De regering wil nu duidelijkheid scheppen over de langverwachte loonsverhoging voor ambtenaren en aan hen gelijkgestelden, eind september moet het volledige percentage van 15 procent worden uitgekeerd. Geen 10 procent in september en de resterende 5 procent in oktober. Dat zegt minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken met nadruk. Maar juist het feit dat de regering zich genoodzaakt ziet om dergelijke berichten publiekelijk te corrigeren, brengt aan het licht hoe kwetsbaar het vertrouwen rondom de loonafspraken in de loop der tijd is geworden. Bee ontkent dat ambtenaren eerst 10 procent en een maand later nog eens 5 procent zouden ontvangen. Volgens hem zijn de afspraken duidelijk. Het raadsvoorstel voor de loonsverhoging is inmiddels goedgekeurd door de Raad van Ministers en de benodigde documenten zijn ondertekend. Ook de minister van Financiën zou zijn handtekening hebben gezet. Volgens Bee staat niets bij de uitvoering van de volledige 15 procent eind september nog in de weg. Want na jaren van economische onzekerheid, stijgende prijzen en een voortdurend gevecht om koopkracht is het vertrouwen in politieke toezeggingen bepaald niet vanzelfsprekend.
Voor werknemers die iedere maand moeten puzzelen om hun inkomen over de stijgende kosten van levensonderhoud heen te tillen, is een loonsverhoging geen politiek dossier, maar een directe kwestie van overleven. Daarom is het ongelukkig dat vanuit vakbondskringen een ander verhaal naar buiten kwam. Een vakbondsleider zou hebben aangegeven dat in september slechts 10 procent zou worden uitgekeerd, waarna in oktober de resterende 5 procent zou volgen. De regering spreekt dit tegen. Maar het incident laat zien dat de communicatie tussen regering en vakbeweging allesbehalve vlekkeloos verloopt. Als regering en vakbonden afspraken maken over de inkomenspositie van duizenden werknemers, mag er geen ruimte bestaan voor verschillende interpretaties over een cruciaal onderdeel als de uitbetalingsdatum. De werknemer hoort niet via tegenstrijdige verklaringen in de media te moeten uitzoeken wat zijn of haar salaris daadwerkelijk zal worden. Minister Bee stelt dat er tijdens de onderhandelingen inderdaad een voorstel op tafel heeft gelegen om de 15 procent in twee delen uit te betalen. Uiteindelijk zou echter definitief zijn afgesproken om het volledige percentage eind september toe te kennen.
Dat onderscheid is belangrijk, maar het roept ook de vraag op waarom een eerder besproken scenario kennelijk nog steeds rondzingt en aanleiding geeft tot verwarring. Bee benadrukt dat de regering haar verantwoordelijkheid kent en alles zal doen om de koopkracht van werkenden, ambtenaren en aan hen gelijkgestelden te verbeteren. Ook de bestaande koopkrachtversterking van SRD 1.500 blijft volgens de gemaakte afspraken van kracht. Maar ook hier geldt, mooie woorden zijn onvoldoende wanneer de economische realiteit voor werknemers harder is dan de politieke communicatie. Een loonsverhoging van 15 procent klinkt aanzienlijk, maar de werkelijke waarde ervan wordt bepaald door de prijzen in de winkels, de hoogte van transportkosten, nutsvoorzieningen, voeding en andere dagelijkse uitgaven. Wanneer prijzen sneller stijgen dan inkomens, verdampt een loonsverhoging uiteindelijk grotendeels. Het gevaar bestaat dan dat een aangekondigde verbetering vooral in documenten indrukwekkend is, terwijl de werknemer er in de praktijk veel minder van merkt. Daar komt bij dat Bee zelf benadrukt dat de onderhandelingen nog niet voorbij zijn. Het bereikte resultaat is volgens hem geen definitieve overeenkomst. Er zal een technische commissie worden ingesteld met vertegenwoordigers van regering en vakbonden.
Die commissie krijgt drie maanden de tijd om met aanvullende voorstellen te komen, waarna verdere onderhandelingen moeten volgen. De regering moet daarom voorkomen dat de huidige aankondiging wordt gebruikt als een politiek succesverhaal zonder aandacht voor wat daarna komt. Ambtenaren hebben behoefte aan structurele duidelijkheid over hun inkomen, niet aan telkens nieuwe verklaringen, correcties en interpretaties. Bee is duidelijk, eind september komt de volledige 15 procent. Nu is het aan de regering om die belofte daadwerkelijk zichtbaar te maken op de loonstrook. Want uiteindelijk telt niet wat een minister tijdens een persmoment zegt, niet wat een vakbondsleider beweert en niet wat in een raadsvoorstel staat. Voor de ambtenaar telt wat er daadwerkelijk op de rekening verschijnt. Als de volledige 15 procent eind september inderdaad wordt uitbetaald, heeft de regering een belangrijke belofte waargemaakt. Gebeurt dat niet, dan zal de schade veel groter zijn dan slechts het verschil tussen 10 en 15 procent. Dan wordt opnieuw een aanslag gepleegd op het toch al kwetsbare vertrouwen van werknemers in hun regering en in de afspraken die namens hen worden gemaakt. De regering heeft de duidelijkheid nu zelf op tafel gelegd. 15 procent, volledig, eind september. Geen uitstel en geen opsplitsing.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com