Terwijl het Korps Politie Suriname kampt met een tekort van honderden manschappen, blijven grote aantallen politieambtenaren ingezet voor de beveiliging van VIP’s, voormalige politici en hun partners. Minister Harish Monorath wil daar verandering in brengen. De terugroepactie legt echter een dieper probleem bloot, de verdeling van politiepersoneel, de controle op beveiligingsregelingen en de prioriteiten binnen het veiligheidsbeleid. Het Korps Politie Suriname (KPS) heeft volgens minister van Justitie en Politie Harish Monorath ongeveer 3.500 medewerkers nodig, maar beschikt momenteel over circa 2.600. Bij zijn aantreden waren dat er nog 2.773. Het korps verliest maandelijks ongeveer 24 tot 30 medewerkers door onder meer pensionering, sterfgevallen en vertrek naar het buitenland. Tegen deze achtergrond is het moeilijk te rechtvaardigen dat sommige VIP’s over achttien tot 21 politieambtenaren beschikken, terwijl de reguliere politiedienst met een tekort aan personeel moet werken. De cijfers maken duidelijk dat het probleem niet uitsluitend draait om de omvang van het politiekorps, maar ook om de manier waarop de beschikbare manschappen worden verdeeld. Elke politieambtenaar die langdurig buiten de reguliere dienst wordt ingezet, ontbreekt op een andere plek waar politiewerk moet worden verricht. Dat betekent minder capaciteit voor surveillance, criminaliteitsbestrijding, verkeershandhaving en de dagelijkse dienstverlening aan burgers. Monorath stelt dat niet alleen zittende functionarissen, maar ook oud-ministers, voormalige leden van De Nationale Assemblée en zelfs partners en ex-partners van personen met publieke functies over beveiligingspersoneel zouden beschikken.
Volgens de minister moet kritisch worden beoordeeld of al deze regelingen nog noodzakelijk zijn. Daarmee raakt de discussie aan een fundamentele kwestie van behoorlijk bestuur. Persoonsbeveiliging kan gerechtvaardigd zijn wanneer sprake is van een aantoonbaar veiligheidsrisico. Een publieke functie, een voormalige politieke positie of een persoonlijke relatie mag echter niet automatisch leiden tot een onbeperkte aanspraak op politiecapaciteit. Het ministerie moet daarom niet alleen manschappen terughalen, maar ook duidelijk maken op basis van welke criteria beveiliging wordt toegekend, hoeveel personeel daarvoor nodig is en wanneer een regeling wordt beëindigd. Zonder transparante en controleerbare regels dreigt de verdeling van beveiliging afhankelijk te blijven van positie, status of bestaande afspraken, in plaats van aantoonbare noodzaak. De personele gevolgen hebben ook financiële consequenties. Monorath wijst erop dat de overheid naast reguliere salarissen ook overuren en voedingsgelden moet betalen. Hij noemt als voorbeeld een situatie waarin 400 manschappen elk 200 overuren maken. Dat betekent een aanzienlijke extra belasting voor de staatskas, al zijn de totale kosten op basis van deze gegevens niet vast te stellen. De financiële kwestie staat niet los van de operationele problemen. De overheid betaalt immers voor politiecapaciteit die mogelijk onvoldoende beschikbaar is voor de reguliere politietaken. Een grondige beoordeling moet daarom zowel de kosten als de concrete veiligheidsbehoefte in kaart brengen.
De minister zegt dat het terughalen van manschappen al sinds februari gaande is en dat ook ministers beveiligingspersoneel zullen moeten inleveren. Dat gebeurt volgens hem geleidelijk, omdat de veiligheid van functionarissen eveneens moet worden gewaarborgd. Juist daarom is een helder afbouwplan nodig, met controleerbare doelstellingen en periodieke verantwoording. Een bijkomende uitdaging is dat sommige politieambtenaren al vijftien tot achttien jaar met VIP-beveiliging zijn belast. Hun terugkeer naar de reguliere dienst vraagt om een zorgvuldige aanpak. Ervaring met persoonsbeveiliging betekent niet automatisch dat iedere medewerker zonder aanvullende begeleiding direct op elke politietaak inzetbaar is. Ook de personeelsbehoefte van het Korps Penitentiaire Ambtenaren speelt mee. De Beveiligings en Bijstandsdienst Suriname beschikt over medewerkers die specifiek zijn opgeleid voor de beveiliging van personen en objecten, maar ook daar is de capaciteit beperkt. Het herverdelen van personeel vereist dus meer dan het simpelweg verplaatsen van namen op een personeelslijst. Daarnaast wil Monorath de roulatie binnen het korps verbeteren. Sommige agenten blijven volgens hem zeven tot zestien jaar op dezelfde post, terwijl een periode van ongeveer twee jaar gebruikelijk zou zijn.
Langdurige plaatsing kan volgens de minister leiden tot ongewenste verwevenheid met de omgeving. Een zorgvuldig mutatiebeleid kan de professionele onafhankelijkheid ondersteunen, mits het transparant wordt uitgevoerd en rekening houdt met ervaring en deskundigheid. De druk op het KPS neemt verder toe door de uitbreiding van de rechterlijke macht. Volgens Monorath zijn ongeveer 105 medewerkers belast met dienstverlening aan de rechterlijke macht. Ook de installatie van vijftien nieuwe rechters en de handhaving van nieuwe regelgeving, waaronder het milieuboetebesluit, vragen om extra capaciteit. De terugroepactie is daarmee een noodzakelijke discussie over de inzet van schaarse middelen, maar geen volledige oplossing voor het personeelstekort. Zolang het korps medewerkers blijft verliezen en de operationele behoeften toenemen, blijft herverdeling slechts één onderdeel van het antwoord. Monorath noemt zijn maatregel geen politieke stunt. De geloofwaardigheid daarvan zal uiteindelijk niet afhangen van die verklaring, maar van de uitvoering. Het publiek moet kunnen zien hoeveel manschappen worden teruggehaald, waar zij worden ingezet en welke besparingen of operationele verbeteringen dat oplevert. De kern is eenvoudig, politiecapaciteit is een publieke voorziening en geen vanzelfsprekend privilege. Wie beveiliging nodig heeft, moet die op basis van aantoonbare risico’s krijgen. En wie het personeel terughaalt, moet ook laten zien dat de politie daardoor daadwerkelijk beter in staat is haar wettelijke taken uit te voeren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com