In Caracas is de oliesector op een andere leest gezet, omdat het parlement een hervorming van de hydrocarbonswet heeft doorgedrukt. Deze hervorming maakt het staatsmonopolie losser en geeft buitenlandse partijen meer speelruimte. De regering krijgt de ruimte om heffingen en afdrachten per project flexibel te kneden. Het verkooppraatje is dat Venezuela weer concurrerend moet worden in een markt waar kapitaal snel wegloopt als de voorwaarden onduidelijk zijn. Kort na de stemming werd de wet afgekondigd door de regeringstop. Zij spreekt over internationale best practices en een nieuwe fase voor de sector.
De kern van de wijziging zit in fiscaliteit en zeggenschap. Het pakket vervangt een stapel aparte lasten door één geïntegreerde heffing met een plafond en laat royalty’s als maximum bestaan maar niet meer als harde standaard. Ook verschuift operationele controle, omdat private partners en contractors in de praktijk meer grip krijgen op uitvoering en verkoop. Tegelijk kunnen geschillen vaker buiten Venezuela via arbitrage landen. PDVSA blijft aan tafel, maar krijgt tegelijk de mogelijkheid om velden en projecten te verhuren tegen een vaste opbrengst in olie. Hierdoor komt het model dichter bij een contracteconomie dan bij klassiek staatsbeheer.
Aan de Amerikaanse kant komt er tegelijk een beperkte opening, omdat het ministerie van Financiën een algemene licentie heeft uitgegeven. Deze licentie maakt bepaalde transacties rond Venezolaanse olie makkelijker voor Amerikaanse bedrijven. Die toestemming is nadrukkelijk omgeven met voorwaarden, zoals contracten onder Amerikaans recht en strak afgebakende tegenpartijen. Dit is niet automatisch een vrijbrief voor nieuwe investeringen of grootschalige uitbreiding van productie. Juristen en economen wijzen er daarom op dat het vooral een gecontroleerde handelsroute is. De kasstromen en het juridische speelveld worden in hoge mate buiten Caracas verankerd.
De internationale industrie kijkt daardoor met een dubbele blik, omdat de fiscale versoepeling aantrekkelijk klinkt. Toch wegen de duurzaamheid van regels en de politieke risico’s nog altijd zwaar in boardrooms. Grote spelers laten al doorschemeren dat groei eerder uit lopende opbrengsten moet komen dan uit nieuw kapitaal. Dit verraadt dat men wel ruimte ziet maar nog niet volledig gelooft in een stabiel speelveld. Voor Suriname is dit een nuttige spiegel, omdat een naderende oliehausse het land sterker maakt als de spelregels voorspelbaar blijven. Bovendien zet elke grote burenbeweging in de regio de concurrentie om investeringen, logistiek en marktaandacht direct scherper.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor inspiratie.