De bestuurlijke crisis bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname heeft een nieuwe en bijzonder gevoelige fase bereikt nadat zondag twee kortgedingen werden behandeld over de vraag wie daadwerkelijk bevoegd is de organisatie te leiden, financiële verplichtingen aan te gaan en namens de toezichthouder op te treden. Rechter Robert Praag heeft na een zitting van ruim tweeënhalf uur besloten maandag 26 oktober 2026 uitspraak te doen, nadat een poging om de partijen tot een schikking te bewegen zonder resultaat bleef. De Raad van Commissarissen en Wendy Jap-A-Joe staan lijnrecht tegenover elkaar over het einde van haar wettelijke benoemingstermijn en de betekenis van een arbeidsovereenkomst die volgens haar advocaten nog altijd rechtsgevolgen heeft. Het conflict is inmiddels uitgegroeid tot meer dan een discussie over een directeursfunctie, omdat de bestuurlijke continuïteit van TAS, de wettelijke bevoegdheden van commissarissen en de verhouding tussen politieke invloed en institutionele onafhankelijkheid rechtstreeks ter discussie staan. De situatie maakt vooral duidelijk hoe snel onduidelijkheid over benoemingsvoorwaarden en contractuele verplichtingen kan uitmonden in een nationale confrontatie die uiteindelijk door de rechter moet worden beslecht.
De Raad van Commissarissen stelt dat Jap-A-Joe op 20 oktober 2021 bij presidentiële resolutie voor een periode van vijf jaar werd benoemd en dat haar wettelijke mandaat op 19 oktober 2026 is verstreken. Volgens de raad betekent dit dat zij vanaf 20 oktober niet langer zelfstandig documenten mag ondertekenen, financiële transacties mag autoriseren of TAS officieel mag vertegenwoordigen. De commissarissen beroepen zich daarbij op de Wet Telecommunicatievoorzieningen, die volgens hun interpretatie bepaalt dat het voorlopige bestuur bij de raad komt te liggen wanneer de directeursfunctie niet langer rechtsgeldig wordt vervuld. Advocaat Gerold Sewcharan heeft namens TAS en de Staat aangevoerd dat Jap-A-Joe tijdig persoonlijk schriftelijk is geïnformeerd over het einde van haar benoeming en vervolgens onvoldoende medewerking heeft verleend aan een ordelijke bestuursoverdracht. Volgens de ingediende vorderingen zou de toegang tot bestuurlijke middelen zijn belemmerd en zouden commissarissen bij hun pogingen om de organisatie te betreden weerstand hebben ondervonden. Deze beschuldigingen maken onderdeel uit van het juridische geschil en moeten worden onderscheiden van feiten die reeds door de rechter zijn vastgesteld.
De eisen van de Raad van Commissarissen gaan aanzienlijk verder dan uitsluitend het erkennen van het einde van de benoemingstermijn, omdat de raad onmiddellijke overdracht verlangt van documenten, financiële gegevens, toegangscodes, autosleutels en andere middelen die noodzakelijk zijn voor het dagelijks bestuur. Daarnaast wil de raad voorkomen dat Jap-A-Joe gedurende het geschil nog namens TAS optreedt of toegang krijgt tot bepaalde onderdelen van het gebouw. In het verzoekschrift zijn bovendien dwangsommen van 100.000 Surinaamse dollar opgenomen voor overtredingen van de gevraagde rechterlijke verboden en voor het niet tijdig uitvoeren van de verlangde overdracht. Ook is verzocht om zo nodig ondersteuning van de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken bij de uitvoering van het vonnis. Volgens de raad zijn dergelijke maatregelen noodzakelijk om te voorkomen dat de organisatie bestuurlijk en financieel wordt verlamd. Deze vorderingen zijn echter nog geen opgelegde sancties, omdat uitsluitend de rechter kan bepalen welke voorlopige voorzieningen juridisch gerechtvaardigd en evenredig zijn. De vraag is daarom niet alleen of de commissarissen aanspraak kunnen maken op het tijdelijke bestuur, maar ook of de omvang van hun eisen past binnen de wettelijke bevoegdheden en de rechtspositie van de betrokken directeur.
De verdediging van Jap-A-Joe bestrijdt dat de Raad van Commissarissen zonder meer bevoegd is om haar uit haar functie te verwijderen en voert aan dat haar arbeidsrechtelijke positie afzonderlijk moet worden beoordeeld. Advocaten Iris Nazir en Chandra Algoe hebben gewezen op haar dienstverband sinds 2015 en op een arbeidsovereenkomst uit 2021 waarin volgens hen aanvullende rechten en een opzegtermijn van twaalf maanden zijn vastgelegd. Vanuit deze juridische redenering zou het verstrijken van de wettelijke benoemingstermijn niet automatisch betekenen dat alle contractuele aanspraken verdwijnen. De advocaten betwisten bovendien dat de overeenkomst ongeldig is omdat deze door de toenmalige president-commissaris werd ondertekend. Volgens de verdediging kwam het contract tot stand ter uitvoering van een regeringsmissive en moet daarom zorgvuldig worden onderzocht welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn. De Staat stelt daarentegen dat de wettelijke benoeming en de contractuele verhouding niet met elkaar mogen worden verward en dat een overeenkomst geen bevoegdheden kan verlengen wanneer de toepasselijke wet daarvoor een afzonderlijke benoemingsprocedure voorschrijft. Ook bestaat onenigheid over de vraag of bij het sluiten van het contract alle vereiste bestuurlijke goedkeuringen aanwezig waren. Daarmee ligt een fundamenteel juridisch vraagstuk voor over de verhouding tussen publiekrechtelijke benoemingsbevoegdheden en arbeidsrechtelijke bescherming.
