanbevelingen formuleren en systemen verbeteren, maar uiteindelijk blijft de leiding van BiZa verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving. De verwijzing naar eerdere ondersteuning, waaronder werkzaamheden op het gebied van inventarisatie en overdracht, maakt het des te belangrijker dat deze nieuwe fase concrete resultaten oplevert. Als eerdere ondersteuning al heeft geleid tot inzichten in de organisatie, moeten die inzichten nu worden vertaald naar structurele verbeteringen.
Anders blijft professionalisering een terugkerend beleidswoord zonder tastbaar resultaat. De ondertekening van het MoU is daarom geen eindpunt, maar hooguit het begin van een noodzakelijke inhaalslag. BiZa kan zich geen cosmetische modernisering veroorloven. Het ministerie heeft behoefte aan systemen die functioneren, verantwoordelijkheden die helder zijn, controles die daadwerkelijk worden uitgevoerd en administratie die iedere controle kan doorstaan. De samenleving heeft weinig aan plechtige ondertekeningen en fraaie verklaringen als de praktijk vervolgens onveranderd blijft. Het echte succes van deze samenwerking zal pas blijken wanneer fouten sneller worden opgespoord, procedures aantoonbaar worden nageleefd, verantwoordelijkheden niet meer vervagen en de interne organisatie aantoonbaar efficiënter en betrouwbaarder functioneert. Daarmee ligt de lat hoog. En terecht. Want behoorlijk bestuur begint niet bij mooie woorden over transparantie en professionalisering, maar bij een overheid die haar eigen huis aantoonbaar op orde heeft.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com