De regering zegt dat de bescherming van het milieu en de grondenrechten van inheemse en tribale volkeren hoge prioriteit heeft. Dat klinkt principieel en noodzakelijk. Maar in Suriname is er inmiddels een pijnlijk verschil ontstaan tussen wat regeringen beloven en wat zich daadwerkelijk in het binnenland afspeelt. Wie de recente ontwikkelingen naast elkaar legt, ziet een overheid die vooral achter de feiten aanloopt. Volgens president Simons is de regering direct na haar aantreden het gesprek aangegaan met inheemse en tribale gemeenschappen over het grondenrechtenvraagstuk. Na veel overleg zou er nu een mogelijkheid zijn om woon en leefgebieden beter te beschermen tegen het overnight uitgeven van rechten. Dat is een belangrijke erkenning, maar tegelijkertijd een onthutsende constatering. Het feit dat gronden in of rond gebieden van gemeenschappen kennelijk zo snel konden worden uitgegeven, laat zien hoe kwetsbaar de rechtspositie van deze groepen jarenlang is geweest. Bescherming die pas wordt aangekondigd nadat conflicten en schade zichtbaar zijn geworden, kan moeilijk als preventief beleid worden beschouwd.
Het is hoog tijd dat het binnenland niet langer wordt behandeld als een gebied waar economische belangen eerst worden bediend en maatschappelijke en ecologische gevolgen pas achteraf worden bekeken. Dat probleem wordt pijnlijk zichtbaar bij de vervuiling van de Saramaccarivier. Een massale vissterfte heeft het dagelijks leven van lokale gemeenschappen ernstig verstoord. Bewoners kunnen voorlopig geen gebruikmaken van het rivierwater en kunnen niet op normale wijze in hun levensonderhoud voorzien door visvangst. Dat de overheid voedselpakketten en drinkwater heeft verstrekt, is noodzakelijk, maar het blijft een noodverband. Drinkwater uitdelen nadat een rivier is vervuild, lost de oorzaak niet op. De getroffen bevolking heeft geen behoefte aan een overheid die alleen reageert wanneer de ramp zich al heeft voltrokken. Zij heeft recht op bescherming vooraf, op controle, handhaving en duidelijke verantwoordelijkheid. De Nationale Milieuautoriteit heeft inmiddels informatie verstrekt en volgens de president moet binnen twee weken meer duidelijkheid komen over de situatie. Daarbij moet worden vastgesteld of de betrokken mijnbouwactiviteiten legaal of illegaal waren. Dat onderzoek is belangrijk, maar het mag geen bureaucratische exercitie worden waarbij uiteindelijk niemand verantwoordelijk wordt gehouden.
Als er sprake is geweest van illegale mijnbouw, moet handhaving volgen. Als de activiteiten legaal waren maar desondanks tot ernstige milieuschade hebben geleid, is er eveneens reden voor harde vragen over vergunningverlening, toezicht en controle. Een vergunning mag nooit een vrijbrief zijn om ecosystemen en gemeenschappen aan onaanvaardbare risico’s bloot te stellen. Ook de kwestie rond de mennonieten legt de zwakke plekken in het grondbeleid bloot. Volgens president Simons zouden tijdens de vorige regering enkele honderdduizenden hectaren vanuit het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer aan LVV zijn uitgegeven met het doel deze voor landbouw te gebruiken. Het probleem is dat deze gebieden zich in het tropisch regenwoud bevinden. Dat roept ernstige vragen op over de manier waarop in Suriname met grond wordt omgegaan. De regering wil de agrosector stimuleren, maar landbouwontwikkeling mag niet worden verward met het kappen van regenwoud. Economische groei die ten koste gaat van het bos, biodiversiteit en de rechten van lokale gemeenschappen is geen duurzaam beleid, maar uitgestelde schade. De regering heeft inmiddels opdracht gegeven om de betreffende gronden terug te zetten en alleen gebieden in de kustvlakte voor landbouw te behouden. Volgens de president heeft een werkgroep bovendien vastgesteld dat de activiteiten van de mennonieten illegaal zijn en zijn maatregelen aangekondigd.
Een deurwaardersexploot zou hen inmiddels hebben opgedragen het betreffende gebied te verlaten. Als deze lijn daadwerkelijk wordt doorgezet, is dat een belangrijk signaal. Niet omdat één groep hard wordt aangepakt, maar omdat eindelijk duidelijk wordt dat het binnenland geen vrij speelveld is voor iedereen die economische ruimte zoekt. Suriname kan buitenlandse investeerders, landbouwers en ondernemers aantrekken zonder zijn regenwoud uit te verkopen. De kustvlakte biedt volgens de regering voldoende mogelijkheden voor grootschalige landbouw. Wie bewust kiest voor het binnenland, moet begrijpen dat daar grenzen gelden. De grootste uitdaging voor de regering is daarom niet het formuleren van mooie staatsbesluiten, het instellen van werkgroepen of het uitdelen van noodpakketten. De echte test is handhaving. Wie vervuilt, moet worden aangepakt. Wie illegaal grond inneemt, moet vertrekken. Wie vergunningen verleent zonder voldoende toezicht, moet eveneens verantwoordelijkheid dragen. Het binnenland kan niet langer de rekening betalen voor falend beleid vanuit Paramaribo. De bescherming van natuur en grondenrechten moet eindelijk veranderen van politieke belofte in harde praktijk. Alleen dan krijgen de woorden van president Simons daadwerkelijk betekenis.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com