In Brussel verschuift de strijd om schonere mobiliteit naar een hoek die lang onder de radar bleef, de zakelijke wagenparken waar bestuurders zelden zelf de rekening voelen. De milieuorganisatie Transport and Environment dringt er bij de Europese Unie op aan om de regels voor bedrijfsauto’s strakker te maken. Want daar zit de grootste hefboom om de verkoop van uitstootvrije wagens sneller op gang te trekken. In hun nieuwste oproep leggen zij de lat voor 2030 op 69 procent volledig uitstootvrije voertuigen in corporate fleets. Dit is duidelijk hoger dan de circa 45 procent die nu in ramingen rondzingt.
De kern van het pleidooi is dat de EU niet langer genoegen moet nemen met categorieën die op papier groen lijken, maar op straat vaak tegenvallen. Plug in hybrides halen in praktijktests geregeld hogere emissies dan de officiële testwaarden. In het bedrijfsautoregime ontbreekt bovendien de prikkel om consequent te laden, omdat brandstofkaarten het gemak van benzine of diesel blijven belonen. Transport and Environment wil daarom dat plug in hybrides en zogeheten low emission modellen niet meetellen voor de quota. Zo verschuift de prikkel direct naar volledig elektrisch en waterstof.
Die druk komt bovenop een voorstel dat de Europese Commissie op 16 december 2025 presenteerde. Dit bevat nieuwe quota voor zero en low emission bedrijfsauto’s en bestelwagens vanaf 2030. De Commissie ziet het als een instrument om de decarbonisatie van wegvervoer te versnellen. Tegelijk is de discussie extra geladen omdat de EU heeft geschoven in de contouren van de 2035 lijn rond nieuwe verbrandingsmotoren. Milieuorganisaties waarschuwen dat elke rek in definities het risico vergroot dat de markt vertraagt. Dit gebeurt precies wanneer fabrikanten grote investeringen in de Europese productieketen moeten terugverdienen.
Achter de Brusselse techniek schuilt een harde marktrealiteit. Bedrijfsauto’s vormen volgens Transport and Environment rond 60 procent van de nieuwe autoverkoop. Bij bestelwagens loopt dat zelfs richting 90 procent. Juist daarom kan een stevige vlootnorm volgens de organisatie meer dan de helft van de EV verkoop opleveren die Europa tegen 2030 nodig heeft. Het kan tegelijk de Europese assemblage en banen ondersteunen. In hun berekening levert de huidige koers ongeveer 1,2 miljoen extra verkopen van in de EU gebouwde elektrische auto’s op in 2030. Met ambitieuzere doelen kan dat oplopen tot 1,9 miljoen. Daarbij gelden landen als Nederland, België en de Nordics als meetlat waar de markt al verder is dan de ondergrens van het voorstel.
Opvallend is dat het debat niet alleen over klimaat gaat, maar ook over geldstromen die jarenlang als vanzelfsprekend zijn behandeld. Transport and Environment wil dat lidstaten afstappen van fiscale voordelen voor benzine en diesel bedrijfsauto’s. Dit doen ze omdat die steun volgens de organisatie oploopt tot meer dan 42 miljard euro per jaar. Zij willen dat belastingvoordelen strakker worden gericht op elektrische modellen die in Europa zijn gemaakt. Daarmee wordt het wagenparkdossier een industriële keuze. De vraag is namelijk of Europa de zakelijke markt inzet als versnellingsbak voor eigen productie, of de transitie laat leunen op losse prikkels en een papieren groenlabel dat in de praktijk te vaak grijs blijkt.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com