Het conflict heeft inmiddels ook de politieke verhoudingen binnen de regeringscoalitie geraakt, omdat ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk zich nadrukkelijk heeft uitgesproken tegen de handelwijze van de Raad van Commissarissen. Volgens Brunswijk kan Jap-A-Joe niet zonder meer buitenspel worden gezet zolang haar rechtspositie onderwerp is van een gerechtelijke procedure. Hij heeft eerder verklaard dat tijdens overleg met president Jennifer Geerlings-Simons is gesproken over het afwachten van een rechterlijke uitspraak, hoewel de precieze betekenis van die bespreking door betrokken partijen verschillend wordt uitgelegd. De president heeft op haar beurt duidelijk gemaakt dat zij geen toestemming heeft gegeven voor een automatische verlenging van de directeursbenoeming. Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme heeft bovendien schriftelijk laten weten dat de wettelijke benoemingstermijn is afgelopen en dat een ordelijke overdracht noodzakelijk wordt geacht. Het geschil heeft daardoor verschillende politieke en bestuurlijke niveaus bereikt. De discussie over de leiding van TAS raakt inmiddels ook aan de vraag of bestuurders op basis van hun wettelijke bevoegdheden handelen of dat politieke steun en onderlinge verhoudingen een doorslaggevende rol krijgen bij de toepassing van bestaande regels.
De gebeurtenissen bij TAS maken een bredere discussie over institutionele versterking in Suriname noodzakelijk, omdat de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van toezichthoudende instanties niet afhankelijk mogen worden van persoonlijke conflicten of politieke machtsverhoudingen. De telecommunicatiesector vervult een essentiële functie binnen de nationale economie en is nauw verbonden met internettoegang, digitale betalingen, ondernemingsactiviteiten en de bescherming van kritieke communicatievoorzieningen. Een langdurige bestuurlijke strijd kan onzekerheid veroorzaken over de rechtsgeldigheid van besluiten, financiële verplichtingen en de uitvoering van regulerende taken. Daarom is het belangrijk dat de rechterlijke uitspraak wordt gebruikt om duidelijkheid te scheppen over de voorlopige bestuursbevoegdheden, zonder vooruit te lopen op juridische vragen die mogelijk een uitgebreidere procedure vereisen. Tegelijkertijd verdient de wijze waarop arbeidsovereenkomsten en directeursbenoemingen bij publieke instellingen tot stand komen bijzondere aandacht. Contracten, benoemingsbesluiten en wettelijke bevoegdheden moeten zodanig op elkaar aansluiten dat geen ruimte ontstaat voor tegenstrijdige interpretaties die pas na een bestuurscrisis worden onderzocht. Een professionele overheid behoort dergelijke situaties tijdig te voorkomen door de rechtspositie van functionarissen ruim voor het einde van hun benoemingstermijn te beoordelen en noodzakelijke besluiten zorgvuldig voor te bereiden.
De mislukte schikkingspoging betekent dat de partijen hun geschil voorlopig niet via onderling overleg hebben kunnen oplossen en dat de rechter moet bepalen welke onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn. De Raad van Commissarissen verlangt controle over het bestuur en de bijbehorende middelen, terwijl Jap-A-Joe vasthoudt aan haar standpunt dat zij niet zonder rechtsgeldige beëindiging van haar positie kan worden uitgesloten. Rechter Praag heeft tijdens de behandeling geen inhoudelijk voorlopig oordeel gegeven dat als basis voor een regeling kon dienen, waardoor beide partijen maandag duidelijkheid moeten krijgen over de gevraagde voorzieningen. De uitspraak hoeft overigens niet automatisch een definitief oordeel te betekenen over alle contractuele en arbeidsrechtelijke geschillen, aangezien een kort geding in beginsel is gericht op spoedeisende voorlopige maatregelen. Het is daarom mogelijk dat afzonderlijke juridische procedures noodzakelijk blijven om de volledige rechtspositie van de betrokken partijen vast te stellen. De nationale aandacht voor deze kwestie laat vooral zien hoe groot de gevolgen kunnen worden wanneer bestuurlijke meningsverschillen niet tijdig binnen duidelijke juridische kaders worden opgelost. De werkelijke toets voor de betrokken instellingen zal uiteindelijk niet zijn welke partij de juridische confrontatie wint, maar of TAS na de uitspraak opnieuw kan functioneren onder een bestuur waarvan de bevoegdheden controleerbaar zijn vastgesteld en dat zijn verantwoordelijkheid uitoefent zonder dat persoonlijke of politieke belangen de uitvoering van de wettelijke taken overheersen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com