Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) heeft in de afgelopen weken een indrukwekkende internationale agenda afgewerkt. Uruguay, Panama en Peru stonden op het programma, met als rode draad economische samenwerking, investeringen, innovatie en technische ondersteuning voor Suriname. De reisagenda oogt ambitieus en de intenties klinken veelbelovend. Toch blijft de centrale vraag onbeantwoord, wat levert deze diplomatieke rondreis concreet op voor Suriname? Het belangrijkste onderdeel van de missie vond plaats in Montevideo, Uruguay, waar Baasaron deelnam aan de regionale conferentie van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO). Tijdens deze bijeenkomst werd het nieuwe regionale programma voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied voor de periode 2026-2030 gelanceerd. Voor Suriname is vooral het zogenoemde Programme for Country Partnership (PCP) van belang. Dat programma, dat loopt van 2025 tot 2031, moet de economie minder afhankelijk maken van traditionele sectoren door in te zetten op economische diversificatie, versterking van het midden- en kleinbedrijf, agro-industriële waardeketens, duurzame energie en beroepsonderwijs. Volgens EZOTI biedt het programma bovendien toegang tot internationale fondsen en kennisnetwerken. Dat klinkt veelbelovend, maar de werkelijkheid is dat het PCP nog altijd niet is ondertekend.
De officiële ondertekening staat pas gepland voor september, tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Zolang de handtekeningen ontbreken, blijft het programma vooral een intentieverklaring. Internationale samenwerking is belangrijk, maar uiteindelijk worden economische resultaten niet gemeten aan het aantal conferenties of partnerschappen, maar aan investeringen die daadwerkelijk landen en projecten die zichtbaar worden uitgevoerd. Aan de zijlijn van de UNIDO-conferentie sprak minister Baasaron ook met de Jamaicaanse minister van Industrie, Investeringen en Handel, senator Aubyn Hill. De gesprekken gingen over samenwerking op het gebied van energie, olieproductie, landbouw en agroverwerking. De gesprekken onderstrepen de groeiende belangstelling voor regionale samenwerking binnen het Caribisch gebied. Vooral nu Suriname zich voorbereidt op de ontwikkeling van zijn olie industrie, kan kennisuitwisseling met landen die al ervaring hebben waardevol zijn. Toch bleef het overleg beperkt tot afspraken om de dialoog voort te zetten en samenwerkingsmogelijkheden verder te onderzoeken. Concrete overeenkomsten, investeringen of gezamenlijke projecten werden niet aangekondigd. Na Uruguay reisde Baasaron door naar Panama, waar hij op 21 en 22 juli deelnam aan de Regional Policy Dialogue on Women, Productivity and Growth. De bijeenkomst bracht ministers, ondernemers en internationale ontwikkelingspartners samen om te spreken over de economische participatie van vrouwen.
De relatie tussen een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen en economische groei is internationaal uitvoerig aangetoond. Voor Suriname, waar vrouwelijk ondernemerschap een belangrijke rol speelt binnen het midden- en kleinbedrijf, kan deelname aan dergelijke beleidsdialogen bijdragen aan betere beleidsvorming. Tegelijkertijd is de uitdaging om internationale inzichten ook daadwerkelijk te vertalen naar nationale programma’s die ondernemers en werkzoekenden direct ondersteunen. Het laatste onderdeel van de buitenlandse missie bracht de minister naar Peru. Daar maakte hij, samen met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), kennis met het zogenoemde CITE-model. Deze innovatiecentra ondersteunen kleine en middelgrote bedrijven met technologische ontwikkeling, kwaliteitsverbetering, certificering en toegang tot internationale markten. Voor Suriname zou een vergelijkbaar model interessant kunnen zijn, zeker voor sectoren als landbouw, bosbouw, visserij en voedselverwerking. Juist daar liggen kansen om de export te vergroten en meer waarde toe te voegen aan lokale grondstoffen. Maar ook hier geldt dat het bezoek vooral een oriënterend karakter had.
Er zijn nog geen besluiten genomen over de invoering van een Surinaamse variant van het model. EZOTI benadrukt dat alle reis- en verblijfskosten volledig zijn betaald door UNIDO, de IDB en andere internationale ontwikkelingspartners. Daarmee wordt voorkomen dat de buitenlandse missies extra druk leggen op de staatskas. Dat neemt echter niet weg dat ook door internationale organisaties gefinancierde dienstreizen uiteindelijk moeten worden beoordeeld op hun maatschappelijke en economische opbrengst. Suriname staat de komende jaren voor grote economische uitdagingen en kansen. De verwachte inkomsten uit de olie industrie maken economische diversificatie urgenter dan ooit. Internationale samenwerking kan daarbij een belangrijk instrument zijn, mits deze leidt tot kennisoverdracht, investeringen, werkgelegenheid en een sterker ondernemingsklimaat. De buitenlandse missie van minister Baasaron laat zien dat Suriname internationaal steeds vaker aan tafel zit bij belangrijke economische gesprekken. Dat is zonder meer positief. Tegelijkertijd zal het succes van deze diplomatieke inspanningen niet worden bepaald door het aantal bezochte conferenties of ondertekende intentieverklaringen, maar door de concrete resultaten die uiteindelijk zichtbaar worden in de Surinaamse economie. Pas wanneer ondernemers daadwerkelijk profiteren van nieuwe financiering, innovatie en exportkansen, kan worden vastgesteld dat de internationale inzet meer was dan een goed gevulde reisagenda.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com