Ik las de oproep tot strengere journalistieke standaarden, in het artikel van K. (Chinta) Ramdhan. De kritiek op suggestieve formuleringen, zeker wanneer beschuldigingen van racisme of discriminatie worden gesuggereerd zonder dat een lezer kan zien welke concrete feiten dat oordeel dragen vraagt om onderbouwing.
Toch ontbreekt in die oproep een harde realiteit die in Suriname en wereldwijd steeds zichtbaarder wordt, de economie van de aandacht bepaalt steeds vaker de ethiek van de publicatie. Wat ook speelt is dat veel journalisten niet in een positie zitten om het systeem, organisaties en vooral invloedrijke namen openlijk te checken, omdat de gevolgen voorspelbaar zijn en de bescherming tekortschiet. Als journalistiek structureel onderbetaald blijft, blijven diepgravende onderzoeken schaars en wint sensatie content die op clicks drijft het van bewijs dat op documentatie rust.
Daarmee kom je bij een ongemakkelijke vraag die zelden hardop wordt gesteld, niet alleen de journalist kiest, ook de financierder kiest mee. Mediahuizen worden soms aan de “infuus” gezet door politieke sympathieën, advertentiebelangen, of door mensen die hun verdienmodellen veilig willen houden binnen de bestaande politieke constellatie, en dat maakt onafhankelijkheid kwetsbaar. Als een redacteur weet dat een publicatie de geldkraan kan dichtdraaien, zou een cultuur kunnen ontstaat waarin voorzichtigheid en vaagheid worden aangeleerd als overlevingsstrategie.
Daar zit een tweede aanvulling, het etiket desinformatie wordt te makkelijk als politiek wapen gebruikt, niet alleen om rommel te bestrijden maar ook om ongemakkelijke berichtgeving te delegitimeren. Een verhaal kan slecht onderbouwd zijn en toch een reële onderzoeksvraag bevatten, en omgekeerd kan een “netjes” geschreven tekst een framingmachine zijn die selectief feiten kiest. Daarom moet een samenleving oppassen met morele grootspraak, want het woord desinformatie klinkt netjes, maar wordt vies zodra het partijbelang erachter schuilt. De samenleving moet leren het onderscheid te maken tussen desinformatie en hoe die wordt ingezet, en tussen wat waar is en welk bericht het publieke belang werkelijk dient.
De waarheid kan verschillende interpretaties hebben, maar die interpretaties moeten meetbaar blijven aan verifieerbare data, herleidbare bronnen en een transparante methode. Hoor en wederhoor is daarbij de basis dat toegepast moet worden, en het is niet het eindstation zoals we maar al te vaak zien, omdat wederhoor een journalist niet ontslaat van de plicht om bronnen kritisch te benaderen en claims zo waarheidsgetrouw mogelijk te brengen. Een redactie die alle methoden van onderzoeken consequent toepast is bezig de samenleving te voorzien van de waarheid, met de meest verantwoorde manieren van interpreteren.
Een samenleving krijgt de leiders en journalisten die zij verdient, want zodra het publiek sensatie beloont door het te lezen, door te sturen en erover te roddelen, verschuift de norm. Mediahuizen en journalisten worden dan vanzelf entertainment en politiek wordt vanzelf poppenkast, omdat beide dezelfde prikkelstructuur volgen. Als we een andere uitkomst willen, moeten we collectief volwassen worden, met meer mediageletterdheid, meer steun voor onafhankelijke onderzoeksredacties, en minder aandacht voor insinuaties die vermomd zijn als nieuws. De samenleving zal zich moeten ontwikkelen om zelf de lat hoog te leggen voor zowel journalisten als politici, en dat kan alleen met educatie. Met een goed geschoolde samenleving ontstaan sterke instituties, die vervolgens een weerspiegeling van die samenleving worden.
Laat dit dan de praktische maatstaf zijn, elke redactie die zware beschuldigingen publiceert moet minimaal drie dingen zichtbaar maken, het concrete feit, de herkomst, en de onzekerheid die nog resteert. Elke politicus die “desinformatie” roept moet dezelfde protocol volgen, welk feit is onjuist, welk bewijs weerlegt het, en welke correctie verwacht men publiekelijk. Pas dan wordt het woord waarheidsvinding weer een werkwoord, in plaats van een stok om mee te slaan, en bouwen we samen aan een prachtig Suriname.
Voor inspiratie, nieuws, data en Community Building, volg de Facebookpagina en Youtube kanaal.