De beslissing om de Surinaamsche Postspaarbank (SPSB) voortaan volledig verantwoordelijk te maken voor de verstrekking van de Moni Karta klinkt als een administratieve hervorming, maar legt vooral een dieper probleem zichtbaar binnen het sociaal beleid van de overheid. De regering presenteert de nieuwe werkwijze als een manier om fraude te beperken en processen beter te organiseren. Tegelijkertijd roept de gang van zaken ernstige vragen op over de controle, verantwoordelijkheid en professionaliteit waarmee de sociale voorzieningen tot nu toe zijn uitgevoerd. Minister Diana Pokie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) stelt dat in het nieuwe contract met de SPSB duidelijk is vastgelegd dat de bank verantwoordelijk wordt voor de daadwerkelijke verstrekking van de kaarten. Sozavo moet zich daarmee niet langer bezighouden met het uitgeven van de Moni Karta. Volgens de minister is dat een belangrijke stap om fraude tegen te gaan. Dat klinkt logisch, maar het is tegelijkertijd een pijnlijke erkenning dat het systeem kennelijk kwetsbaar genoeg was om misbruik mogelijk te maken.
Sozavo heeft naar eigen zeggen gevallen ontdekt waarbij personen zouden hebben samengewerkt om te frauderen met de Moni Karta. Er zou sprake zijn geweest van een groep die zich schuldig maakte aan gesjoemel met de kaarten. Daarmee wordt duidelijk dat niet alleen technische problemen een rol spelen, maar ook menselijke controle en toezicht. Wanneer een systeem dat bedoeld is om kwetsbare burgers te ondersteunen ruimte biedt voor georganiseerde fraude, is dat een ernstige tekortkoming. Sociale voorzieningen zijn immers geen gunst van de overheid, maar een instrument waarvoor belastingmiddelen en staatsfinanciën worden ingezet. Iedere vorm van misbruik betekent dat publieke middelen mogelijk terechtkomen waar ze niet horen. De uitspraak van Pokie dat het ministerie nooit verantwoordelijk zou mogen zijn voor de Moni Karta maakt de kwestie nog opvallender. Als het ministerie inderdaad niet de juiste instantie was om de kaarten te verstrekken, had deze verantwoordelijkheid dan veel eerder bij een gespecialiseerde financiële instelling moeten liggen. Het feit dat dit nu pas wordt gecorrigeerd, wijst op gebrekkige taakverdeling en onvoldoende vooruitziend bestuur.
De Moni Karta is bovendien geen losstaand product dat burgers simpelweg aanvragen. De kaart is gekoppeld aan sociale uitkeringen binnen vijf categorieën, de Algemene Kinderbijslag, de Algemene Ouderdomsvoorziening, financiële ondersteuning voor zwakke huishoudens, financiële bijstand aan mensen met een beperking en Koopkrachtversterking. Juist omdat deze voorzieningen bedoeld zijn voor mensen die vaak financieel kwetsbaar zijn, moet het systeem foutloos, transparant en controleerbaar functioneren. Iedere vertraging, administratieve fout of verloren kaart kan voor een rechthebbende directe financiële gevolgen hebben. Dat er nog steeds begunstigden zijn, waaronder ontvangers van de Algemene Kinderbijslag, die hun kaart ondanks een oproep niet hebben opgehaald, toont aan dat het probleem niet uitsluitend bij de verstrekking ligt. Vooral in Paramaribo worden momenteel knelpunten onderzocht. Er wordt nagegaan waarom mensen hun kaart niet konden ophalen en waar fouten in het systeem zijn ontstaan. De overheid zegt dat er geen achterstanden zijn in de uitbetalingen. Dat is positief, maar het neemt de administratieve tekortkomingen niet weg. Een betaling die formeel beschikbaar is maar een rechthebbende niet bereikt, is voor die burger geen volwaardige oplossing. Het uiteindelijke doel van sociale ondersteuning is niet dat de overheid kan aantonen dat het geld administratief is verwerkt, maar dat het daadwerkelijk bij de rechthebbende terechtkomt.
Ook de regeling waarbij niet opgehaalde middelen uiteindelijk terugvloeien naar de staat verdient strakke controle. Dat geld mag niet simpelweg als een administratief overschot worden beschouwd. Iedere niet uitbetaalde uitkering moet aantoonbaar kunnen worden gekoppeld aan een geldige reden, met een controleerbaar spoor van besluitvorming. De overdracht van de Moni Karta verstrekking aan de SPSB kan daarom een verbetering zijn, maar alleen als de bank daadwerkelijk wordt onderworpen aan stevige controle en transparante verantwoordingsmechanismen. Het doorschuiven van verantwoordelijkheid lost op zichzelf geen systeemprobleem op. De kern blijft dat de overheid verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van haar sociaal beleid. De bank kan de kaart uitgeven, maar Sozavo kan zich niet verschuilen achter de nieuwe taakverdeling wanneer burgers tussen wal en schip raken. De Moni Karta moet geen symbool worden van een overheid die problemen pas aanpakt nadat fraude, fouten en administratieve knelpunten zichtbaar zijn geworden. Sociale zekerheid vereist vooraf goed georganiseerde systemen, duidelijke verantwoordelijkheden en permanente controle. Vooral kwetsbare burgers mogen niet de rekening betalen voor bestuurlijke tekortkomingen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com