De regering en de vakbeweging staan opnieuw tegenover elkaar over de vraag hoeveel ruimte werknemers moeten krijgen in een economie waarin de kosten blijven oplopen. De Raad van Vakcentrales in Suriname (Ravaksur) houdt vast aan een loonaanpassing van 25 procent voor ambtenaren, terwijl de regering een structurele verhoging van 10 procent op tafel heeft gelegd. Daarmee lijkt een nieuw loonconflict in de maak, maar vooral wordt opnieuw zichtbaar hoe ver de economische werkelijkheid van de werknemer afstaat van de beleidsmatige oplossingen die vanuit de regering worden aangedragen. Ravaksur woordvoerder Armand Zunder maakte na overleg met de regering duidelijk dat de vakbeweging haar inzet niet zomaar laat vallen. De eis van 25 procent is volgens Ravaksur onderdeel van een breder pakket dat al bij de regering ligt. De vakbeweging vindt dat werknemers een forse correctie nodig hebben om het hoofd te kunnen blijven bieden aan de stijgende kosten van levensonderhoud. Tegelijkertijd staat de regering voor een financieel probleem dat zij zelf steeds moeilijker kan blijven negeren. De prijscap op brandstof kost de staat inmiddels ongeveer SRD 350 miljoen per maand. De maatregel werd ingevoerd om consumenten te beschermen tegen forse prijsstijgingen na het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten.
Wat begon als een noodzakelijke bescherming tegen een externe schok, is inmiddels uitgegroeid tot een zware structurele last voor de staatsfinanciën. Het voornemen om de prijscap mogelijk los te laten, kan daarom financieel begrijpelijk zijn, maar economisch gevaarlijk uitpakken. Brandstof is immers geen geïsoleerd product. Een hogere pompprijs werkt door in transport, productie, distributie, voeding en uiteindelijk vrijwel ieder huishouden. Een beslissing die op papier honderden miljoenen aan overheidsuitgaven moet besparen, kan in de praktijk leiden tot een nieuwe inflatoire golf die werknemers nog verder in de problemen brengt. Daarmee ontstaat een pijnlijk dilemma. De regering wil de kosten van de prijscap verminderen, maar kan niet tegelijkertijd verwachten dat werknemers zonder adequate compensatie de gevolgen van hogere prijzen absorberen. Een loonaanpassing van 10 procent kan in zo’n scenario snel worden ingehaald door stijgende prijzen. Wat vandaag wordt gepresenteerd als koopkrachtverbetering, kan morgen nauwelijks meer zijn dan een tijdelijke correctie. Juist daarom blijft Ravaksur vasthouden aan 25 procent. De vakbeweging waarschuwt feitelijk dat het probleem niet kan worden opgelost door alleen naar de overheidsbegroting te kijken. Ook de portemonnee van de werknemer moet onderdeel zijn van de economische rekensom.
Een ander punt waarop de regering voorlopig weinig beweging laat zien, is de verhoging van de belastingvrije grens van SRD 9000 naar SRD 15.000. Ravaksur dringt hier al langere tijd op aan. Volgens Zunder is fiscale verlichting noodzakelijk om werknemers meer financiële ruimte te geven. Dat standpunt is moeilijk naast zich neer te leggen. Een werknemer die een deel van zijn inkomen nauwelijks kan gebruiken omdat de fiscale druk te hoog blijft, heeft weinig aan een nominale loonverhoging. De combinatie van hogere kosten, mogelijke brandstofprijsstijgingen en een ongewijzigde belastingvrije grens kan de koopkracht van werknemers verder ondermijnen. Het gevaar bestaat dat de regering aan de ene kant een loonsverhoging geeft, maar aan de andere kant via prijzen en belastingen een aanzienlijk deel daarvan weer terugneemt. Daarmee wordt de onderhandeltafel donderdag meer dan een overlegmoment tussen regering en vakbeweging. Het wordt een test van de economische koers van de regering. Ravaksur zal formeel reageren op het regeringspakket en zijn eigen voorstellen presenteren.
Een snelle afronding behoort volgens Zunder tot de mogelijkheden als de regering overtuigd raakt van de voorstellen van de vakbeweging. Maar snelheid mag geen excuus worden voor een halfslachtige oplossing. Surinaamse werknemers hebben weinig aan een akkoord dat op papier aantrekkelijk klinkt, maar in de praktijk binnen enkele maanden verdampt door hogere brandstofprijzen, duurdere goederen en een zware fiscale druk. De kern van het probleem is inmiddels glashelder, de overheid kan de economische rekening niet onbeperkt blijven doorschuiven naar de burger. Als de prijscap financieel onhoudbaar is, moet daar een eerlijk en zorgvuldig alternatief tegenover staan. En als de regering werknemers slechts 10 procent extra loon wil geven, moet zij overtuigend aantonen dat die verhoging daadwerkelijk voldoende is om de koopkracht te beschermen. Ravaksur heeft met de eis van 25 procent de lat hoog gelegd. De regering heeft met 10 procent een veel lagere inzet gekozen. Tussen beide percentages ligt niet alleen een verschil in beleid, maar een fundamenteel verschil in beoordeling van de economische realiteit van de werknemer. De komende onderhandelingen zullen moeten uitwijzen of de regering bereid is die werkelijkheid serieus genoeg mee te wegen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com