Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI) voelt de druk van alle kanten. Sinds zijn aantreden vijf maanden geleden wordt er van hem verwacht dat hij het directieteam van zijn voorganger, VHP’ers volledig vervangt. Tot nu toe heeft hij echter slechts één persoon vervangen en kiest hij bewust voor een aanpak die afwijkt van decennialang gebruik, politieke kleur is geen criterium voor ontslag. Een groot deel van het oud-directieteam bestaat uit VHP’ers. Ik heb een bepaalde kijk op leiderschap en op management. Ik heb ervaring in het bedrijfsleven en ik denk niet dat we een ministerie of de overheid kunnen draaien met alleen partijloyalisten. Het gaat om capabele mensen, teamwork en de visie van de regering. De minister maakte duidelijk dat hij niet van plan is om medewerkers die bekendstaan als VHP’ers simpelweg naar huis te sturen. Ik kijk naar wie wil en kan. Wie bereid is om mee te werken aan de doelen van EZOTI en de regering, mag van mij blijven. Aan het einde van de dag is het teamwork dat het werk doet, niet alleen de minister.
Tot nu toe heeft Baasaron slechts de onderdirecteur administratieve diensten vervangen, en dat op basis van klachten van het personeel en zijn eigen observaties. De rest van het directieteam blijft volledig in functie. Volgens de minister is de druk om het team volledig te vervangen groot, maar hij ziet dit als een kans om een nieuwe visie op leiderschap door te voeren. Die druk is er omdat men gewend is aan een bepaald stramien, een oude manier van werken. Maar ik heb een andere kijk op leiderschap en een ander beeld van Suriname. Te vaak worden capabele en bereidwillige mensen weggestuurd, terwijl we juist moeten inzetten op talent dat kan bijdragen aan verandering. Baasaron sluit niet uit dat er in de toekomst meer vervangingen plaatsvinden, maar waarschuwt dat dit alleen gebeurt op basis van degelijke argumenten en niet door politieke druk. Zijn boodschap is duidelijk, professionaliteit en competentie staan boven partijpolitiek en EZOTI moet een ministerie zijn dat draait op capabele mensen, ongeacht hun politieke achtergrond. Met deze standvastige koers geeft Baasaron een signaal af dat politieke loyaliteit niet langer leidend zal zijn in het personeelsbeleid van EZOTI. Het is een duidelijke breuk met het verleden en een test voor hoe ver de minister bereid is te gaan om zijn visie van een efficiëntere, professioneel geleide overheid door te voeren.