President Jennifer Simons wil het sociale zekerheidsstelsel in Suriname ingrijpend hervormen. De regering wil afstappen van een systeem waarin financiële ondersteuning vooral bestaat uit maandelijkse uitkeringen en overstappen naar een aanpak die mensen daadwerkelijk uit de armoede moet helpen. Hoewel de plannen een verschuiving naar structurele armoedebestrijding aankondigen, blijft de vraag hoe deze ambities zullen worden vertaald naar concrete resultaten voor de kwetsbaarste groepen in de samenleving. Simons erkent dat de huidige sociale ondersteuning onvoldoende is om mensen een menswaardig bestaan te garanderen. Haar uitspraak dat “het geld te veel is om dood te gaan en te weinig om van te leven” legt de beperkingen van het bestaande systeem scherp en zichtbaar. De financiële hulp biedt volgens haar onvoldoende ruimte om de levensomstandigheden van gezinnen duurzaam te verbeteren. Hierdoor blijven mensen afhankelijk van ondersteuning, terwijl de mogelijkheden om zelfstandig vooruit te komen beperkt zijn. De president wil met nationale sociale wetgeving een andere koers inzetten.
Daarbij moet niet uitsluitend worden gekeken naar het inkomen van burgers, maar ook naar de omstandigheden die armoede veroorzaken. Gebrek aan scholing, beperkte toegang tot werkgelegenheid en onvoldoende betaalbare kinderopvang kunnen volgens de voorgestelde aanpak belangrijke factoren zijn die mensen gevangen houden in financiële afhankelijkheid. De hervormingsplannen moeten in 2027 verder vorm krijgen. Simons verwijst daarbij naar het Braziliaanse sociale programma Bolsa Família, dat verschillende vormen van ondersteuning combineert voor huishoudens die hulp nodig hebben. Suriname moet volgens haar eveneens een systeem ontwikkelen waarin financiële ondersteuning samengaat met maatregelen die mensen meer kansen bieden op economische zelfstandigheid. De gedachte achter deze aanpak is dat sociale zekerheid niet alleen een instrument mag zijn om armoede tijdelijk te verzachten, maar ook moet bijdragen aan het doorbreken ervan. Een gezin dat onvoldoende inkomen heeft, zou daarom niet automatisch uitsluitend een maandelijkse uitkering moeten ontvangen. Afhankelijk van de situatie kan ook ondersteuning bij opleiding, werkgelegenheid of andere noodzakelijke voorzieningen worden geboden.
Daarmee verschuift de nadruk van inkomensondersteuning naar investeringen in de mogelijkheden van mensen om zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. De overheid moet volgens Simons bereid zijn om gedurende een bepaalde periode aanzienlijk meer middelen beschikbaar te stellen wanneer daarmee langdurige afhankelijkheid kan worden voorkomen. Een belangrijk onderdeel van de hervorming is het verbeteren van de toegang tot scholing. Mensen die door onvoldoende opleiding moeilijk werk kunnen vinden, moeten ondersteuning krijgen om hun vaardigheden te ontwikkelen. Daarmee wil de regering hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten en de afhankelijkheid van sociale uitkeringen verminderen. Ook de positie van alleenstaande moeders krijgt aandacht. Volgens Simons zijn er vrouwen die niet kunnen werken omdat zij de kosten van kinderopvang niet kunnen betalen. Door deze vrouwen toegang te bieden tot betaalbare kinderopvang, kunnen zij gemakkelijker deelnemen aan het arbeidsproces en een eigen inkomen verdienen. Deze voorstellen leggen een belangrijke tekortkoming van traditionele sociale ondersteuning bloot, financiële hulp alleen neemt niet noodzakelijk de obstakels weg die mensen verhinderen om te werken. Zonder toegang tot opleiding, opvang en begeleiding blijft zelfstandig inkomen voor bepaalde groepen moeilijk bereikbaar.
Simons stelt dat een gezin bijvoorbeeld gedurende twee jaar intensieve ondersteuning zou kunnen ontvangen, waarna het zelfstandig verder kan zonder financiële hulp van de overheid. Dat uitgangspunt maakt duidelijk dat de regering sociale ondersteuning meer als een investering wil benaderen dan als een permanente uitgavenpost. De uitdaging ligt echter in de uitvoering. Een dergelijke hervorming vereist voldoende financiële middelen, deskundige begeleiding en een goed functionerend systeem om de behoeften van gezinnen daadwerkelijk vast te stellen. Ook moet worden voorkomen dat mensen die niet in staat zijn zelfstandig inkomen te verdienen, buiten de noodzakelijke ondersteuning vallen. De voorgenomen nationale sociale wetgeving moet uiteindelijk bepalen hoe deze aanpak wordt georganiseerd en welke ondersteuning beschikbaar komt. Daarbij zal moeten blijken of de regering in staat is de ambities om te zetten in een samenhangend beleid dat daadwerkelijk verschil maakt. De hervorming van Simons betekent daarmee een belangrijke koerswijziging in het denken over sociale zekerheid. De inzet verschuift van het ondersteunen van mensen die in armoede leven naar het creëren van mogelijkheden om daaruit te ontsnappen. Het succes van deze plannen zal echter niet worden bepaald door de ambities alleen, maar vooral door de financiële haalbaarheid, de kwaliteit van de uitvoering en de concrete verbetering van de levensomstandigheden van kwetsbare Surinamers.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com