De plannen van president Simons voor de gezondheidszorg in 2027 klinken ambitieus, maar missen volgens NPS parlementariër Jeffrey Lau een cruciaal fundament, een duidelijk financieel totaalplaatje en meetbare doelen. Zonder inzicht in de totale middelen en zonder concrete prestatie indicatoren dreigt de aangekondigde versterking van de zorg volgens hem vooral een verzameling van investeringsvoornemens te blijven. Een van de meest in het oog springende onderdelen van de jaarrede is de aangekondigde investering van SRD 750 miljoen in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP). Met dat bedrag moeten onder meer de intensivecareafdelingen, de neonatale intensive care, operatiekamers en andere voorzieningen worden verbeterd. Lau erkent dat investeringen in de zorginfrastructuur noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd vindt hij dat de regering niet kan volstaan met het noemen van afzonderlijke projecten zonder duidelijk te maken wat de totale financiële inzet voor de gezondheidszorg wordt. Volgens Lau ontbreekt vooralsnog een bedrag dat de volledige zorgagenda voor 2027 omvat. Daarmee blijft ook onduidelijk welke prioriteiten de regering daadwerkelijk stelt en hoe de verschillende maatregelen financieel op elkaar aansluiten. Er is nog geen bedrag gekoppeld aan de gezondheidszorg.
Dat gebrek aan financiële duidelijkheid is volgens Lau des te relevanter omdat Suriname de afgelopen jaren naar schatting 4 tot 6 procent van het bruto binnenlands product aan gezondheidszorg besteedde. Hij verwijst daarbij naar een internationaal niveau van ongeveer 8 tot 9 procent. Volgens de parlementariër zal een structurele verbetering van de zorg daarom aanzienlijk meer financiële ruimte vergen. Meer investeren betekent echter niet automatisch betere zorg. Juist daarom vindt Lau dat tegenover elke grote investering duidelijke resultaten moeten staan. Daar ligt een tweede zwakke plek in de plannen zoals die tot nu toe zijn gepresenteerd, het ontbreken van concrete meetpunten. Een investering van honderden miljoenen in ziekenhuisinfrastructuur kan politiek en bestuurlijk gemakkelijk als succes worden gepresenteerd zodra gebouwen zijn gerenoveerd, apparatuur is aangeschaft of afdelingen zijn uitgebreid. Voor patiënten zegt dat echter nog weinig. Uiteindelijk moet zichtbaar worden of wachttijden dalen, behandelingen sneller beschikbaar komen, capaciteit daadwerkelijk wordt benut en de kwaliteit van de zorg verbetert. Ook de aangekondigde ‘one-stop-shop‘ voor diabeteszorg en de plannen om de geneesmiddelenvoorziening te versterken, kunnen volgens Lau belangrijke verbeteringen opleveren.
Maar ook hier is het noodzakelijk om vooraf vast te leggen wat de maatregelen moeten bereiken en binnen welke termijn resultaten zichtbaar moeten zijn. Zonder dergelijke indicatoren wordt het achteraf moeilijk om vast te stellen of beleid daadwerkelijk effect heeft gehad. Een ander aandachtspunt is de financiële houdbaarheid van het Staatsziekenfonds (SZF). Lau wijst erop dat aanzienlijke bedragen in het fonds worden gestoken, terwijl volgens hem onvoldoende duidelijk is hoe duurzaam het systeem wordt beheerd. Daarmee raakt zijn kritiek niet alleen de omvang van de investeringen, maar ook de vraag hoe de zorg op langere termijn betaalbaar moet blijven. Een structureel probleem kan immers niet uitsluitend met extra geld worden opgelost. Als financiering, beheer en uitgaven onvoldoende op elkaar zijn afgestemd, bestaat het risico dat nieuwe middelen vooral bestaande tekorten opvangen zonder dat de onderliggende problemen verdwijnen. Voor de gezondheidszorg is dat een wezenlijk punt, omdat hogere uitgaven alleen houdbaar zijn wanneer daar een duurzaam financieringsmodel en een efficiënte organisatie tegenover staan.
Lau legt daarnaast nadruk op preventie. De gezondheidszorg moet volgens hem niet uitsluitend investeren in het behandelen van patiënten wanneer zij ziek zijn, maar veel sterker inzetten op het voorkomen van aandoeningen. Gezonde voeding en het terugdringen van overmatige suikerconsumptie noemt hij daarbij als belangrijke aandachtspunten, vooral in de strijd tegen diabetes. Daarmee verschuift het debat van ziekenhuisbedden en medische apparatuur naar de bredere inrichting van de volksgezondheid. Zolang preventie onvoldoende aandacht krijgt, kunnen investeringen in de curatieve zorg tegelijkertijd worden ingehaald door een groeiende vraag naar behandeling. De behandeling van de plannen in De Nationale Assemblée wordt daarmee meer dan een bespreking van afzonderlijke zorgprojecten. De regering zal haar financiële keuzes, de totale omvang van de zorguitgaven en de beoogde resultaten concreter moeten onderbouwen. Voor Lau ligt de kern van het debat niet alleen bij hoeveel geld wordt uitgegeven, maar vooral bij de vraag welke structurele verbetering dat geld moet opleveren. De aangekondigde SRD 750 miljoen voor het AZP kan een belangrijke investering in de zorginfrastructuur zijn. Zonder een breder financieel kader, duidelijke prioriteiten en meetbare resultaten blijft echter onduidelijk hoe deze investering past binnen het totale zorgbeleid van 2027. Juist die samenhang zal bepalend zijn voor de beoordeling van de plannen wanneer de begroting en het gezondheidsbeleid in het parlement worden behandeld.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com